
seen from Australia
seen from China

seen from Malaysia
seen from Syria
seen from China
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Romania

seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Germany

seen from Chile
seen from Ukraine
seen from China
seen from China
seen from Germany

seen from Malaysia
seen from United States
Een strook landbouwgrond wordt omringd door woestijn nabij Kayyam, Verenigde Arabische Emiraten, ongeveer 145 km ten zuidwesten van Abu Dhabi. Dit gebied maakt deel uit van de Liwa Oase, een gebied waar dadelpalmen worden geteeld aan de rand van de Rub' al Khali woestijn. Aangezien het in de VAE gemiddeld 12 dagen per jaar regent en er minder dan 1% akkerland is, wordt er in dit gebied op grote schaal gebruik gemaakt van druppelirrigatie en kassen.
Just Arrived! Wrought Iron Beauties! ● Belgium Woestijnroos Garden Planter with Original Tag ● Pair of Victorian Wall Planters ● Hanging Planter Baskets Wire Chain Not Included* Only at @antiquesandthingsabq Ask for Booth 86 @the8thhouseart #wroughtiron #wrought #iron #wroughtironwork #wroughtirondesign #woestijn #woestijnroos #belgium #belgium🇧🇪 #belgiumdesign #belgiumfurniture #victorian #victoriangarden #garden #gardening #plants #abq #albuquerque #albuquerquenm #albuquerquenewmexico #abqliving #abqtrue #oneabq #abqig #abqlove #shopabq #shoplocalabq #abqig #abqvintage #antiquesforsale #antiquing (at Antiques and Things) https://www.instagram.com/p/CcZWdgJuvRs/?igshid=NGJjMDIxMWI=
... Gorgeous sunset at the end of super hicking day in sand dunes ... #desertlife #desert #sahara #çöl #deserto #woestijn #désert #пустыня #gurun #desierto #padangpasir #pustynia #wüste #ørken #öken #사막 #沙漠 #砂漠 #صحراء #divine_deserts #desertdweller #sunset #sunlight #sanddunes #hicking #trecking #desertnature #desertlandscape #desertdaze #deserthiking (at Bayada) https://www.instagram.com/p/CE6oOGaFbjm/?igshid=5t2sk3jq1skl
De acacia in de Bijbel
De acacia in de Bijbel
categorie : religie
Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acacia een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanne’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als…
View On WordPress
Godenmoord II
Preus ging weer recht staan toen Skah niet meer ver was.
“Preus! Een indrukwekkendere monsterjager kan er niet zijn!” riep Skah terwijl hij met open armen naar Preus toe stapte.
“Gewoon omdat hij me bewonderd wilt niet zeggen dat ik hem moet leuk vinden.” Zei Preus op gedempte toon tegen Boek.
“Dat is waar.” Zei Boek. “Maar hou hem aan je zijde.”
“Je hebt mijn mesruggen verpulvert! Knappe prestatie ik geef het toe!” Zei Skah “Ik hoop dat je niets tegen mij hebt na dit entertainend schouwspel. Uiteindelijk was jij begonnen.”
Preus richtte zijn diviniet-boog naar Skah en Skah kwam tot een stop.
“Geef mij één reden waarom ik je niet zou vermoorden.” Zei Preus dreigend. “Ik heb er vier.” Zei Skah terwijl hij een gelijk aantal vingers in de lucht stak. “Ten eerste, als je mij dood moet je het hele dorp achter mij doden. Niet enkel omdat het hele dorp je zal aanvallen, maar ook om ze uit hun leiden te verlossen want die stakkers zijn niets zonder mij. Dat is niet al te goed voor je geweten.” Skah wierp een vluchtige blik op de stukken mesrug die rond hen heen lagen en voegde nog toe: “Als je dat hebt, tenminste.”
“Ten tweede, je kent de weg uit deze woestijn niet. Ik ben momenteel de enigste persoon die vrijwillig je gids wilt zijn. Je wilt niet weten hoe zeer de anderen jou tot een alternatief avondmaal willen verwerken. Zij waren nogal gehecht aan deze dieren.”
“Ten derde, ik ben veel te knap om te sterven en dat kun jij niet ontkennen.”
Skah knipoogde.
“Maar vooral, ten vierde: ik heb een bod voor jou.”
“Wat voor een bod?”
