Show & Tell

ellievsbear
Monterey Bay Aquarium
sheepfilms

tannertan36
official daine visual archive
No title available
ojovivo
"I'm Dorothy Gale from Kansas"
TVSTRANGERTHINGS
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH

Andulka

★

❣ Chile in a Photography ❣
Cosmic Funnies
cherry valley forever
No title available
Stranger Things
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ
Cosimo Galluzzi

seen from United States

seen from Canada

seen from Kenya
seen from Kenya

seen from Kenya
seen from Kenya
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from Bangladesh

seen from Germany
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from Mexico
seen from United States
seen from United States
seen from United States
@mireillevandenberg-blog
Factsheet van Talentfabriek010
Klik hier voor de factsheet van Talentfabriek010.
Talentfabriek010
Talentfabriek010 heeft nu zijn eigen website
Volg ons ook op facebook Natuurtalent en Femme Fabrique en via twitter @talentfabriek
Bekijk het jaarverslag van femme fabrique hier.
Echt gebeurd!
"Mevrouw, uw haar is groen!, dat had u niet gezegd toen u reserveerde, dat u raar haar had."
"... Raar? Ik vind mijn haar helemaal niet raar, en groen is niet echt de juiste kleur. Ik vind het eigenlijk wel leuk..."
"Mevrouw, uw haar is groen en het is raar. Daarmee kan u hier niet gaan zitten. Ik zou u die tafel kunnen aanbieden, bij de andere rare mensen, maar die zit vol. Sorry!"
"...Maar ik heb geen raar haar, ik vind het mooi zo. Waarom kan ik niet naar binnen, er is daar toch nog plek, ik heb gereserveerd: daar kan ik toch zitten?"
"Mevrouw, ik heb u al gezegd: uw haar is raar, en het is groen. Normaal hebben wij een heel tolerant beleid voor mensen met raar haar, maar er zit natuurlijk wel een limit op: twee op een avond, anders weet ons personeel ook niet meer hoe ze er mee om moeten gaan. We hebben al twee rare mensen binnen: één met rare kleren en één die een beetje hard praat. Kunt u zich voorstellen in zo'n vol restaurant, nog iemand die raar is erbij? Wij bepalen hier wat raar is, het is ons restaurant en uw haar is groen."
"...Maar mijn haar is niet raar en ik zou het zeker niet groen noemen, ik kreeg laatst nog een compliment. Uw mensen hoeven toch niet de hele tijd naar mijn haar te kijken? Ik kan ook een muts opzetten, geen probleem, dan heeft u al helemaal nergens last van. Waarom mag ik niet naar binnen?"
"Mevrouw, wij bepalen hier wat raar is en wat groen is. U heeft niet verteld dat u raar groen haar had. Als u dat bij uw reservering had verteld, hadden wij u kunnen boeken aan de tafel voor rare mensen, maar daar zitten nu al twee rare mensen en vol is vol! Het spijt me een andere keer bent u welkom, wij zijn heel tolerant voor rare mensen en hebben daar ook een heel goed beleid voor, maar de limit is twee!"
"...Maar die mensen daar, die hebben ook een muts op, mogen die dan gewoon naar binnen? Misschien hebben die ook heel raar haar?"
"Waar? Ik zie geen raar haar mevrouw. Wij bepalen hier wat raar is en wat niet. Deze mensen hebben misschien wel een muts op, maar ik zie geen raar haar, dus er is niets aan de hand."
"...en als ik dan een muts op doe?"
"Ja maar mevrouw, dan heeft u nog steeds raar haar. Wij weten dat u raar haar heeft. Een muts helpt niet. Helaas, jammer, wij zijn heel tolerant voor mensen met raar haar, maar voor u hebben we geen plaats: vol is vol!"
Echt gebeurd
Misschien klinkt dit verhaal een beetje vreemd, maar het is echt gebeurd. Zo gaan scholen in Rotterdam met kinderen om. Kinderen worden gelabeld als zorgleerling, ongeacht hun functioneren en zonder informatie in te winnen over dat kind. Een kind wat prima met zijn beperking om kan gaan, krijgt op deze manier een handicap. Wordt vervolgd...
