Prosumptie: de consument en producent
Welkom bij mijn nieuwe blog! Vandaag schrijf ik mijn blog over prosumptie.
Futuroloog Alvin Toffler heeft de term: prosumer bedacht. Dit is een combinatie van de woorden producer en consumer. De consument wordt dus betrokken in het productieproces.
Mijn definitie van prosumptie verschilt dan ook niet erg met die van Alvin Toffler: de consument heeft een bijdrage in het productieproces. Een aantal voorbeelden van prosumptie zijn: - Schoenen van Nike die je zelf naar je eigen smaak kan ontwerpen en bestellen. - Web 2.0: de verandering in het internet is dat mensen interactief kunnen zijn. Iedereen kan zijn eigen content uploaden en kennis delen. - Tv-programma's waarbij de kijker interactief mee kan doen met het programma. Bijvoorbeeld spellen waarbij de kijker op een tablet ook de vragen kan invullen. - Dell: zat een tijdje in een dip en wilde veranderen. De oplossing? Dell vroeg haar klanten om advies wat er verbeterd kon worden. - Lays: een actie van het bekende chips-merk waarbij klanten hun eigen chipssmaak konden ontwerpen, waarbij een aantal in de schappen kwamen.
De consument is dus tegenwoordig veel actiever in contact met organisaties dan voorheen. Klanten kunnen nu zelf meer meedenken en beslissen. De consument van de 21e eeuw is daarom zeker niet een passieve 'couch potato', maar veel interactiever.
Een mediafragment die naar mijn mening de definitie van prosumptie onderbouwd is: https://www.youtube.com/watch?v=orjo0uNZFsk Zelfscannen bij de Albert Heijn. Hierbij heeft de consument een deel van de producent overgenomen. Er hoeft niet meer afgerekend te worden bij de kassa's, maar consumenten scannen zelf wat zij kopen en rekenen dit ook zelf af.
Stel je eens voor. Ik ben een redacteur van een magazine, waar ligt dan de verhouding tussen een hobbyist en een professional? Ik denk dat ik als professional wel mijn baan zelf blijf beoefenen, maar ik zou soms wel bijvoorbeeld acties houden met wat de hobbyisten ergens van vinden voor creatieve reacties die ik kan verwerken in mijn werk. Ik zou het dus niet helemaal laten afhangen van de hobbyisten, maar een mening of een idee op zijn tijd van geïnteresseerden is altijd goed.
Natuurlijk zijn er altijd personen die zaken goed of slecht vinden. Ook over het web 2.0 zijn de meningen verdeeld. De een vindt het een toevoeging, de ander vindt het negatief voor de samenleving. Zo ook Andrew Keen: een Amerikaanse ondernemer, criticus en auteur. Andrew vindt dat het web 2.0 de scheiding tussen een professional en een hobbyist verkleind, wat een bedreiging is voor de cultuur en creativiteit. Websites zoals Wikipedia die door iedereen kunnen worden bijgehouden vindt hij uit den boze: het is amateuristisch en de informatie wordt niet bijgehouden door professionals. Met deze mening ben ik het oneens. Ik vind het juist goed dat iedereen de kans krijgt om zijn of haar mening te uiten. Interactief kunnen zijn over onderwerpen die jou interesseren. Het geeft een grote kans voor mensen om meer met elkaar verbonden te raken: het is namelijk helemaal niet raar meer als je met een vriend uit China chat.
Als ik denk aan prosumptie in combinatie met de toekomst, dan denk ik dat dit alleen maar zal versterken. De consument krijgt steeds meer te zeggen in het productieproces en zal ook steeds belangrijker worden. Daarom is het ook erg belangrijk (naar mijn mening) dat bedrijven hier goed op inspelen en niet achter raken.
Sommigen zeggen dat een consument steeds meer wordt gezien als een producent van zichzelf. Ik ben het daar wel mee eens. Tegenwoordig kun je steeds beter jezelf uiten door middel van kleding bijvoorbeeld. Vroeger had je een schooluniform, nu kleed je jezelf hoe jij dat zelf wilt, en dat is oké.
Hoe denk jij over prosumptie? Vind je dat goed of juist slecht voor de samenleving? Ik hoor het graag, tot volgende week!
Bron: Wikipedia Bron: Youtube








