Dan heb je Siberië doorstaan, kom je de Tokkies nog tegen!
Vrijdag 24 april
Ga ik noordwaarts dan meestal via de glooiende weg voorbij Tubbergen door het uitstulpje van Duitsland dat tot de Kreis Grafschaft Bentheim hoort. Het is er mooi en heuvelachtig en altijd denk ik bij de Wilsumer Berge terug aan de schoolreis van midden jaren ‘80, nog veel memorabele echter is het net voorbij de grens bij Schoonebeek. Het was daar ergens in de jaren ‘90 dat ik bij het passeren van een fietsend echtpaar de vrouw tegen de man hoorde zeggen: “en apart’n dat dat hier bunt”. Nou welkom in Drente dan...Die uitspraak heeft nogal wat teweeg gebracht bij mij. ‘t Was inmiddels jaren later en bij het afsluiten van een zorgverzekering was daar opeens sprake dat ten tijde van een burgeroorlog de verzekering niet afgesloten kon worden...nu is het zover dacht ik, om radeloos van te worden, ‘t kon niet anders of de Drenten zouden komen!
Maar wat geschiedde geen burgeroorlog, en de Drenten...zij kwamen niet.
En toch nu ik op deze zonnige vrijdag, maar deze keer via het dorpje
Ane, nog net in Overijssel gelegen, linksaf ging, dus nog niet eens zelf in Drenthe, zag ik een bord dat de medemens er aan herrinerde dat de Drenten hier met speren en pijlen het leger van de bisschop hebben gedood. Tja....
Oké dat was weliswaar in 1227, maar toch.....
Die bisschop vroeg er ook wel om. Want zoals dat in die tijd ging had dit heerschap veel geld nodig om zijn oorlogen te bekostigen, de arme hongerige bevolking weigerde nog langer belasting te betalen, en lokten de manschappen van de bisschop naar deze moerasachtige streek, waar ze verzopen en anders wel kopje kleiner gemaakt werden door het arsenaal van de Drenten.
Met deze wetenswaardigheden trad ik opnieuw Drenthe tegemoet, uiteraard viel het ontzettend mee, apart....ja wat is apart, wellicht dat je hier vaak wordt begroet? Dat is lang niet overal zo, maar in het noorden groet bijna iedereen. Best lekker apart.
Na het dorp van boer Koekoek, Hollandscheveld gepasseerd te hebben kwam ik door Siberië, zo genoemd omdat het ooit zo afgelegen en verlaten lag, en toen ik dat doorstaan had arriveerde ik bij de Drijver gelegen 'Col du VAM’. Daar is op een voormalige vuilnisbelt van de VAM sinds het najaar van 2018 een fietsparcours. Wat een orgineel idee! Van 14 meter naar 48 meter, en zelfs een weggetje met een kasseienstrook! Daar wordt weinig gebruikt van gemaakt, maar ik kon het niet laten...
Terug op ‘aarde’, zag ik na Wijster rechts van mij, bij een boerderij medewerkers van een destructiebedrijf een dood varken optakelen en links in de verte zag ik een blauwgele dubbeldekker van de NS voorbij flitsen. Het deed me denken aan een veel gebruikte zin van weleer....”Hier is de Radionieuwsdienst verzorgd door het ANP” op 2 december 1975 deelde de dienst mee: “In het beleidscentrum te Beilen is bevestigd dat de twee mensen die uit de gekaapte trein bij Wijster zijn gegooid, dood zijn. Het is niet bekend wie de slachtoffers zijn. In het beleidscentrum is verder gezegd dat de kaping is uitgevoerd door vijf Zuid Molukse mannen.”
Zo lang geleden en toch is het of je het onheil van destijds kunt voelen. Voor altijd zal dit feit met Wijster in verband worden gebracht, net als ik een half uur later door de bebouwde kom van Westerbork fiets. Plaatsen die door het aandoen van afgrijselijkheden van anderen besmeurd zijn.
De gehele dag was het al rustig maar als ik in Orvelte geraak, is het overheersend. Een prachtig dorp met een ouderwetse brink waar de schapen het één en al mede te delen hebben. Rond de klinkerstenen bij een café met vroegere reclame op even oude emaille borden pauzeer ik uitgebreid en het is daar dat twee kippen onder mijn fiets doorkruipen en kakelend om eten vragen. Dan heb je Siberië doorstaan, ontmoet je vervolgens de Tokkies! Nou vooruit, ik heb nog wat brood.
Tokkie 1 & Tokkie 2, ook weer tevreden. Midden door de weilanden vervolg ik mijn weg naar Zweeloo. Allemachtig wat is het hier mooi! Zwervend waar niemand is. Alleen onderweg zijn is hier een intense beleving. Het duurt nooit lang, maar wel zo dat ik ‘Op fietse’ van Daniël Lohues ging meezingen.
“Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage
'k Heb de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage
'k Soll wel zeggen ja het mag wel zo”.
“‘k Goa op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommersknaal”.
En precies zo ging ik, even na zevenen was ik Drenthe uit en via het Duitse veendorp Twist was het nog een ruime 30 km naar Nordhorn. 't Kon zo onderhand wel mijn langste fietstocht ooit worden vooraleer ik weer in Enschede zou zijn. Wat een tocht! Na Denekamp viel de duisternis in, op de toch al stille straten werd het nog rustiger. Om kwart voor elf kneep ik voor het laatst deze dag in mijn remmen. Aan deze rit waarbij ik Siberië had doorstaan maar vervolgens de Tokkies tegenkwam was een einde gekomen, en een nieuw record was daar....252,64 km. Vier kilometer dan het vorige, dat twee jaar stand had gehouden.

















