Ik voel me soms gevangen. Vastzitten. Onzichtbare kettingen die me vastgenageld hebben aan de grond terwijl ik eigenlijk hoor te zweven. Rond te dwarrelen en te ontdekken. Rond te springen als een jong hert door het pas natgeregende bos. Ketens houden me vast, op die ene plek die ik niet verlaat. De plek die ik niet verlaten kan.
Zo nu en dan kom ik los. Heb ik wat meer speling weten te creëeren, wellicht heb ik er een schakel of twee tussen weten te plaatsen. Op die momenten geniet ik volop. Vooral omdat ik weet dat die momenten niet lang duren, zo over zijn. Met al mijn kracht neem ik de beelden in me op, hopend dat ik het nooit meer zal vergeten. En dat gebeurt ook niet. Vreemd eigenlijk.
Iemand anders kan die stalen zware ketting niet zien. Soms denk ik aan vroeger. Het brengt een lach op mijn gezicht. Onbezorgdheid, plezier en alles was makkelijk. Hoe kan dat zo snel omdraaien?
Ik ben sterk. Sterk genoeg om me met al mijn wilskracht vast te houden aan die nieuwe rauwe ontdekkingen. Dingen die ik nooit eerder gezien heb, maar zo wanhopig graag wil blijven onthouden. Ik ben sterk. Sterk genoeg om die ketting langer te kunnen maken, speling te creëeren en iets meer bewegingsvrijheid te bemachtigen.
Ik ben sterk.
Sterk genoeg om me zelf aan de grond vast te houden.
Verandering is moeilijk. Vertrouwd zijn is heerlijk. Verrassingen zijn vreselijk en veiligheid is aantrekkelijk. Toch moet er meer zijn. Ik weet wat ik wil. Ik zet elke dag de deadline. Ik zet elke dag een stap in de goede richting. Ik trek elke dag een beetje harder aan mijn mentale ketting die naar de vaste grond leidt. Vergelijkbaar met een corrigerende tik. Want stel je voor het gaat fout.
Stel je voor mensen lachen je uit.
Stel je voor je maakt een fout.
Stel je voor mensen vinden je niet leuk.
Stel je voor je bent niet goed genoeg.
Stel je voor je hebt geen talent.
Stel je voor niemand kijkt naar je.
Stel je voor je tijd is op.