“Ik ben geïnteresseerd in een bondgenootschap tussen ons. Je ziet zelf waarom.”
“Ik zie wat jij er aan hebt, maar wat heb ik er aan.”
Skah lachte op maniakale wijze.
“Skah bezit bijna de helft van Deze Landen.” Vertelde Boek terwijl Skah lachte. “Elke stervende vlakte tussen de oases en steden is deel van zijn rijk. Deze kleine nederzetting is één van de vele dorpjes die aan Skah soldaten uitleent in de ruil voor voedsel en bescherming. Met Skah als bondgenoot kan je zorgeloos door de woestijnen dwalen zonder beroofd te worden.”
“En dat vertel je me nu pas.” Zei Preus geïrriteerd.
Boek grinnikte, en Skah haalde een rol perkament vanonder zijn kleed.
“Teken dit, en jij en ik kunnen tezamen plezier maken!” zei hij. “Oh! Ik zie dat je al een pen hebt.”
Preus nam het perkament aan en bekeek de vreemde symbolen die het vel vulden.
“Ik kan hier niets van lezen.” Zei Preus op een onverstaanbare toon.
“Je moet het niet lezen, je moet het ondertekenen.” Zei Boek. “De inkt is achter je in het zand aan het schrijven.”
Preus keek achter zich en zag daar de kop van één van de mesruggen liggen waar het rode bloed nog steeds in dikke klodders uitdroop.
“Dat is gestoord.” Mompelde Preus terwijl hij naar het kadaver stapte. “Wie weet wat voor valse onzin heeft Skah in dit contract geschreven?”
“Ik weet,” zei Boek “en ik verzeker je dat de leugens en listen op dat vel zelfs in de buurt komt van mijn geraaskal.”
“Waarom wil je dan dat ik het onderteken?”
“Alle vallen en ongelukken waar jij blindelings inloopt, maken jou miserabeler, zieker, gekker en dodelijker. Het zijn ook de kleine dingen die jou tot de genade moordenaar maken die je hoort te zijn.” Zei Boek.
“Ik haat je.”
“En ik hou van die haat.” Lachte Boek
Preus dopte zijn pen in de wonde en met rode letters schreef hij zijn signatuur op het contract. Hij stapte terug naar Skah die ongeduldig en enthousiast zat heen en weer te wippen.
“Wat heb ik zonet gedaan?” zei Preus tegen zichzelf.
“Wegen geopend.” Zei Boek.
“Naar wat voor ellende leiden die wegen?”
“Wat is nog zinvol aan plotse en directe chaos als jij je al op voorhand overal zorgen over maakt?”
“Getekend.” Zei Preus tegen Skah terwijl hij het afgaf.
Skah stak het weg en liet vervolgens een klodder slijmerig speeksel in zijn handpalm vallen. Hij stak zijn hand uit. Enigszins gedegouteerd schudde Preus hem de hand waarop zowel Skah als Boek synchroon begonnen te lachen. Goede Goden, help mij! dacht Preus in zichzelf.
Preus werd naar het dorp gebracht. Boek bleef aan de lijken staan. Misschien om als het valse wezen dat hij is, grinnikend toe te kijken op de woestijnmensen die op Skahs bevel het gif opvingen. Preus werd gewassen, gekleed en gevoed. Niet lang na Preus’ exotische maaltijd werd hij uit het tenten complex gehaald omdat Skah erop aandrong om tezamen ‘een ontspannende wandeling’ te maken. “Uitrusten kan je terwijl je loopt.” Had Skah gezegd. Preus kreeg een object dat leek op een kapotte verrekijker, dat om zijn nek werd gehangen. Skah droeg ook zo'n ding om zijn nek. Te voet wandelden ze van het dorpje weg met twee. Ze hadden geen rugzak mee. Geen voedsel, water of voorraad. De zon leek alsof hij op elk moment zou beginnen zakken en aan de avond zou beginnen, maar het bleef even licht…
Na een tijd verdween het dorp achter hen, en aan de horizon verscheen een stoffige waas. Een zandstorm. Toen die zandstorm duidelijk in het beeld was, stopten ze.
