We dachten eerst:kennis woont in rapporten,in grafieken met nette assenen besluiten met voetnoten.Maar toen schoof iemand aanmet modder aan de schoenenen een verhaal dat geen samenvatting kende.Een ouder,die zei: het gaat over míjn kind,en ineens werd de tafel groteren stiller tegelijk.Een jongere,die niet vroeg om oplossingenmaar om iemanddie bleef zitten.Een professional,die bekende dat regels…
Bij mythen denken we aan meeslepende verhalen over helden en monsters, vaak duizenden jaren oud, helemaal teruggaand op Vikingen en Romeinen. Als we over mythen spreken in het dagelijks taalgebruik, dan positioneren we de mythe tegenover de waarheid. De mythe is dan synoniem voor ‘onwaarheid’: dat wat is verzonnen versus de werkelijkheid. ‘Nepnieuws’ of ‘desinformatie’ tegenover de ‘harde feiten’. Een sterk verhaal versus ‘hoe het echt zit’. Verbeelding en fantasie gecontrasteerd met de objectieve en dikwijls ‘droge’ realiteit.
Maar wat als ik u zeg dat dit contrast helemaal niet hoeft te kloppen? Dat mythe en waarheid géén contrast vormen, maar juist complementair zijn? Elkaar niet bestrijden, maar aanvullen? Het zelfs zo is dat de mythe en de waarheid elkaar nodig hebben, als wij als mensen hier een zinvolle interactie mee willen aangaan? Als u zich laat meenemen op deze reis – om deze valse oppositie tussen mythe en waarheid te ontmantelen – zult u daarmee één van de grootste filosofische dilemma’s hebben opgelost.
Eerst zal ik uiteenzetten wat ik versta onder Waarheid.
Waarheid en waarheidsclaims
Stel dat iemand hierop zegt: “De waarheid is onkenbaar, omdat er in het grote geheel te veel variabelen bestaan dan voor een mens te overzien zijn.” Hij of zij doet op grond van een groot aantal variabelen toch een uitspraak, waarvan diegene stelt dat die klopt. Dit biedt afdoende grond om aan te nemen dat er op basis van een ander aantal variabelen óók andere kloppende uitspraken mogelijk zijn. Dit maakt het mogelijk om naar waarheid te zoeken binnen het grote geheel.
Als we stellen dat waarheid niet bestaat, stellen we in feite dat het waar is dat waarheid niet bestaat. Een bewering die zichzelf ondergraaft, zoals met stelligheid beweren dat er geen absolute zekerheden zijn. Wie meent dat de waarheid onkenbaar is, zet zichzelf dus klem in een onhoudbare positie. Hoe kunnen wij op een zinvolle manier praten over het onderscheid tussen objectief en subjectief, als je bij voorbaat zegt dat het onmogelijk is om in de positie van objectiviteit te komen: de positie van waaruit je die scheidslijn trekt?
Met andere woorden: om wat over de (on)kenbaarheid van waarheid te kunnen zeggen, moet je op een positie aankomen waar je subjectief van objectief kunt onderscheiden. Als je zegt dat alles en iedereen onvermijdelijk subjectief is, is die positie niet te bereiken. Wie beweert dat waarheid onkenbaar is, moet zijn gedachten alsnog formuleren alsóf hij waarheid claimt, om te kunnen worden begrepen. Je kunt de discussie verplaatsen naar waarschijnlijkheid, in plaats van waarheid, maar dan nóg moet waarschijnlijkheid de waarheid in mindere of meerdere mate overlappen, om minder of meer waarschijnlijk te zijn.
Relativisme en taligheid
Zelfs als ik geen controle over de wereld heb, dan vind ik mezelf terug in een positie waar ik met de wereld moet interacteren onder de aanname alsof ik wél controle over de wereld heb. Althans: ik moet aannemen dat de handelingen die ik verricht, ook de gevolgen teweegbrengen die ik nastreef. Met discussies over de waarheid is het ongeveer hetzelfde. Mensen die ervan uitgaan dat ze de waarheid kennen, hebben altijd sterkere claims, zijn meer authentiek gedreven, dan mensen die zich inzwachtelen met relativisme. Wie zich beroept op waarheid, moet immers ook sterke tegenargumenten kunnen trotseren, in plaats van claims te immuniseren tegen kritiek.
Wij kunnen de talige beschrijving van de werkelijkheid vergelijken met de werkelijkheid zelf. Dit maakt dat mensen hypotheses opstellen, toetsen, en vervolgens vervangen voor nog aannemelijkere hypotheses. Waarheid is géén functie van taal, want als je op die taligheid blijft hangen maak je jezelf kwetsbaar voor de taalspelletjes van linkse relativisten.
