‘Leef je droom’, dat is wat mijn vader mij vroeger vertelde. En nu zit ik hier, hard werkend, in een saai kantoor op de Zuidas. Mijn naam is Sjimmie van Erven Dorens, ik ben 30 jaar en woon in Amsterdam. Toen ik 12 was, werd ik bestempeld met ‘hoogbegaafd’, toentertijd vond ik er niks van maar nu zie ik hoe het mijn leven heeft beïnvloedt. Ik ging naar school op het St Ignatiusgymnasium, een Jezuïeten school in hartje Oud-Zuid. Ik slaagde ‘cum laude’ zonder te blijven zitten.
Ik was helemaal klaar met school, ik wilde iets anders gaan doen. Maar mijn moeder dwong mij om naar de universiteit te gaan en economie te studeren want dat zou goed zijn voor mijn ‘toekomst’. Op dat moment dacht ik aan wat mijn vader mij vertelde ’leef je droom’. Maar toen ik er iets tegenin wilde brengen en over papa begon wilde ze meteen niks horen. Mijn ouders waren 2 jaar geleden gescheiden en het was nog steeds pijnlijk. Mijn vader was een taboe. Ik haatte het. Ik had een erg speciale band met mijn vader en toen ineens was hij weg uit mijn leven.
Denkend aan de goede herinneringen met mijn vader word ik wakker geschud door een collega: “Hé Sjimmie , stop eens met dagdromen, je mag naar huis.” Ik sta op van mijn bureau, zeg mijn baas goedenavond en stap de lift in. Ik was boos, boos op mezelf. Hoe kon ik zo verder leven? Ik bedacht dit na het denken aan mijn vader, ‘leef je droom’. Ik bedacht, wat ik nu doe is precies het tegenovergestelde. Ik ben er klaar mee. Het is tijd voor verandering!
Diezelfde avond ging ik langs mijn vader, ik had hem al een jaar niet gezien. Ik had het vaak druk met werk en hij maakte vele reisjes. Hij leefde zijn droom, ik leefde mijn nachtmerrie. De nacht ruikt heerlijk nadat je uit een stoffig kantoor komt, het rook naar een heerlijke herfstavond. Ik belde aan en na een tijdje hoorde ik een gestommel op de trap. ‘Hé pap! Lang niet gezien!’ Mijn vader was verrast door mijn plotselinge bezoek, gelukkig blij verrast. ‘Sjimmie! Jochie, kom binnen!’ Hierop kwam een erg diep gesprek, vader tot zoon. Hij vertelde over zijn reizen en ik luisterde. Nu ik erover denk heb ik veel te weinig gezegd tegen mijn vader. Ik wist nu wat ik wilde doen met mijn leven.
Ik wilde natuurlijk reizen ook reizen, het maakte niet uit waar naartoe. Ik moest ontkomen van het normale leven, van mijn saaie kantoorleven. ‘Spin the globe, wherever it lands, that’s where we’ll go.’ Precies die cliché deed ik. Het maakte me allemaal niet meer uit.
Zo kwam ik hier terecht, op de Caribische eilanden. Met al mijn spaargeld betaalde ik een vlucht en een hotel. Ik genoot erg, ik kon zelfs een baan vinden! Dit is waar ik nu leef, ik leef ver weg van het kantoor, ik leef ver weg van het normale leven, maar het belangrijkste. Ik leef mijn droom…