Heb geen ervaring. Ik doe niet eens alsof. Het is er nooit van gekomen en dat maakt ook helemaal niet uit. Tijd tikt verder. Langzaam en toch ook weer snel. Een dag wordt een week wordt een maand wordt een jaar. Ooit komt het wel. Toch?
Komt er weer iemand. Meestal voor heel even. Proberen om te kunnen scoren, voor een avond of maximaal twee. Tikt zo lekker aan op die ellenlange lijst van je. Soms denk ik, ik ga erin mee. Dan kan ik alles afkruisen, heb ik het gehad. Toch wimpel ik het af, niet echt mijn ding.
Sommigen geven alles tegelijkertijd. Zonder te knipperen met hun ogen, geen grammetje spijt. Hoe meer hoe beter, ze vertellen het in geuren en kleuren. En ik knik afwezig. Hopend op geen vragen.
Soms denk ik waar wacht je op? Alles heeft een tijdlimiet. Het duurt te lang en ik weet dat ik daar de reden van ben. Ik ben een dromer, heb hoop op al het moois, stel me de meest mooie dingen voor. Kijk wellicht door een bril met roze glazen. Ik zie het moois en ben bang voor het donker. De hoop houdt me sterk, wachtend op het goede wat mij ooit te wachten moet staan. Er is nog wel een beetje tijd. Het moet goed voelen.
Vreemdelingen denken dat ik alles ken. Dat ik vele liefdes heb gehad. Ze gooien zich voor mijn voeten, in de hoop dat ik ze opraap. Terwijl ik in werkelijkheid zelf op de grond lig. Mensen willen mij zijn. Maar ze moeten oppassen met wat ze wensen.
En als ik het dan tegen iemand zou zeggen. Als ik zou zeggen dat ik niet goed weet hoe liefde werkt. Als ik zou zeggen dat ik wacht totdat ik hem vind. Dan zijn zij met stomheid geslagen. Ben ik de alien hier op deze bekende en toch vreemde planeet.














