Zo ziet samen vernieuwen eruit
Op de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT), die start op 27 januari, geeft ThiemeMeulenhoff een inkijkje in onderwijsvernieuwing. Bezoekers kunnen de laatste innovaties zelf uitproberen en een vertegenwoordiging van twintig pilotscholen voor persoonlijker leren vertelt over hun ervaringen met het platform Nextin en de dienstverlening van ThiemeMeulenhoff. Ik stelde directeur Eric Razenberg negen vragen over onderwijsvernieuwing.
Wat zien we van ThiemeMeulenhoff op de NOT?
“Een bezoek aan ThiemeMeulenhoff op de NOT wordt een belevenis. We willen bezoekers inspireren anders naar hun onderwijs te kijken en hen verrassen met bijzondere sprekers en nieuwe leerervaringen. Bezoekers kunnen bijvoorbeeld zelf ervaren hoe gepersonaliseerde leermiddelen werken. Die bestaan uit kleine eenheden content. Die content is slim gemetadateerd opgebouwd om in een digitale leeromgeving op maat te worden uitgeserveerd aan leerlingen. Al naar gelang de voortgang in het leerproces, het persoonlijk profiel van de leerling en de plaats in het leerproces, krijgt elke leerling een volgende stukje lesstof aangeboden.”
Wordt hier al mee gewerkt?
“De eerste twintig scholen zijn hier dit schooljaar mee begonnen, met in totaal 1500 leerlingen. Hun docenten worden begeleid bij de nieuwe werkwijze en de veranderende rol van leraar naar mentor. Elke dag wordt er geleerd hoe persoonlijker leren het onderwijs kan vernieuwen en verbeteren. Onze rol is om hen daarbij te ondersteunen, door het ontwikkelen van geschikt lesmateriaal, de doorontwikkeling van de leeromgeving Nextin en advies en begeleiding om hiermee om te gaan.”
Wat leren bezoekers van de NOT hiervan?
“We hopen scholen te inspireren om hun eigen onderwijsvernieuwing verder in te vullen. Want de vernieuwing moet gestalte krijgen op de scholen zelf, niet bij ons. Wij spelen slechts een ondersteunende rol als partner en begeleider. Er is een eerste groep van honderd pionierende scholen nodig die voor de rest van het onderwijs de weg vrijmaakt om ook in deze richting te bewegen. Daar willen wij graag mee samenwerken om te vernieuwen en veranderen.”
Hoe groot is de belangstelling?
“In onze optiek voorziet de eerste verschijningsvorm van persoonlijker leren met Nextin en onze dienstverlening in een grote behoefte op scholen. Wekelijks melden zich nieuwe scholen bij ons om deze innovatie ook uit te gaan proberen, vaak in de vorm van een eerste pilotproject met twee of drie klassen.”
Hoe ingrijpend is onderwijsvernieuwing op een school?
“Het is niet zo dat het roer drastisch omgaat. De meeste scholen zetten hierin zelfbewust en beheerst de eerste stappen. Wij waarborgen dat de beschikbare lesstof nog altijd curriculum dekkend is. Ook als iedere leerling daar op een eigen manier doorheen beweegt. Daarnaast kunnen docenten ingrijpen in het leerproces. Zij bepalen het tempo waarin zij de nieuwe werkwijze invoeren en houden de controle over het onderwijs dat zij aanbieden. De leeromgeving Nextin is daarmee een hulpmiddel dat docenten in staat stelt leren op maat aan te bieden in het tempo dat zij verkiezen.”
Worden alle vakken aangepast?
“Scholen die starten met onderwijsvernieuwing, beginnen vaak met een paar vakken in een beperkt aantal klassen. Op dit moment zijn de vakken Nederlands en Engels voor het voortgezet onderwijs beschikbaar voor gepersonaliseerd leren met Nextin. Naarmate de vraag naar geschikte content toeneemt, zal ook het aantal vakken groeien waarvoor deze content beschikbaar komt. Ons doel is binnen twee jaar in ieder geval de tien belangrijkste vakken van het voortgezet onderwijs in Nextin te kunnen aanbieden. En ook voor het primair- en het beroepsonderwijs wordt aan content gewerkt.”
Kunnen docenten deze veranderingen aan?
“De meeste docenten kunnen er snel mee uit de voeten, hoewel de nieuwe, gepersonaliseerde werkwijze een behoorlijke impact heeft op hun werk. Weliswaar verandert hun rol en ook de werkwijze in de klas, maar ze zijn enthousiast over de eerste resultaten. Wij horen docenten die zich beter voelen over hun rol en toegevoegde waarde. Zij kunnen hun rol als docent weer echt pakken dankzij de ondersteuning door de leeromgeving.”
“De eerste pilots met persoonlijker leren met Nextin tonen aan dat veel leerlingen efficiënter door de lesstof bewegen. De vernieuwde lesstof lijkt daarnaast beter aan te sluiten op hun belevingswereld. Hun motivatie en betrokkenheid neemt daardoor toe. Leerlingen zien ook dat er meer ruimte is voor individuele verschillen, dat leerprocessen op maat worden aangeboden en dat stof die al beheerst wordt niet eindeloos hoeft te worden herhaald. Komend schooljaar willen we deze leereffecten gaan testen via onafhankelijk onderzoek.”
Moeten alle scholen eraan geloven?