Oorverdovend in mijn hoofd
Naar gewoon een beetje mens kunnen zijn
Gewoon een klein straaltje zonneschijn
Een beetje minder zielenpijn en meer tevreden tijd in mijn hoofd
Geluidloos sluimer ik door het leven
Vrijheid maar niemand die mij ziet
Misschien ook nog wel erger dan vastzitten in mijn eigen wereld
Vast blijven houden aan wat niet is of zal zijn
Niet vast kunnen houden aan mijn eigen handgrepen
Los zijn van de maatschappij, niet onvoorwaardelijk zijn
Altijd alleen met mijn pijn
En ze zeggen verleden is voorbij
Niets meer om nu nog bang voor te zijn
Maar angst overheerst mijn lijf
Niet omdat herinneringen blijven
Niet omdat de toekomst zich afvraagt waar ik blijf, waarom ik verstijf
Angst en verdriet omdat niemand mij nog ziet
Een rode draad tijdloos samengespannen
Mijn tijd onzichtbaar gespannen
Ik niet meer ondoorschijnend
Ik wil onzichtbaarheid verdwijnen
Maar toch steeds weer, zichtbaar verkleinen
Altijd weer onzichtbaar wegkwijnen
Maar altijd ongezien, onopgemerkt
Verloren strijd en hoop dat steeds verder sterft
Onvervulde behoeftes gestorven
Onvervulde verlangens bleven leven, maar ik,
Ik bleef altijd onopgemerkt, onopgemerkt neergestreken