Het stempel 'zorgleerling'
Mijn dochter van 11 zit in groep 8. Samen met haar heb ik een middelbare school uitgezocht. Het wordt het Technasium van een grote school voor voortgezet onderwijs in Rotterdam Kralingen. In eerste instantie was ik niet zo voor, want groot en onpersoonlijk. Gaat ze dat wel redden zo een nummertje in de massa zijn, maar na de open avond in oktober was ik om: integraal onderwijs, planning van de vakken, niet alles tegelijk, maar langzaam opbouwen zodat het kind niet overspoeld wordt. En dat Technasium: checkpoint, maar dan op school! Geweldig!
Bij het intake gesprek liep dan ook alles op rolletje, dochterlief was wat verlegen, maar dat is normaal. Totdat ik in mijn naïviteit vermelde dat in groep 4 Asperger bij haar was geconstateerd. Ik zag alle luiken dichtgaan. De dame van de intake klapte dicht, stotterde dat ik dat in het aanmeldingsformulier had moeten zeggen en nog wat meer... En dat had ik nou juist niet gedaan om een reden: mijn dochter functioneert prima! Als je het niet weet, vind je haar misschien wat stug, ze kan zich misschien niet direct inleven in jouw situatie, maar met voldoende voorbereiding gaat ze fluitend naar school. Ze heeft vriendinnetjes en doet goed mee in de groep. Voor spannende zaken als een schoolkamp of een uitvoering van de circusschool, waar ze ook op zit, draait ze haar hand niet om. Kortom: ze zit prima in haar vel.
Twee dagen later kreeg ik een e-mail van de school in Kralingen. Het kwam er in grote lijnen op neer dat omdat ik eerder niet had vermeld dat mijn dochter een indicatie heeft (heeft ze niet), ze nu niet meer geplaatst kan worden op het Technasium, omdat daar de max van 2 zorgleerlingen al bereikt is. Op mijn verzoek om contact op te nemen met de basisschool waar ze nu zit om informatie in te winnen over haar functioneren in de klas werd niet meer ingegaan. Mijn dochter was van nu af aan een zorgleerling en daarvoor gelden bepaalde protocollen en regels.
Waar ik nou zo boos van wordt, is dat ik sinds groep 4 weet wat er met mijn kind aan de hand is. Doordat ik dat weet heb ik haar de structuur kunnen geven die ze nodig heeft. Mede daardoor functioneert ze op school zo goed. De school is geïnformeerd, maar meer ook niet. Die lijn wilde ik voortzetten. Daarom zijn we vroeg aan het kiezen van een middelbare school begonnen en dacht ik haar goed voor te kunnen bereiden op de overstap. Deze school heeft nu besloten om zonder verder informatie in te winnen bij mij of bij haar school, mijn dochter uit te sluiten omdat zij problemen voorzien. Dit alles is gebaseerd op mijn opmerking dat ze in groep 4 een diagnose Asperger heeft gehad, meer informatie hebben ze niet.
Wij moeten nu in februari gaan besluiten of we dan maar een andere school gaan uitzoeken, of misschien voor de b-keuze gaan: de gewone havo-vwo van die school volgen. Maar ja: dit is Rotterdam, je hebt het niet voor het kiezen. Zo gaat het openbaar onderwijs dus met kinderen om die zij kennelijk kwetsbaar achten: die zet je gewoon nog meer op achterstand.
Het gaat om Mo en Yassin
Vorige week zat ik incognito bij een overleg van de Taskforce jeugdoverlast. De naam kriebelde en maakte nieuwsgierig, zeker toen mij verteld werd dat er oplossingen bedacht zouden worden voor jongeren in de wijk. 'Onze wijk', wel te verstaan, nee preciezer: de wijk waar HotspotHutspot is gevestigd. HotspotHutspot is een initiatief om met jongeren uit de wijk in een leegstaand winkelpand, op een leuke manier te koken met producten uit de eigen moestuin een eindje verder op aangelegd op braakliggend terrein. De jongeren hebben een leuke activiteit, zijn met eten bezig, wat universeel is en krijgen een gezonde maaltijd op de koop toe. 's avonds kunnen buurtbewoners voor € 7,00 een drie gangen menu krijgen, gemaakt en tot op de tafel verzorgd door de jongens en meisjes van de straat. Het resultaat is overweldigend: jongens en meisjes zijn blij dat er eindelijk wat te doen is in de wijk en staan in drommen klaar om mee te koken, ze beleven succeservaringen omdat ze zien waar ze toe in staat zijn en jongeren en buurtbewoners leren elkaar op een positieve wijze kennen en groeten elkaar tegenwoordig op straat.
