Spreekklieren
Ik heb een jongen uit Somalië leren kennen tijdens mijn opname in de psychose unit van de open afdeling.
Het leek alsof hij weinig vrienden had en kwam eenzaam over op mij. Als er veel mensen om hem heen waren praatte hij weinig. Wanneer we alleen waren kwamen zijn spreekklieren los. Met korte woorden en handen en voeten waren we aan het kletsen.
Zijn vader was overleden en zijn moeder en broertjes en zusjes woonden nog in Somalië. Hij was erg gelovig en bad zo vaak als dat hij kon.
Hij waste met zijn handen af. Dat vond ik grappig, Afwasborstels zijn echt iets westers. Als je kijkt naar het aantal bacteriën zijn afwasborstels vaak viezer dan handen. Toch gaf ik hem een afwasborstel toen ik hem zag afwassen met zijn handen. Hij pakte hem meteen aan en ging onverstoorbaar verder met afwassen.
Een vrouw die deelnam aan de deeltijdbehandeling zette vraagtekens bij zijn verblijfsvergunning. Ik werd heel boos van binnen. Ze had er nogal een handje van om in de slachtofferrol te duiken en in zwart en wit te denken. Ik zei tegen haar: ‘Een verblijfsvergunning krijg je in Nederland niet zomaar. Ook een psychose krijg je niet zomaar. Het gaat ons niks aan waarom hij een verblijfsvergunning heeft gekregen. Dan moet er echt wel heel wat aan de hand zijn, hoor.’
Zelfs al was hij een economische vluchteling, dan nog vind ik dat we ons land open kunnen stellen. Grenzen zijn een oud begrip. Wat is er mooier dan onze overvloed delen met anderen?
Hij had een mobiele telefoon waar hij zoals zoveel jongens van zijn leeftijd, veel mee bezig was. Heel soms belde zijn moeder vanuit Somalië, dus mocht hij vaak zijn telefoon aan laten staan. Hij praatte Arabisch en ik vermoedde dat hij soms gewoon met vrienden aan het kletsen was. Maar niemand die hem kon verstaan en hij kreeg bijna altijd het voordeel van de twijfel.
Het lijkt me zo moeilijk in een taal te spreken waarin je je emoties en gedachten niet goed weer kan geven.
Hij kreeg weinig bezoek tijdens zijn opname. Als het bezoekuur aangebroken was ging de verpleging met hem een spelletje doen. Hij hield van koude ranja uit de koelkast.
Hij was erg lang opgenomen. Hij geloofde in Arabische geesten. Op een begeven moment wilde hij stoppen met de deeltijdbehandeling voor mensen met een psychotische kwetsbaarheid. Ik snapte dat wel. Zijn behandelaar vond ik een erg nare man die flink verslaafd was aan nicotine. Hij rookte als een ketter. Hij sprak in mijn optiek zijn cliënten aan alsof het kleuters zijn.
Mohammed wilde weer naar school gaan, maar of dat uiteindelijk ook echt gelukt is weet ik niet. Hij slikte anti depressiva, maar hij vroeg niet om een nieuw recept als de pillen op waren.
Ik hoop dat hij hier een beetje rust kan vinden met lieve mensen om hem heen.














