In de Volkskrant ging het een beetje mis met wat schattingen.

blake kathryn
"I'm Dorothy Gale from Kansas"
Jules of Nature
Peter Solarz

if i look back, i am lost
PUT YOUR BEARD IN MY MOUTH

Product Placement
Cosmic Funnies
d e v o n
No title available

titsay
One Nice Bug Per Day
he wasn't even looking at me and he found me
Acquired Stardust

Kaledo Art
let's talk about Bridgerton tea, my ask is open
No title available
Keni
occasionally subtle
I'd rather be in outer space đž
seen from United States
seen from United States

seen from Singapore
seen from United States

seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
seen from Hungary
seen from TĂŒrkiye
seen from Sweden
seen from United States
seen from United States
seen from Germany
seen from United States
seen from United States

seen from Singapore

seen from Italy
seen from United States
seen from Malaysia

seen from Romania
@wiskwa
In de Volkskrant ging het een beetje mis met wat schattingen.
Over een vraag op de wisfaq.
Naar aanleiding van reacties op de voorgaande post.
Over een sommetje dat rondging op het internet.
A TeDX-type pitch.
Bloggen op de TU
Ik blog nu ook op de officiële blogsite van de TU Delft. Ik zal hier wat links naar die blogposts neerzetten.
Hoe nu verder?
Wat gebeurt er met de individuele vragen aan de wetenschapsagenda? Zo te zien eigenlijk niets. Hieronder een stuk van Marc van Oostendorp en mij over de non-afwikkeling van de vragen.
De cirkel van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is rond. Anderhalf jaar geleden begon het als een weinig concreet plan om een financiĂ«le prioriteiten te stellen in het onderzoeksbeleid en tegelijkertijd als een poging om het publiek beter bij datzelfde onderzoek te betrekken. Nu eindigt het in een reeks van weinig precieze âroutesâ voor het onderzoek en nog minder betrokkenheid van het publiek bij datzelfde onderzoek.
In april 2015 stond de website van de NWA open voor het publiek voor het stellen van vragen. