De positie van de kenniskring binnen de VSV aanpak Noord en Midden Limburg.
Vanuit eerdere invulling van onder andere de Plusmiddelen in onze regio is gestart met een netwerk van diverse geledingen om de begeleiding en ondersteuning van de overbelaste jongeren in beeld te brengen en met elkaar te delen.
Hiermee is de initiële opdracht aan de groep afgerond, maar tegelijkertijd blijkt de behoefte aan een gestructureerd overleg als platform en ondersteuning voor alle betrokkenen aanwezig en wordt gedacht aan een voorzetting van de kenniskring. De kenniskring moet echter passen in de ontwikkeling van de regio-aanpak en daarbij van leidende en ontwikkelende rol naar een ondersteunende rol bij tal van vragen vanuit de individuele scholen. Daar waar een methodiek zich niet laat opleggen en de ontwikkelingen rondom begeleiding en ondersteuning van overbelaste jongeren per instelling verschillend is blijkt dit een lastige definitie.
De coördinatiegroep VSV hecht echter veel waarde aan een structurele inbedding van de kenniskring bij de aanpak van VSV en de voorbereiding op de borging vanaf 2015. Ze wil het proces binnen de instellingen faciliteren. Een delegatie uit de werkgroep heeft dan ook het volgende voorstel geformuleerd.
De kenniskring blijft bestaan. De opdracht wordt aangepast aan de fase van ontwikkeling.
We stellen dat de ontwikkelde methodiek als concept door de regio wordt omarmd en voorziet in een behoefte. De behoefte is zeker aanwezig voor de leden van de kenniskring, echter niet voor alle individuele instellingen als achterban gelijk.
De kenniskring krijgt dan ook de volgende opdracht:
Organiseer 4 keer per jaar een bijeenkomst met de leden van de kenniskring (de vertegenwoordigers van onderwijs en zorgpartners. Het aantal vertegenwoordigers van zorgpartners mag uitgebreid worden. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld als kennisdeling en informatieplatform. We hebben daarmee een centrale voorziening voor de totale regio.
Gebruik de ontwikkelde collectieve methodiek als uitgangspunt voor de regio en monitor de toepassing daarvan binnen de diverse instellingen (noodzakelijke borging). De instellingen bepalen daarbij zelf de wijze waarop en de snelheid waarin de methodiek kan ondersteunen bij de eigen aanpak.
Faciliteer de contactpersoon van de instelling (lid van de kenniskring) bij de discussie binnen de eigen instelling om de specifieke behoefte aan ondersteuning en professionalisering rondom de relevante thema’s te formuleren. Daarbij is de ontwikkeling van de instelling leidend.
Benoem de voorbeeldscholen in de eigen regio en faciliteer deze vanuit good-practice-gedachte om de theorie te toetsen in de praktijk.
Organiseer jaarlijks een conferentie voor het delen van de totale opbrengsten en het in beeld brengen van de voortgang.
De kenniskring wordt vanuit de coördinatiegroep VSV aangestuurd. De coördinatiegroep wijst uit eigen geleding een vertegenwoordiger/kartrekker aan als contactpersoon van de kenniskring.
De coördinatiegroep stelt voor om vanuit de opgedane ervaring uit het verleden Diephuis en Van Kasteren als ondersteuner voor de mogelijke ondersteuningsvragen te benaderen. Deze organisatie zal op basis van de specifieke ondersteuningsvraag de juiste expertise bieden. Daar waar dit niet mogelijk is zal een andere partij worden ingezet.
De opdrachten voor ondersteuningsvragen worden de voorzitters van de beide werkgroepen ingebracht in de coördinatiegroep. Daar vindt besluitvorming over opdrachtverlening en budgettoewijzing plaats.De voortgang van de kenniskring wordt tweemaal per jaar met alle betrokken partijen besproken.
Mick Waulthers
Voorzitter coördinatiegroep VSV regio 38