Waar was ik: oh ja, de Taskforce Jeugdoverlast dus, die hadden oplossingen voor de jongeren in de wijk, of eigenlijk voor hun ouders. Dit prikkelde, omdat wij ons niet bewust waren van een gesprek tussen de Taskforce en de jongeren of hun ouders. De Taskforce bestaat uit jongerenwerkers, buurtvaders, de wijkagent, de school en een buurtregisseur. Allemaal staan ze in direct contact met ofwel de kinderen, ofwel hun ouders. Tijdens het overleg bleek echter dat niet deze mensen, die precies weten wat er speelt en om wie het gaat, met de oplossingen kwamen. De oplossingen kwamen van de dames van de deelgemeente en het CJG, die, u voelt het al: deze kinderen nog nooit gezien hadden, hun ouders niet kenden en geen idee hebben wat er precies speelt op straat.
Overlast is een probleem voor de deelgemeente, mensen klagen en de middenstand is ontevreden, je wijk komt slecht uit de statistieken en is daardoor onaantrekkelijk voor nieuwe ondernemers en nieuwe bewoners. Dit alles komt niet ten goede van de lokale economie. Overlast moet dus verholpen worden. Als er overlast is van jongeren in een wijk, dan zul je dus de ouders erbij moeten betrekken, hen tijdens een informatieavond moeten uitleggen dat het CJG cursussen heeft om met pubers om te gaan. Zo krijgen de ouders meer grip op hun puberkinderen en zal de overlast afnemen. Aldus redeneert de deelgemeente.
Als je echter nog nooit bent komen kijken hoe het is om in een wijk te wonen waar helemaal niets te doen is en waar de kinderen wel veel op straat zijn, omdat het in de krappe huisjes voor de grote gezinnen met elkaar niet uit te houden is, dan moet je denk ik als deelgemeente heel voorzichtig zijn om weer een smak geld en energie te gaan stoppen in oplossingen die niet de juiste zijn en die om de verkeerde redenen worden ingezet.
In de keuken van HotspotHutspot staan een aantal van de 'overlastgevende' jongeren te werken. Ze vinden het fijn om bij Hotspot te zijn omdat ze veel leren en lekker bezig zijn. De jongens hebben al menig applaus van de gasten in ontvangst mogen nemen en weten nu dat ze een vervolgopleiding willen gaan doen: iets met koken, maar ook hele andere richtingen. Ze zijn gemotiveerd omdat er mensen staan die in hun geloven en op hun vertrouwen. Ze weten: hier gaat het gewoon om Mo of om Yassin en niet om cijfers en statistieken over overlastgevende jongeren.
Mo en Yassin gaan een goede toekomst tegemoet en zij zullen weer van waarde zijn voor de wijk. Zij krijgen straks misschien wel kinderen en met alles wat zij nu hebben geleerd, gaan zij die kinderen hopelijk motiveren en stimuleren om het beste uit zichzelf te halen, omdat dat goed voelt en omdat ze het kunnen.
Klik op de link en kijk wat voor ideeën wij hebben over differentiatie in het onderwijs, wat we bedoelen met Persoonlijk onderwijs zonder labels en Excelleren op je eigen niveau.
Even geen onderwijs nu...
Op de weg van huis naar werk zie ik ze weer staan, schuilend voor de regen of druk discussiërend in de zon. Veel ouderen, veel bekende gezichten, veel mannen, maar ook wat nieuwe gezichten: jonge Marokkaanse jongens, een oudere vrouw en bij de supermarkt een lange jonge Antilliaanse jongen. Grauw strak gezicht, droge kapotte lippen. Tot voor kort waren ze er niet meer en ineens zijn ze er weer.
