Ik geef het soms niet graag toe in deze moderne wereld, maar ik ben christelijk. Ik geloof dat er een kracht is, een God, machtiger dan heel de schepping tezamen, die met ons in zit. Het klinkt misschien belachelijk voor velen, maar ik verzeker je dat het geloof in God eigenlijk juist heel logisch is. Het ziet er gewoon niet zo favorabel uit onder de microscoop. Net zoals de omvang van de sterrenzeeën van de kosmos absurd klinkt, als je je hele leven met je voeten aan de grond vast plakt.
Veel mensen die ik ken geloven in de wetenschap. Ik ook. Voor de treinen en de auto’s te doen rijden. Voor de vliegtuigen in de lucht te houden en mijn internetverbinding mogelijk te maken. Voor ziektes te bestrijden, bosbranden te stoppen, mensen te redden... Maar ik geloof niet in de wetenschap voor visie of wijsheid. Er is iets leugenachtig aan wetenschap. Niet een opzettelijke leugen, maar iets dat we snel vergeten: dat we maar mensen zijn. Met behulp van wetenschap proberen wij de wereld te begrijpen in zijn meest absolute termen. De vraag die ik me dan stel is of we dat überhaupt wel kunnen. Begrijpen we echt hoe de kosmos kolkt? Of maken wij vooral onszelf dat wijs? Het is bijna alsof wij met de wetenschap ons voordoen als iemand anders. Als iets niet menselijks, iets veel slimmer en logischer dan wij. We proberen om met wetenschap geen mens meer te zijn en dat vind ik een tikkeltje roekeloos.
Wat wij leren uit de wetenschap is van onschatbare waarde, maar het leidt vaak tot de illusie dat we alles begrijpen en alles kunnen. Het geeft ons een vals zelfvertrouwen. Iedereen die ik ken die van wetenschap houdt, is ook overtuigd dat men ooit andere planeten gaat koloniseren en uiteindelijk het hele melkwegstelsel gaat bevolken. Ik ben sceptisch. Dat idee helpt misschien de echte wetenschap te stimuleren, maar in mijn ogen is het eerder sciencefiction dan wetenschap. Het is niet dat die planeten daar niet zijn. Het is niet dat wij er niet zouden kunnen geraken als we het echt wouden. Het is niet dat we die werelden, of onszelf, niet genoeg zouden kunnen aanpassen om er te leven. Een ander ruimtewezen ergens ver weg kan het zeker doen; de melkweg bevolken.
Maar ik denk niet dat wij het kunnen. Niet omdat we het vermogen niet hebben maar omdat de mens niet de juiste ziel heeft. De mens is maar een mens. De mens wil op de Aarde staan. Gaan wandelen in het park. Netflix kijken. Handel drijven. Zijn kinderen grootbrengen. Zijn hond strelen. Naar de regen luisteren. Aan kampvuren zitten. Verhalen vertellen. Verhalen maken. Lachen. Dromen. Zelfs wanneer de mens de ruimte in wil is het voor onrealistische, dromerige doelen. Mensen willen naar Mars om het te koloniseren; mensen willen naar Mars om van Mars weer een Aarde te maken. Maar de Aarde is er al en ze is prachtig. Hoeveel gedesillusioneerde generaties van zielige volkeren gaan daar op Mars moeten zwoegen vooraleer Mars uiteindelijk Aarde wordt? Zou de mens niet al lang opgeven tegen dan? Als de kolonisten zelf niet opgeven dan zeker wij, de aardelingen met onze voeten op de saaie grond. Wanneer het volk hier wat wijzer wordt en uiteindelijk beseft dat Mars koloniseren betekent dat mensen in holen onder de grond moeten leven in een radioactieve stofwoestijn, stoppen ze misschien ook met er geld tegenaan te gooien.
Of misschien blijven ze dromen. Dat kan ik hen niet kwalijk nemen, maar aan de andere hand is dat juist het spijtige: dat mensen op Mars wegkwijnen zodat wij kunnen verder dromen. Nee ik geloof niet dat de wetenschap alleen ons kan wijs maken. Christendom alleen ook niet. Ik denk dat wijsheid juist uit wrijving komt. Zoals de wrijving tussen wetenschap en religie. De wrijving tussen vooruitgang en ethiek. De wrijving tussen liefde en haat. Wijsheid komt uit ideeën en overtuigingen die beproefd worden. Misschien ben ik daarom nog steeds gelovig in deze moderne wereld: zodat ik twee concepten kan hebben in mijn hoofd die helemaal niet overeen komen. Zodat ik uiteindelijk ze allebei wel moet negeren, om dan zelf mijn conclusies te trekken. Zodat ik mijn eigen koppige ideeën kan hebben, te groots voor de wetenschap en zelfs te groots voor God.
En ik heb het liever zo. Eugenetici hebben al hele volkeren uitgemoord in de naam van de wetenschap. Homofoben blijven tot op de dag van vandaag minderheden wegcijferen in de naam van God. Laffe mannen verwijzen naar biologie om de onderdrukking van vrouwen goed te praten. En ruggengraatloze sektes overtuigen tieners om zichzelf op te blazen voor heilige glorie.
Ik voel me veiliger voor de invloed van dat soort mensen. Geen enkele idioot met een diploma kan mij onzin wijsmaken door wat verwarrende wetenschappelijke termen af te ratelen. Geen enkele klootzak in een jurk kan mij onzin wijsmaken door mij stukjes Bijbel te herkauwen.
Althans dat hoop ik. Ik blijf ook maar een mens. Ik wil ook de sterren zien. Ik wil zo graag de sterren zien. En ik vrees ook voor onze zielen. Ik hoop dat alle mensen diep van binnen goed zijn. En ik droom. Ik droom elk uur van elke dag.