Openbaar of niet?
“Iedereen in Nederland heeft de vrijheid om een school op te richten“
Hoe richt ik een basisschool op? Ik heb nagedacht over de inhoudelijke aanpak, de doelgroep, een missie en een visie. Het leek mij vervolgens voor de hand te liggen om een openbare school op te richten, maar gaandeweg ben ik er achter gekomen dat het voordeel, bekostiging door de overheid, ook een aantal nadelen en inherent daaraan onmogelijkheden met zich meebracht. Ouders zochten in het verleden daarom vaak hun toevlucht tot het algemeen bijzonder onderwijs (artikel 23), maar ik denk dat de tijd misschien wel rijp is voor particulier onderwijs.
Openbare scholen worden per definitie door de overheid bekostigd. Openbare scholen vallen bovendien onder een bestuur wat verantwoording moet afleggen aan de overheid. Aan de bekostiging van openbare scholen zijn een aantal voorwaarden verbonden, zoals de stichtingsnorm. De stichtingsnorm is gebaseerd op het aantal inwoners per vierkante kilometer in de gemeente of het stadsdeel en is een afspiegeling van het type scholen wat er al in die gemeente is. Onderdeel van de stichtingsnorm is bovendien dat nieuwe scholen binnen 5 jaar na de start van de bekostiging de stichtingsnorm moeten halen, anders is het tevens de opheffingsnorm. Enerzijds klinkt het logisch: er wordt pas een nieuwe school bekostigd, wanneer het aantal aanwezige scholen onvoldoende plekken biedt voor de bevolking in dat gebied. Anderzijds betekent dit meteen de eerste drempel voor een school die op basis van een innovatieve pedagogische visie wordt opgericht: er is simpelweg geen plek voor innovatie zolang het een afspiegeling moet zijn van het bestaande aanbod, wat bovendien in volume voorziet in de vraag.
Bekostiging
Een ander obstakel wordt vreemd genoeg gevormd door de bekostiging zelf. De bekostiging van scholen wordt geregeld via een lumpsum bedrag, gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school op de peildatum (1 oktober) heeft. Beginnende scholen kunnen daarnaast rekenen op een starbekostiging om de startkosten (minder leerlingen, meer kosten) mee op te vangen. De gemeente bekostigd ten slotte de kosten aan onderhoud voor de gebouwen, eventuele nieuwbouw en dergelijke. Bekostiging door de overheid betekent natuurlijk ook dat deze mag bepalen waaraan wel en waaraan geen geld mag worden besteed. In het lumpsum bedrag wordt wel degelijk rekening gehouden met de verwachte gemiddelde personeelskosten en de afschrijvingsperiode voor zaken als meubilair en apparatuur. Erg veel vrije ruimte om de lumpsum te besteden hebben schooldirecties daardoor niet. Elke andere vorm van financiering voor onderwijsactiviteiten, bijvoorbeeld sponsoring van een vakdocent culturele- en kunstzinnige vorming (een van de pijlers van de 24-uursschool), wordt al weer ingewikkelder: in veel gevallen mag het gewoon niet. Werken in functionele groepen en dus niet in grote klassenverbanden (een ander uitgangspunt van de 24-uursschool) is eigenlijk onmogelijk gezien de vooronderstellingen met betrekking tot personeelsbeleid in de lumpsum. Ook de vrijwillige ouderbijdrage mag niet aan onderwijsdoelstellingen, zoals kleinere groepen of een extra docent, besteed worden.
Normen
Aan de bekostiging van het onderwijs zitten bovendien ook inhoudelijke beperkingen. Er worden bijvoorbeeld: normen gesteld voor het aantal uren Engelse les wat mag worden gegeven op basisscholen, wat kan leiden tot absurde situaties.
Algemeen bijzonder onderwijs
Om deze redenen kozen in het verleden veel ouders die zich niet konden vinden in het openbaar onderwijs er voor om een algemeen bijzondere school op te richten. Dit zijn openbare scholen met een eigen bestuur. Deze scholen moeten ook voldoen aan de stichtingsnorm, worden ook gefinancierd door de overheid, maar hebben meer zeggenschap over de inhoudelijke invulling van hun onderwijs, denk bijvoorbeeld aan Vrije scholen en Jenaplan scholen. Meer informatie over Algemeen bijzonder onderwijs is hier te vinden.
Particulier onderwijs
De hele procedure om een openbare school te starten is dus ingewikkeld en duurt lang (om je een idee te geven kijk hier). Bovendien is het uiteindelijk onmogelijk om een school op te richten als de gemeente bepaald dat er in een bepaald gebied al voldoende scholen zijn. Een derde optie is daarom om te kiezen voor particulier basisonderwijs. Dit worden ook wel B3-scholen genoemd. Deze scholen worden niet gefinancierd door de overheid, mogen een eigen invulling geven aan hun onderwijs en hebben per definitie een eigen bestuur. Particuliere scholen mogen les geven aan leerplichtige leerlingen zolang ze door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zijn erkend. Deze erkenning is afhankelijk van de mate waarin de school aan de kwaliteitsvoorwaarden voor het onderwijs in Nederland voldoen. Dit wordt voor alle vormen van onderwijs gecontroleerd door de onderwijsinspectie. Deze richt zich op:
De kerndoelen: deze geven per vak aan wat scholen de kinderen aan kennis, inzicht en vaardigheden moeten bijbrengen.
Opleidings- en bevoegdheidsvereisten voor docenten
De medezeggenschap van ouders en leerkrachten (in dienstverband)
Elitescholen
Particulier onderwijs roept associaties op met elite onderwijs en uitsluiting, maar ik denk dat particulier onderwijs misschien wel het antwoord kan zijn op de wurggreep waarin de overheid en openbare scholen elkaar houden. Alle normen en eisen die er aan openbaar onderwijs worden gesteld, maken onderwijsinnovaties en nieuwe onderwijsvormen moeilijk te realiseren, zo niet onmogelijk. Wanneer je als school er van overtuigd bent dat creatief denken de cognitieve ontwikkeling stimuleert en wanneer je meer dan vier uur per week Engelse taalles wil geven omdat het ook de Nederlandse taalontwikkeling stimuleert, dan kan je het nog knap moeilijk krijgen binnen de normen van het bekostigingsbeleid. Binnen het huidige klimaat waarin de overheid moet bezuinigen en tegelijkertijd strengere normen stelt voor het onderwijs, is het volgens mij veel meer van deze tijd om te zoeken naar andere mogelijkheden voor financiering, bijvoorbeeld vanuit het bedrijfsleven.
Grote vraag is dan natuurlijk wel: hoe financier je het onderwijs zodanig dat het laagdrempelig is en toegankelijk voor alle doelgroepen. Dat is een proces wat ik in het vervolg van mijn blog op een later moment hoop te kunnen beschrijven..