“Zij die niet in de woestijn leven, verwarren zandstormen vaak met het weer. Het spektakel dat je voor je ziet is nochtans op geen manier te vergelijken met de milde wind en de zandverplaatsing waarvan je misschien eerder getuige was. In dit geval is het niet de wind die het zand doet stijgen. Het is het zand dat de wind doet waaien. Een zandstorm, een echte zandstorm zoals degene die nu op ons af raast, leeft.” Vertelde Skah.
“Komt het op ons af?” vroeg Preus.
“Oh ja!”
“Het lijkt niet in beweging.”
“Laat je niet bedriegen, het gaat zo snel dat het lijkt stil te staan.”
“En wat gaan wij doen?”
“Genieten van de krachten van de woestijn!”
“Wij gaan hier blijven staan totdat de zandstorm de lucht rondom ons in schuurpapier verandert en we sterven.” Vertaalde Boek.
“Daar komt het op neer.”
“Waarom?”
“Er zijn een paar dingen in Deze Landen waar je niet enkel van mag horen. Sommige dingen moet je met je eigen ogen zien, of anders heb je niet geleefd. Dingen zoals zonsopkomst, zonsondergang, een regenboog, de golvende bewegingen van de zee, de geboorte van een kind, de verwekking van een kind, de zuivere kleur van bloed, de genadeloosheid van een slangenbeet, de dood van een vijand, de manier waarop een spin een vlieg uit haar web plukt en verslind, de-” “Wat je daar opnoemt zijn geen dingen die ik wil zien. Daarbij, ik heb ooit een boek gelezen, en sindsdien weet ik met zekerheid dat ik genoeg heb gezien van Deze Landen.”
“Sta mij toe om die mening te veranderen.” Zei Skah.
Een lichte bries stak op, direct gevolgd door een krachtige windstoot. Het zand onder hun voeten ritselde over elkaar.
“Het begint.” Zei Skah met een tevreden zucht, en hij zette de vreemde verrekijker voor zijn ogen.
“Zet je bril op.” Zei Skah.
Preus luisterde en zette zijn “bril” op. De storm leek te versnellen, en vloog plots op hen af. Preus slikte en probeerde zich voor te bereiden op wat hem te wachten stond. Maar hij kreeg de tijd niet.
De twee mannen schreeuwden van pijn toen een muur van kolkend zand aan een ongekende snelheid tegen hun lichamen werd gegooid. Preus zijn hele lichaam deed zeer en uit reflex sloot hij zijn ogen. Het zand schuurde als gek langs zijn huid en creëerde een hete en pijnlijke sensatie. Preus sloot met moeite zijn mond, omdat hij voelde hoe het glazuur van zijn tanden werd geraspt als hij schreeuwde. Toen zijn eigen stem was uitgedoofd, hoorde hij hoe Skah’s pijnkreet zich omzette in een gestoorde bulderende lach. Hij wist niet waarom Skah zou lachen (behalve dan het feit dat Skah gestoord was), tot als hij zijn ogen opende.
Terwijl de wereld rondom hem bewegelijker werd dan alles dat hij ooit gezien had, werd het binnen in Preus plots heel stil. Preus zag hoe het zand onder hem opsteeg en in slierten door de lucht begon te scheuren. Hij voelde hoe de bodem onder hem werd weggeblazen, en hoe hij tegelijkertijd naar achter werd geblazen. Hij voelde de hitte die werd veroorzaakt door de wrijving van het zand met de lucht. Hij zag de vonken en vlammen die ontstonden door de lucht klieven. Van onder het zand dat de bodem verliet, kwamen rollende rotsen tevoorschijn die rakelings langs Preus voorbij gingen. Preus zag ook skeletten en wapentuig van onder het zand tevoorschijn komen, om daarna ook mee genomen te worden door de wind. Ook Boek kwam vanuit het zand gedoken, en raasde Preus voorbij. Zijn woorden bleven bij Preus achter.
“Al voor duizenden jaren liggen de dode slagvelden onder de woestijnen. De gevechten van onze voorouders, en diens voorouders. Vergeten door de mens, verstopt door het zand.”
Preus probeerde zich steviger in de steeds dalende bodem te zetten, omdat de wind plots veel harder begon te waaien, en harder bleef waaien. Vurige linten van zand schoten voorbij en sloegen tegen Preus’ lichaam. Preus hield zich in om niet opnieuw te schreeuwen van de pijn. Skah’s gelach werd luider, de wind waaide nog harder. Preus werd onmogelijk hard achteruit geduwd in het zand. Elektrisch geknetter schoot langs hem, gevolgd door een bliksemschicht die over zijn hoofd voorbij kronkelde. Na een grote knal verdween de schicht en werd Preus bekogeld met brokken rokend glas. Preus voelde zijn vel openscheuren. Nu was hij zeker: hier stierf hij.