Leefbaar Rotterdam riep een paar jaar geleden dat het toch echt niet meer kan: die daklozen in de stad. Slecht voor het straatbeeld en niet goed voor de veiligheid. Dat moest anders. Het ging ze misschien niet per se om het welzijn van de mensen zelf, maar het lukte wel: in een korte tijd waren veel daklozen van de straat en hadden ze een (niet altijd zinvolle) dagbesteding. Er werden positieve resultaten behaald met de psychische en lichamelijke gezondheid en een paar jaar lang was het eigenlijk normaal dat er geen daklozen op straat waren.
Drie jaar crisis later zit er een oudere mevrouw met een winkelwagentje op het bankje voor mijn huis. Ik vraag haar niet of ze binnen wil komen. Op weg naar het vliegveld kom ik in de metro langs een slapende jongen: 16 jaar hooguit. Die middag vertel ik aan studenten van de South bank University over de gevolgen van de crisis voor de sociale sector in Rotterdam. Ik vertel ze over de jongen in de metro en hoe gechoqueerd ik ben over het feit dat ik doorloop omdat ik mijn vliegtuig moet halen.
Ik bel mijn vader. Ik heb hem net een postpakket gestuurd met 10 kg aan boodschappen. Ook aan hem is de crisis niet ongemerkt voorbij gegaan: hij heeft geen geld meer voor eten, maar stemt nog altijd VVD. Dat deed hij immers vroeger ook.
De jonge Antilliaanse jongen bij de supermarkt vertelt me dat hij niet kan gaan stemmen omdat hij geen paspoort meer heeft. Wie stemt er op een partij die zijn belangen zal behartigen. Welke partij behartigt zijn belangen eigenlijk?
Drie jaar crisis heeft veel vangnetten voor de zwakste in de stad kapot gemaakt. Waarom gaat het hier niet over tijdens de verkiezingen? Is het niet zo dat de beschaving van een volk wordt afgemeten aan de manier waarop het met de zwakste in de samenleving omgaat?
Spongebob weet hoe het moet
Weten wat iemand kan, haalbare doelen stellen, opknippen in stappen, positieve feedback geven en tenslotte je mijlpalen vieren!
Kijk hier hoe hij dat doet.
Geïntegreerde leerlingenzorg
Ik wil een school oprichten. Dat moet natuurlijk wereldkundig gemaakt worden. Wat mij het meest heeft getroffen, zijn de reacties van ouders en leerkrachten die zelf ervaring hebben met de, noem ze maar niet doorsnee kinderen. Hoewel dat natuurlijk een onzin term is, want wie is er wel doorsnee.
Veel ouders en leerkrachten zijn het afgelopen jaar waarin ik aan de 24-uursschool heb gewerkt met hun persoonlijke verhalen naar mij toegekomen. Dat was en is nog steeds voor mij de grootste motivatie om mijn plan door te zetten omdat er uit blijkt hoeveel behoefte er is aan een nieuwe basisschool waarin de leerlingenzorg een integraal onderdeel is van het onderwijs. Dus waarin de zorg niet losgekoppeld wordt van het onderwijs, immers: een moe kind, waar het niet goed mee gaat, dat wordt gepest of honger heeft, kan niet optimaal profiteren van de aangeboden onderwijsactiviteiten. De leerkracht heeft als doel ieder kind les te geven, maar weet op basis van zijn kennis over het kind de stof op een passende wijze aan te bieden.
Natuurlijk komt mijn initiatief ook voort uit persoonlijke ervaringen. Mijn lieve dochter is ook zo’n niet doorsnee kind en via haar ben ik met andere ouders van niet-doorsnee kinderen in contact gekomen en voor je het weet realiseer je je pas hoe ontzettend veel niet-doorsnee kinderen er zijn. Kinderen waar de school zich eigenlijk geen raad mee weet en die dus eigenlijk niet het onderwijs krijgen wat ze verdienen. Sommige van die niet-doorsnee kinderen zitten zelfs op 8-jarige leeftijd thuis, omdat de school ze niet kan bieden wat ze nodig hebben. Die zitten daar een ontzettende hekel aan school, juffen, meesters en andere kinderen te krijgen, terwijl ze eigenlijk nog maar net zijn begonnen.
