Welke taal moet ik spreken om mezelf te begrijpen?
seen from China
seen from China
seen from United States

seen from United States

seen from Türkiye
seen from Ecuador
seen from United States

seen from Türkiye
seen from Italy

seen from United States
seen from Portugal
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from Australia
seen from Japan

seen from United States

seen from United States
seen from Germany
Welke taal moet ik spreken om mezelf te begrijpen?
Ik draag mijn woorden nu bij mij als bagage
wat als we gewoon naast elkaar konden zitten, zonder geven of nemen, een verhaal weven van de stilte
Ik begeef mij door diepe wateren. Moerassen gevuld met krokodillen, klaar om stukken uit mij te happen.
Ik geef mijn ribben aan God vraag om opnieuw te beginnen
Toen ik als kind op de grond viel werd er vaak een pleistertje met een of ander superheldenmotief op mij geplakt. Om de pijn te verzachten. Of ik mij nu zeer had gedaan of niet. Er werd ook dikwijls eens goed om gelachen, om de hele gebeurtenis te vergeten. En voor ik het wist was ik mee aan het bulderen. Ik ging gewoon weer voort met wat ik ook aan het uitspoken was in mijne wereld. Geen enkele tegenslag kon mij van de troon stoten. Geen enkele val kon mij uiteindelijk tegenhouden; geen enkel haar op mijn hele lijf dat dacht aan blijven liggen. En dan ben ik ouder geworden. En nu vraag ik mij af: waarom kan ik niet gewoon blijven liggen, en waarom komt er niemand naast mij liggen? Wie zal er mijn wonden komen hechten, nu er geen pleisters met superheldenmotief meer op passen. Wie zal er samen met mij om lachen, nu de grap eraf is?
Vertel mij over de dagen die in elkaar (over)vloeien en zich vermengen tot kleuren die ge niet herkent. Hoe ge in iets anders zou willen veranderen, maar dan wel niet weet in wat. Over de hoeveelheid deuren waar ge wel wilt aankloppen, maar ze toch de rug weer toekeert. En hoe ge desondanks toch weet dat er wel mensen zijn die u zouden binnenlaten, maar dat ge op het einde van de dag ook weer naar huis zou moeten. En dat dat nog zwaarder is dan de hele dag alleen te blijven. Zeg mij dat ge uzelf wel in het zicht wilt hangen als een schilderij, zodat iedereen u kan aanschouwen en kan zien dat ge uw plaats in de wereld wel waard zijt. Maar dat ge haat hoe een kader randen heeft en zijn inhoud gevangen houdt. Dat ge uzelf niet wilt beperken, maar dat dat een beperking op zichzelf is. Dus ge probeert om kant en wal te raken, in de hoop om door iemand opgepikt te worden. En zeg mij daarna dat ge wel weet dat ge zichtbaar zijt, maar dat ge uzelf transparant houdt. Want het is gemakkelijker om door u heen te laten kijken in plaats van iemand bij u naar binnen te laten kijken. Vraag mij dan waarom ge zoiets ook maar zou toestaan, er is toch niemand die dat zou willen doen. Laat staan daarna nog blijven. En natuurlijk weet ge ook wel dat ge onthouden wordt, maar dan toch als een krabbel; ergens in de zijkant van een notieboekje. Vertel het mij. Zeg het mij.
Er is mij altijd geleerd dat spoken niet bestaan. Dat er geen monsters onder bedden verstopt zitten en ook niet in kleerkasten. Geen duivels waar ge deals mee kunt sluiten om te krijgen wat ge wilt (om achteraf te beseffen dat ge om de tuin geleid zijt). Geen koningen die onmogelijke taken aan zwervers geven - (super)helden bestaan tenslotte niet. En er zijn ook geen ridders die draken moeten verslaan om het goud te krijgen en om te kunnen baden in het bloed om onkwetsbaar te worden. Geen tovenaars of heksen die toverdrankjes maken en nietsvermoedende voorbijgangers in kikkers veranderen. Wisten mijn leraars veel over het mythische land dat ik binnen in mij moest doorkruisen. Over de onmogelijke taken die ik gekregen heb; over de demonen die ik heb moeten overwinnen; over de held die ik moest worden.