Maar dan was het plots voorbij.
Heel even stonden Preus en Skah midden in een lege vlakte, omsingeld door zand. Het was windstil. Grote witte sprinkhanen sprongen en vlogen vredig rond hen heen. Preus keek naar Skah, die met een grote glimlach omhoog keek. Preus keek ook omhoog en zag een blauwe lucht. Hij keek achter zich, naar de muur van zand die van hen weg bewoog. Dan keek hij voor zich naar een tweede muur van zand die op hen afkwam. Hij keek in een cirkel om zich heen. Overal was de zandstorm behalve waar zij waren. Langzaam realiseerde Preus zich dat ze midden in de storm waren. Deze plek was zoals het oog in een orkaan. Hij keek naar het zand rondom hen, naar het vurig licht en de flitsen die er in te zien waren. Voor een paar tellen waren ze veilig.
Dan werden ze weer overspoelt met vliegend zand. Deze keer werd Preus niet meer naar achter geblazen. De bodem onder zijn voeten verdween volledig, zeker drie meter zand moest in één keer zijn weggeblazen. Preus vloog door de lucht. Hij had geen idee of hij omhoog, opzij of naar beneden werd geblazen. Hij wist enkel dat hij maar niet terug neer kwam. Een doodskop trof Preus in zijn maag tijdens de vlucht. Een bliksemschicht schoot onder hem door. Het zand groef tot in zijn vlees en het bloed werd uit zijn wonden geblazen. Preus hield het niet meer uit en schreeuwde het uit, waarop zijn tong meteen begon te bloeden. Dan stopte de kracht die hem in de lucht hield.
Hij werd op een gewelddadige manier tegen de grond gegooid. Vaste grond. Zand en stof dwarrelde rustig op hem neer. De zandstorm was voorbij geraasd en verdween in de verte om weer een waas op de horizon te worden. Vermoeid nam Preus de bril af. Hij zag Skah een paar meter verder staan. Preus was verbaast dat hij nog steeds overeind stond. Nu zakte Skah tot op zijn knieën. Bloed liep uit zijn mond, net zoals bij Preus, en ook de rest van zijn lichaam was bebloed. Littekens waren weer open geschaafd. Kledij was gescheurd. Skah deed zijn bril af. Preus zag de tranen uit Skah’s ogen lopen. Tranen van blijdschap. Preus ging ook overeind zitten. Met zijn tweeën keken ze in de stilte naar de zon die nu begon te dalen.
Na een lange tijd zei Skah: “Morgen ga ik en mijn mannen naar Noddeni. Voor saaie handelszaken, maar het is voor jouw de manier om zo snel mogelijk uit deze woestijn te geraken. Je kan meegaan.”
“Noddeni.” Zei Preus suf. “Is daar geen een tempel van Eraana?”
“Ik geloof van wel.” Zei Skah
Boek zette zich naast Preus neer. Preus keek Boek aan, Boek knikte.
“De Godin van liefde en vruchtbaarheid.” Zei Preus.
“Ja, wat is er met haar?” vroeg Skah.
“Ik ga haar vermoorden.” Zei Preus.
“Goden zijn onsterfelijk.” Zei Skah geamuseerd.
“De dood van een God is paradoxaal. Paradoxaal is niet hetzelfde als onmogelijk.” Citeerde Preus uit Boeks waanideeën. “Ik ga mee, verlaat de stad tegen de avond. Vlucht zo ver mogelijk weg. De dood van een God betekend de dood van alles er om heen, en alles waar de God voor stond.”
Skah wees naar Preus en zei: “jij fascineert mij.”
“ ’s Middags zal ik de stad verlaten.” Zei Skah wat later. “Zorg dat jij in leven blijft, ik wil nog winst kunnen maken uit ons contractje.” Hij stond op en wandelde een zekere richting uit. Op één of andere manier wist Skah nog waar het woestijn dorp was. Preus stond op, keek even naar de bebloede rode plek waar hij gezeten en gelegen had, en hinkte dan achter Skah aan.