Al schrijvende begin ik het een steeds stommer woord te vinden: niet-doorsnee…
In mijn visie zouden de niet-doorsnee kinderen voor leerkrachten de uitdaging in het onderwijs moeten zijn: de reden waarom ze ooit aan het onderwijs zijn begonnen. Dit zijn de kinderen waarin je al je kennis, vaardigheden en kwaliteiten kwijt kunt. Een kind wat om welke reden dan ook gestimuleerd moet worden om te ontdekken dat het zoveel meer kan dan wat het zelf dacht. Ontdekken dat je ergens goed in bent en dan als kind steeds meer vertrouwen in je eigen kunnen krijgen. Zorgen dat kinderen leren dat ze in staat zijn nieuwe dingen te doen, zodat ze hun grenzen kunnen verleggen en op den duur bij tegenslag alleen nog maar gemotiveerd zijn om het nog een keer te proberen. Dat lijkt mij nou het mooie van onderwijzer zijn.
En natuurlijk zijn die groepen groot, en natuurlijk gaan sommige kinderen in eerste instantie in de weerstand, maar daar ben je toch leerkracht voor, om dat een plek te geven in de klas?
Afgelopen weekend las ik in het NRC een voorbeeld van hoe in Finland al via de selectie van de leerkracht de kwaliteit van het onderwijs wordt gegarandeerd en hoewel het misschien niet zaligmakend is wat de Finnen doen: het geeft wel stof om over na te denken. De leerkracht op de basisschool kan de belangrijkste persoon zijn die je in je hele leven tegenkomt. Het kan de persoon zijn die je motiveerde om meer te willen weten, die je liet zien dat je meer kon dan je dacht of die je bevestigde dat je goed bezig was. Het kan echter ook de persoon zijn die jou niet accepteerde, die jou al aan het begin van je schoolcarrière liet merken dat je niets kan, die jou onzeker maakte, die er voor zorgde dat jij niet meer naar school wil en dan ben je nog maar net begonnen.
Geïntegreerd leerlingenzorg is een van de pijlers van de 24-uursschool, maar zou dat eigenlijk voor het hele onderwijs moeten zijn.
Ik wil een basisschool oprichten...
...Niet omdat ik alleen maar ontevreden ben met het huidige aanbod en niet omdat ik denk dat ik beter kan wat bestaande scholen doen, maar omdat ik denk, nee overtuigd ben dat het ‘anders’ moet en kan.
De school zou een afspiegeling moeten zijn van onze maatschappij en jonge kinderen de bagage en vaardigheden moeten meegeven die zij in hun toekomst nodig hebben. Om dat te kunnen, moeten scholen bereid zijn om met hun tijd mee te gaan en nieuwe toepassingen (ik heb het bijvoorbeeld over ICT) ook bereikbaar maken voor hun leerlingen.
Daarnaast ben ik er van overtuigd dat scholen een belangrijke pedagogische functie hebben, gericht op het leren ontdekken en verder ontwikkelen van talenten van kinderen. Dat mis ik in bestaande scholen, waar al vroeg wordt vastgesteld of een kind een A, B, C, D, of E niveau heeft. Ieder kind, ook een traag, lastig of heel stil kind, heeft een talent. Door het kind succeservaringen te geven, wat kan als je diens talent kent, kan je het kind aanmoedigen zich op andere gebieden ook te ontwikkelen en zodoende te excelleren op zijn eigen niveau. Dat betekent dus niet dat in elk kind een Mozart, Kasparov of Einstein schuilt, het betekent wel dat je alle kinderen kunt uitdagen hun grenzen te verleggen en zichzelf te verbeteren, ook als dat kind op een lager dan gemiddeld niveau zit, door ze te leren dat ook zij succes kunnen hebben.
