Misbaksels, vroeger moest je er voor naar de kermis, tegenwoordig kun je ze vanuit je luie stoel bekijken, gewoon thuis voor de buis. Bij SBS6 hebben ze namelijk ijdele hoop hun hachje er mee te redden. Springend van een duikplank, vallend van een schans of zwalkend op het ijs worden ze ten tonele gevoerd. Hoe troostelozer het geval, des te liever ze het hebben. Voor SBS6 is de grootste kneus niet groot genoeg; hoe groter de kneus, hoe minder hij kost.
In de natuur zie je nauwelijks kneuzen. De enige die ik me voor de geest kan halen, is de reuzenpanda. Wat een zielenpoot is dat! Dat beest kan, en doet, ècht niets anders dan bamboe vreten en een beetje zielig kijken. Dat hij nog bestaat, hebben we alleen, en dan ook echt alleen, aan het wereldnatuurfonds te danken. De solitair levende misbaksels kunnen zich namelijk niet eens fatsoenlijk voortplanten. Mevrouw bamboebeer heeft namelijk maar twee dagen in het jaar zin, ergens in mei om preciezer te zijn, daarna is het weer uit met de pret. Als meneer dus niet op tijd is, scoort hij twaalf pandapunten, verder niets. Gek hè, dat je dan dreigt uit te sterven?! En u en ik maar lappen voor dat beest. Dat er naast de reuzenpanda weinig andere kneuzen in de natuur te vinden zijn, is te verklaren: de meeste zijn uitgestorven. Voor kneuzen is er geen niche, pech!
Het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het leven kent geen plan, op geen enkel niveau. De verschillende individuen en de diversiteit aan diersoorten zijn in hoge mate het resultaat van toeval. Vaak een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek. De evolutie ontwikkeld de modellen, de natuur rekent met ze af. Vroeg of laat, de kneuzen voorop, dat staat vast. Wie niet bestand is tegen de grilligheid van de natuur gaat er aan. Wie hem weet te trotseren mag blijven. Wie het best past domineert.
Toch heeft geen soort het eeuwige leven. Gemiddeld is het na 10 miljoen jaar afgelopen. Meestal door selectie en eens in de zoveel tijd door een allesvernietigende ramp . Van alle soorten die ooit op de aarde hebben geleefd is naar schatting 99 procent uitgestorven. Sommige in het harnas, de meeste als mislukkeling. Niet in staat zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden zijn zelf de meest dominante soorten verworden tot schlemiel. Je zou er zo een programma mee kunnen vullen.
Voor het moment dat de mens zichzelf buiten de natuur plaatste, had de natuur het alleen recht op selectie. Daarna moest hij het delen. De mens maakte nieuwe soorten, maar maakt er nog meer kapot. En nog steeds. De eerste vermoedelijke slachtoffers waren de wolharige mammoet en de wolharige neushoorn (Coelodonta antiqitatus), maar ook bij de teloorgang van de holenbeer en het reuzenhert (Megaceros giganteum) lijkt de mens een vinger in de pap te hebben gehad. De toch al noodlijdende megafauna van de mammoetsteppe (klimaatveranderingen) kreeg door overbejaging het laatste zetje. Ter verdediging van dit delict kunnen we aanvoeren dat de mens niet beter wist. Het was een inschattingsfout. Waarom hielden de reuzen van de mammoetsteppe geen stand, terwijl die in Azië en Afrika dat wel deden. Tenslotte werd ook daar gejaagd. Waarschijnlijk omdat de mens in het noorden pas na het ontstaan van de megafauna zijn intreden deed, waardoor in deze gebieden de dierenwereld geen tijd heeft gehad zich op de mens in te stellen. Een probleem waar thans veel soorten mee kampen.
Met zijn enorme voetafdruk vertrapt de mensheid de laatste natuurlijke biotopen; een opmaat naar de volgende massa-extinctie. Goed nieuws voor een ieder die zeldzame dieren wil zien, verder een droevige gedachten. En nu is er geen excuus!
Gelukkig zijn er ook beesten die eieren voor hun geld kiezen. Opportunisten en pioniers die zich klaarmaken voor de nieuwe natuur. Een natuur waarin ieder soort zich schikt naar de wereld van de mens. In afwachting van betere tijden over 9720000 jaar.