Links wenst de autoriteit van kosmische en universele wetten niet te erkennen. Voor hen kan een man tegelijk een vrouw zijn – zelfs de elementaire bouwstenen van de kosmische orde, chromosomen, worden aan de kant geschoven. Wiskundige wetmatigheden zouden 'racistisch' of 'imperialistisch' zijn. Linksmensen bouwen een bubbel van wensdenken waarin morele verontwaardiging op de plek komt van reality checks. Zij dwingen anderen om hun bubbel van wensdenken in stand te houden met belastinggeld. Links gaat niet uit van een confrontatie met feiten en de wetten van de logica, maar enkel van ‘consensus’, waarbij ze zich beroepen op de autoriteit van instellingen die ze zelf hebben gecorrumpeerd.
Links is dus niet uit op een discussie waarin de waarheid van een claim wordt getoetst aan de basisbouwstenen van rationeel intellect. Ze willen enkel hun morele autoriteit bevestigd zien en hiervoor worden de universele wetten van de logica terzijde geschoven.
Om dit alles te vermijden, definiëren wij waarheid als het overeenkomstig zijn van een uitdrukking van de werkelijkheid (zij het in woorden, gedachten of beelden) met de werkelijkheid zélf. In plaats van ‘uitdrukking’ mag u ook lezen: nabootsing. Het waarheid uitdrukkende medium hoeft niet talig te zijn. Het mag ook een tekening zijn of een uitdrukkingsvorm die in het heden nog niet voorhanden is. Waarheid is breder dan werkelijkheid, en omvat ook aspecten die met de huidige communicatiemiddelen nog niet te beschrijven zijn.
Dat wat de overeenkomst garandeert tussen de werkelijkheid en het materiële medium dat de werkelijkheid uitdrukt, is door Plato benoemd als het immateriële Idee. Stel iemand noteert een muzikale compositie. Het papier waar dit op staat vergaat en de persoon sterft. Een eeuw later noteert iemand precies dezelfde compositie. Er is geen materiële overdracht tussen beide componisten. Het is dus het immateriële Idee dat garandeert dat het gaat over de exact zelfde compositie.
Mythe
In mijn boek Huis van de Muze (2024) bespreek ik de Franse anarchist Georges Sorel (1847-1922) als voorloper op het vlak van de mythische scheppingskracht. Sorel benadrukte dat de wereld voortkomt uit arbeid en dat de richting van die arbeid wordt bepaald door mythes. Er is een gevoel, een beeld, een bepaalde visie van een eindbestemming, dat de arbeider richt bij elke slag die hij met zijn hamer uitvoert. In mijn boek worden stichtingsmythes geïllustreerd aan de hand van de lone wolf en de pionier: zij scheppen nieuwe mythen door hun sociaal-politieke structuren te verlaten.
Mythen zijn bepalend in de vorming van samenlevingen, zelfs als sociaaleconomische organisatievormen veranderen. Sorel stelt dat mythen de basis leggen voor maatschappelijk handelen. Mythen, als dragers van betekenis, zijn essentieel voor het begrijpen van de wereld en het scheppen van de kaders en context waarbinnen dat begrip mogelijk is. Woorden hebben namelijk slechts betekenis voor zover ze verwijzen naar weer andere woorden, zegt Joris Bouwmeester, met wie ik in Huis van de Muze brieven uitwissel. Hij stelt dat op de uiterste uiteinden van deze grote aaneenschakeling van betekenissen – dit web, dit netwerk – altijd mythe te vinden is en niets dan mythe… Ikzelf stel dat ieder geweven patroon rafelranden kent en dus ons talige web van betekenissen ook. De mythische kracht dringt binnen op het eindpunt van de taal.
Feiten zijn leuk en aardig, maar altijd ondergeschikt aan de mythe waarin ze hun plek krijgen: het wereldbeeld dat ze in een betekenisvol verband plaatst, en zo van waarde verschaft. Met wat duurdere woorden, krijgen feiten pas betekenis tegen het reliëf van een mythologische betekenishorizon. Want dezelfde feiten laten zich benutten voor uiteenlopende doelen, afhankelijk van de uitgangspunten waarmee deze feiten worden ingezet. Joris Bouwmeester schrijft:
“Zoals je met een hamer kunt repareren, maar ook kunt slopen, al naar gelang de intentie waarmee deze hamer wordt gehanteerd, zo ook laten feiten zich gebruiken op wijzen die allereerst bepaald worden door de richting die is ingezet. Het is deze richting waar het allemaal om draait, en zij wordt door mythen gegeven.” (blz. 97)
Niet het ‘hoe’, maar het ‘waartoe’ is dus van belang. Niet ‘welke regels gelden er’, maar: Waarom volgen we deze regels en geen andere? Mythen zijn dus onmisbaar voor het voortbestaan van culturen en volkeren. De huidige arbeidscultuur, met haar flexbaantjes, hangt weer vast aan een mythologie van de ‘self-made man’. De industriële samenleving bewijst dat het conditioneren van mensen ook een eigen mythos vergt. De compartimentalisering van tijd en arbeid die typisch is voor de economische inrichting van de moderne tijd, hangt weer samen met het horloge, de stoomfluit en de schoolbel. Gaandeweg hebben deze mythes zich ontwikkeld en zijn bepalend voor onze economische oriëntaties en ons verstaan van tijd.