Tenslotte speelt er nog een ander motief. De gemiddelde school functioneert nog als honderd jaar geleden van half negen tot half drie en zelfs overblijven tussen de middag is niet voor elke school een vanzelfsprekendheid. Ook in de vakanties is nog nauwelijks iets veranderd met de tijd waarin de kinderen nog vrij moesten zijn rond de oogsttijd (zie ook hier), zodat ze op het land konden meehelpen.
Mijn partner en ik hebben beide wisselende werkroosters, onregelmatige werktijden en dus ervaring met stugge schooltijden en kinderopvangregimes. Regelmatig zijn de vaste kinderopvangdagen niet de dagen waarop we moeten werken en moeten we voor die dagen ook nog eens oppas regelen. Als zelfstandig ondernemer is het vaak hollen of stilstaan. Met schoolgaande kinderen is dit eigenlijk niet te combineren. Het veroorzaakt zoveel onrust in het gezin, dat je soms wel eens vergeet om gewoon te genieten van je gezin en van je werk. Altijd speelt op de achtergrond de vraag: hoe doen we dat met de kinderen? Na een lange nachtdienst je kind om kwart voor acht ’s ochtends wegbrengen of vanaf drie uur BSO, oppas, buurvrouw, strategische speelafspraakjes, opa en oma of toch hals over kop uit het werk. Om ons heen zie ik alleen maar ouders die met dezelfde problemen kampen, vooral voor alleenstaande ouders is het plannen, plannen en nog eens plannen en dan mag er niets fout gaan in de planning!
Een school die flexibel omgaat met de lestijden en de vakanties, waar de kinderen na school kunnen worden opgevangen en die op afspraak avond of nachtopvang biedt voor ouders met onregelmatige werktijden biedt hierin een uitkomst. Het beeld dat kinderen dan voortdurend op school zitten is onjuist omdat de kinderen vanuit de buitenschoolse opvang ook gewoon hun sportactiviteiten en speelafspraakjes kunnen hebben: halen en brengen, het hoort er allemaal bij. Het resultaat is dat je op je vrije dagen je kind gewoon lekker thuis hebt en dat er veel meer rust is rondom het kind en het gezin.
Het idee van de 24-uursschool komt eigenlijk hieruit voort, maar ik wist meteen dat ik ook de kwaliteit van het onderwijs een belangrijke rol wilde geven: kleine klassen, hoge kwaliteit van onderwijs met een belangrijk rol voor ICT en persoonlijke leerplannen. Alle leerlingen, maar juist ook die leerlingen die onder of bovengemiddeld scoren, hebben hier baat bij.
Openbaar of niet?
“Iedereen in Nederland heeft de vrijheid om een school op te richten“
Hoe richt ik een basisschool op? Ik heb nagedacht over de inhoudelijke aanpak, de doelgroep, een missie en een visie. Het leek mij vervolgens voor de hand te liggen om een openbare school op te richten, maar gaandeweg ben ik er achter gekomen dat het voordeel, bekostiging door de overheid, ook een aantal nadelen en inherent daaraan onmogelijkheden met zich meebracht. Ouders zochten in het verleden daarom vaak hun toevlucht tot het algemeen bijzonder onderwijs (artikel 23), maar ik denk dat de tijd misschien wel rijp is voor particulier onderwijs.
Openbare scholen worden per definitie door de overheid bekostigd. Openbare scholen vallen bovendien onder een bestuur wat verantwoording moet afleggen aan de overheid. Aan de bekostiging van openbare scholen zijn een aantal voorwaarden verbonden, zoals de stichtingsnorm. De stichtingsnorm is gebaseerd op het aantal inwoners per vierkante kilometer in de gemeente of het stadsdeel en is een afspiegeling van het type scholen wat er al in die gemeente is. Onderdeel van de stichtingsnorm is bovendien dat nieuwe scholen binnen 5 jaar na de start van de bekostiging de stichtingsnorm moeten halen, anders is het tevens de opheffingsnorm. Enerzijds klinkt het logisch: er wordt pas een nieuwe school bekostigd, wanneer het aantal aanwezige scholen onvoldoende plekken biedt voor de bevolking in dat gebied. Anderzijds betekent dit meteen de eerste drempel voor een school die op basis van een innovatieve pedagogische visie wordt opgericht: er is simpelweg geen plek voor innovatie zolang het een afspiegeling moet zijn van het bestaande aanbod, wat bovendien in volume voorziet in de vraag.
