I'm gonna take a little time
A little time to look around me
I've got nowhere left to hide
It looks like love has finally found me
uit: I want to know what love is - Foreigner
Mijn coachee/vraagsteller legt kort uit: zij heeft altijd een moeizame relatie gehad met haar vader. Na zijn overlijden realiseerde ze zich dat hij een moeilijk leven heeft gehad en dat dit ‘ergens’ vandaan komt. Daarom wil ze graag een generatie-opstelling, om te zien of e.e.a. misschien opgelost kan worden, voor haarzelf en voor hem.
De paarden zijn onrustig: Ze lopen alle zes rusteloos rond, duwen tegen sommige representanten, schermen andere weer af. Ondertussen stelt mijn vraagsteller zichzelf (de ‘ik in dit verhaal), haar vader, opa, diens zus (haar oudtante, die op zeer jonge leeftijd is verdronken) en overgrootvader op. Als ik mijn eerste rondje maak, voelt iedereen (met uitzondering van de oudtante) zich onrustig, ongelukkig, misselijk, ongemakkelijk, zonder verbinding met de anderen. Het is me duidelijk dat wat de paarden laten zien, is wat de representanten voelen. Haar vader voelt ogen branden in zijn rug. En na overleg met vraagsteller, die geen idee heeft wie dat zou kunnen zijn, stel ik deze ‘ogen’ ook op. Ook deze representant voelt zich onrustig, ongemakkelijk en niet verbonden met wie dan ook.
Als ik het even heb laten duren, vraag ik degenen die voelen dat ze een beweging moeten maken, om die te maken. De ‘ik’ en haar vader lopen naar een nieuwe plek, meer aan de rand van ons veld. Overgrootvader gaat bij zijn zoon en dochter staan. Als ik vraag hoe het met ze gaat en wat ze nu ervaren, is dat vooral meer ruimte en meer rust. Het is ‘beter’ zo, maar niet ‘goed’. Vader zegt dat de ‘ogen’ horen bij zijn vrouw (moeder van ‘ik’). Hij kan haar nu zien, wat hij als heel fijn ervaart. Hij heeft haar steun nodig! Als ik aan ‘ik’ vraag hoe het met haar gaat, gaat het ‘beter’ omdat ze vanaf haar nieuwe plek meer overzicht heeft, maar ook meer ruimte. En dat heeft ze nodig. Ook zij voelt dat de ‘ogen’ een moederfiguur is. Als ik zeg dat het haar moeder is, neemt ze dat voor kennisgeving aan, maar roept het geen zichtbare emotie op. (Moeder is overleden toen ‘ik’ nog kind was.) Overgrootvader voelt wel wat verbinding met zijn achterkleinkind, maar niet met zijn kinderen. Hun band vindt hij zelfs heel moeilijk te verdragen en hij zou ze het liefste scheiden, maar voelt zich daar niet toe in staat.
Het is me al snel duidelijk dat de kern van het probleem in deze opstelling ligt bij overgrootvader. Hij wil niet voelen, niet weten, alles zit ‘op slot’, zegt hij. En dat wil hij liever zo houden, hij wil er niet naar kijken of het voelen, dat is heel onveilig. Ik voel al de hele tijd dat ikzelf wat moet doen. En ik open me nog meer voor het veld, loop naar het midden en ga daar op de grond zitten. Meteen komt Mo naar me toe, komt tegen me aanstaan en buigt zijn hoofd over mij heen. Ik voel hoe hij zo de kracht die ik representeer, versterkt. Als ik na enige tijd weer opsta en mijn energie heb losgelaten, zie ik dat er dingen zijn veranderd: moeder is tussen ‘ik’ en vader gaan staan. Overgrootvader heeft zijn rug naar zijn zoon en dochter gekeerd. En zij staan nu veel dichter bij elkaar.
Als ik mijn rondje maak, blijkt dat iedereen mijn actie anders heeft ervaren. Moeder voelt zich rustiger, kan haar dochter en man zien, voelt zich sterker, zonder een dwingende behoefte om zich aan hen te binden. ‘Ik’ voelt zich heel goed, ze heeft de ruimte en voelt duidelijk dat ze haar kracht en zelfvertrouwen niet moet putten uit haar familie, maar uit anderen om haar heen. De zichtbare en niet-zichtbare zegt ze nadrukkelijk, want ook al voelt ze die niet, ze zijn er beslist. Ze straalt nu ook rust en (zelf)vertrouwen uit. Vader is ook sterker geworden. Mo is bij hem gaan staan en hij voelt hoe Mo hem helpt om te helen. Het is fijn dat zijn vrouw nu dichter bij hem staat, maar hij heeft haar kracht of hulp nu niet meer zo nodig. Opa voelt zich met zijn zus verbonden, niet meer afgesneden. Het is goed zo voor hem. (Deze zus was de enige die zich de hele tijd verbonden heeft gevoeld met het veld, maar ze voelde zich niet in staat om iets te veranderen aan de oude situatie.)
De grootste verandering vindt plaats bij overgrootvader. Als ik hem vraag hoe het gaat en of hij weet wie of wat ik was, zegt hij: “Liefde!” En dan begint hij te huilen. En met een stroom losse woorden uit hij zijn verdriet. Uiteindelijk vraag ik wat er gebeurt en waar het vandaan komt: “Het slot is open …” zegt hij. Hij is heel slecht behandeld in zijn jeugd, kan hij nu benoemen. Dat kan vanaf nu stukje bij beetje geheeld worden.
Als overgrootvader weer rustig is, beëindig ik de opstelling. De representanten stappen uit de energie van de opstelling en geven die terug aan vraagsteller. De paarden, representanten en hun energieën worden bedankt voor hun fantastische hulp. Met vraagsteller spreek ik af dat we de energieën de tijd en ruimte geven om hun werk verder te doen. Over een paar weken hebben we even contact, zodat vraagsteller (indien gewenst) haar ervaringen met mij kan delen.
Bovenstaande beschrijving is met toestemming van coachee. Persoonlijke elementen zijn zoveel mogelijk weggelaten uit privacyoverwegingen zonder de essentie van de sessie aan te tasten.
Heb je het gevoel dat een generatie-opstelling jou ook kan helpen, neem contact met me op. E [email protected] T 0624898520