Nieuwe mythes creëren
Het creëren van nieuwe mythen wordt niet altijd gewaardeerd: zowel de pionier als de lone wolf krijgen met tegenwerking en beproevingen te maken. Het is echter een cruciale taak die vaak gepaard gaat met het verwerpen van bestaande heiligdommen. Bij het vestigen van een nieuwe stichtingsmythe worden bestaande mythes getrotseerd om ruimte te maken voor nieuwe belevingen van de wereld, in overeenstemming met de levensfelheid van het individu dat wenst te scheppen.
Waar het aankomt op macht en politiek, vormen visies, verhalen en mythen de grondstof voor politieke energie. Joris en ik wisselen brieven uit over de vraag of we de spirituele genese van mythes aan AI moeten overlaten. Wij beroepen ons op de Muze – de godin van kunstzinnige inspiratie en mythische scheppingskracht – om een krachtige beeldentaal op te roepen die de Westerse cultuur moet herijken. Dit is nodig in het licht van opkomende uitdagingen, zoals de emancipatie van AI en de concurrentie met islam.
Waarheid en mythe komen samen
We keren terug tot het uitgangspunt van deze verhandeling: ik wil bewijzen dat waarheid en mythe niet met elkaar in concurrentie staan, maar samenstromen in synergie. Denk opnieuw aan het citaat van Joris Bouwmeester, waarin hij toelicht hoe iedere richting door een mythe is voorbepaald. Denk ook aan de vraag: “Wat is de waarheid?” Als de waarheid iets transcendents is, kan de mens dit dan ooit in zijn volledigheid bevatten?
In ieder geval kun je waarheid wat inkaderen, en met absolute zekerheid dingen zeggen als: “Jan kwam om kwart over drie het huis binnen.” Je weet of dit de waarheid is wanneer je weet wie Jan is, hoe laat het was en om welk huis het gaat. Hier wordt de waarheid behapbaar gemaakt door deze te filteren tot aspecten, zoals een persoon, locatie en tijd.
Een vraag die nu voor de hand ligt is of je de waarheid ziet, of slechts een deel van de waarheid, en of dit überhaupt tegenstrijdig en/of problematisch zou zijn. Je moet dit zien als een telescooplens die je op de horizon richt. De lens kadert het wat af, en beperkt wat je wel en niet kunt zien, maar dat wat je uiteindelijk kunt zien, is nog wel de waarheid.
Hier blijkt de waarheid iets transcendents, maar wat mensen hieruit putten, hoe mensen hiermee omgaan en op inspelen, wordt door mythen gestuurd. Alles valt samen in de uitspraak, dat de richting iets is dat is voorbepaald.
Mythe als richting, Waarheid als grondstof
De mythe is de telos – welke kant gaan we uit, wat putten we uit die waarheid en wat produceren we daarmee? Het antwoord op de vraag: hoe maken we die beelden relevant voor onszelf, komt uit mythe. Nu is de waarheid de grondstof van de realiteit en de mythe is de doelbestemming ervan. Mythe is dat wat iets relevant maakt voor de mens, en voor een andere vorm van scheppende intelligentie die vatbaar is voor verhalen en symbolen. Waarheid is de absolute, totale, actuele en eeuwige staat van het heelal, met inbegrip van alle geldige logische wetten en natuurwetten.
Het belang van deze uiteenzetting ligt daarin, dat in de Westerse wijsbegeerte en alles wat hieruit is voortgekomen, van oudsher waarheid en mythe tegenover elkaar werden gepositioneerd. Maar nu blijkt het anders te liggen, en zien we dat überhaupt de vraag, “waar richt je jouw oog op binnen het geheel van de waarheid?”, al is bepaald door de mythe. De tegenstelling tussen mythe en waarheid blijkt een valse tegenstelling, berustend op een begripsverwarring, alsof het zou gaan om een tegenstelling tussen fictie en non-fictie.
De suggestie is bijvoorbeeld dat “het journaal op de publieke omroep ons de waarheid vertelt” en de mythen niet. Dit blijkt niet te kloppen – het zijn de mythen die bepalen welke informatie überhaupt relevant voor ons is, en welke aspecten van het journaal blijven hangen. De mythe bepaalt welke uitgefilterde aspecten van de waarheid beantwoorden aan onze vragen en verlangens. De mythe bepaalt voor welke facetten van de alomvattende waarheid, de ontvanger openstaat.
Volg Sid Lukkassen via Telegram: https://t.me/SidLukkassen
Steun Sid Lukkassen via BackMe: https://sidlukkassen.backme.org
'Je kan je autistisch beschouwen, zelfs al heb je geen officiële diagnose' ... autisme en stellingen
Voor: Wie voor deze stelling is, benadrukt vaak het belang van zelfidentificatie en zelfperceptie. Autistische individuen hebben vaak unieke inzichten in hun eigen ervaringen en functioneren, waardoor ze zichzelf als autistisch kunnen beschouwen zonder externe validatie.
Late diagnostiek en moeilijke toegang tot diagnostiek vormen een tweede argument. Velen krijgen pas op latere leeftijd een…