Bekostiging
Een ander obstakel wordt vreemd genoeg gevormd door de bekostiging zelf. De bekostiging van scholen wordt geregeld via een lumpsum bedrag, gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school op de peildatum (1 oktober) heeft. Beginnende scholen kunnen daarnaast rekenen op een starbekostiging om de startkosten (minder leerlingen, meer kosten) mee op te vangen. De gemeente bekostigd ten slotte de kosten aan onderhoud voor de gebouwen, eventuele nieuwbouw en dergelijke. Bekostiging door de overheid betekent natuurlijk ook dat deze mag bepalen waaraan wel en waaraan geen geld mag worden besteed. In het lumpsum bedrag wordt wel degelijk rekening gehouden met de verwachte gemiddelde personeelskosten en de afschrijvingsperiode voor zaken als meubilair en apparatuur. Erg veel vrije ruimte om de lumpsum te besteden hebben schooldirecties daardoor niet. Elke andere vorm van financiering voor onderwijsactiviteiten, bijvoorbeeld sponsoring van een vakdocent culturele- en kunstzinnige vorming (een van de pijlers van de 24-uursschool), wordt al weer ingewikkelder: in veel gevallen mag het gewoon niet. Werken in functionele groepen en dus niet in grote klassenverbanden (een ander uitgangspunt van de 24-uursschool) is eigenlijk onmogelijk gezien de vooronderstellingen met betrekking tot personeelsbeleid in de lumpsum. Ook de vrijwillige ouderbijdrage mag niet aan onderwijsdoelstellingen, zoals kleinere groepen of een extra docent, besteed worden.
Normen
Aan de bekostiging van het onderwijs zitten bovendien ook inhoudelijke beperkingen. Er worden bijvoorbeeld: normen gesteld voor het aantal uren Engelse les wat mag worden gegeven op basisscholen, wat kan leiden tot absurde situaties.
Algemeen bijzonder onderwijs
Om deze redenen kozen in het verleden veel ouders die zich niet konden vinden in het openbaar onderwijs er voor om een algemeen bijzondere school op te richten. Dit zijn openbare scholen met een eigen bestuur. Deze scholen moeten ook voldoen aan de stichtingsnorm, worden ook gefinancierd door de overheid, maar hebben meer zeggenschap over de inhoudelijke invulling van hun onderwijs, denk bijvoorbeeld aan Vrije scholen en Jenaplan scholen. Meer informatie over Algemeen bijzonder onderwijs is hier te vinden.
Particulier onderwijs
De hele procedure om een openbare school te starten is dus ingewikkeld en duurt lang (om je een idee te geven kijk hier). Bovendien is het uiteindelijk onmogelijk om een school op te richten als de gemeente bepaald dat er in een bepaald gebied al voldoende scholen zijn. Een derde optie is daarom om te kiezen voor particulier basisonderwijs. Dit worden ook wel B3-scholen genoemd. Deze scholen worden niet gefinancierd door de overheid, mogen een eigen invulling geven aan hun onderwijs en hebben per definitie een eigen bestuur. Particuliere scholen mogen les geven aan leerplichtige leerlingen zolang ze door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zijn erkend. Deze erkenning is afhankelijk van de mate waarin de school aan de kwaliteitsvoorwaarden voor het onderwijs in Nederland voldoen. Dit wordt voor alle vormen van onderwijs gecontroleerd door de onderwijsinspectie. Deze richt zich op:
De kerndoelen: deze geven per vak aan wat scholen de kinderen aan kennis, inzicht en vaardigheden moeten bijbrengen.
Opleidings- en bevoegdheidsvereisten voor docenten
De medezeggenschap van ouders en leerkrachten (in dienstverband)
Elitescholen
Particulier onderwijs roept associaties op met elite onderwijs en uitsluiting, maar ik denk dat particulier onderwijs misschien wel het antwoord kan zijn op de wurggreep waarin de overheid en openbare scholen elkaar houden. Alle normen en eisen die er aan openbaar onderwijs worden gesteld, maken onderwijsinnovaties en nieuwe onderwijsvormen moeilijk te realiseren, zo niet onmogelijk. Wanneer je als school er van overtuigd bent dat creatief denken de cognitieve ontwikkeling stimuleert en wanneer je meer dan vier uur per week Engelse taalles wil geven omdat het ook de Nederlandse taalontwikkeling stimuleert, dan kan je het nog knap moeilijk krijgen binnen de normen van het bekostigingsbeleid. Binnen het huidige klimaat waarin de overheid moet bezuinigen en tegelijkertijd strengere normen stelt voor het onderwijs, is het volgens mij veel meer van deze tijd om te zoeken naar andere mogelijkheden voor financiering, bijvoorbeeld vanuit het bedrijfsleven.
Grote vraag is dan natuurlijk wel: hoe financier je het onderwijs zodanig dat het laagdrempelig is en toegankelijk voor alle doelgroepen. Dat is een proces wat ik in het vervolg van mijn blog op een later moment hoop te kunnen beschrijven..
Hoe richt ik een school op?
Op 5 april 2012 publiceerde de Onderwijsraad een advies voor verruiming van artikel 23. Dit artikel stelde de afgelopen 100 jaar ouders in staat om op basis van hun levensbeschouwelijke of religieuze oriëntatie, zelf een school te stichten en was dus van groot belang voor de vrije keuze van onderwijs. Met het advies van 5 april wil de raad dit recht op het stichten van scholen op basis van een levensbeschouwelijke overtuiging ook mogelijk maken voor scholen op basis van pedagogische visie en nieuwe levensbeschouwelijke overtuigingen in ons land. Vrijheid van onderwijs nieuwe stijl.
De Raad heeft hiermee heel goed aangevoeld wat er speelt in de samenleving, want het wemelt op dit moment van de initiatieven van ouders om nieuwe scholen op te richten die beter passen bij de huidige samenleving, omdat ze flexibelere tijden en vakanties willen, ICT meer willen integreren in het onderwijs of gewoon uit onvrede over het huidige onderwijsaanbod.
Sinds een jaar ben ik zelf ook bezig om een school op te richten: de 24-uursschool. In deze periode heb ik veel contacten gelegd met mensen die al ervaring hebben met het stichten van een school of vanuit een bestaande school onderwijsinnovaties hebben doorgevoerd. Ik heb veel adviezen, steun en harten onder de riem gekregen. Aan al deze mensen heb ik ook gevraagd of zij een draaiboek hebben gemaakt van het veranderproces en wat ze daarin hebben meegemaakt. Geen van de pioniers die ik heb gesproken had dit gedaan.
Jammer en een gemiste kans, want hoewel de overheid het stichten van scholen op basis van een pedagogische visie eenvoudiger wil maken, loop je als relatieve buitenstaander tegen nog heel wat obstakels op. Zelf ben ik ook zo’n ‘relatieve buitenstaander’ in het onderwijs. Ook al heb ik als moeder twee kinderen in het basisonderwijs en ben ik als voorzitter van de MR van hun school jarenlang nauw betrokken geweest bij het onderwijs. Ook al ben ik gepromoveerd, sociaal ondernemer en onderzoeker en werkzaam als onderwijsmanager in het hoger onderwijs: ik heb geen Pabo-opleiding gedaan en ben geen onderwijskundige.
Omdat er toch heel veel, boeiende, inspirerende motiverende, maar ook verschrikkelijk demotiverende en frustrerende zaken op je pad komen als je een school wil stichten, zal ik de komende tijd regelmatig schrijven over mijn ervaringen. Ik hoop dat anderen hier hun voordeel mee kunnen doen en dat mensen willen reageren. Aan het eind van het verhaal hoop ik dat mensen die een school willen stichten, mijn bevindingen als naslagwerk kunnen gebruiken en zich beter kunnen voorbereiden op wat ze te wachten staat.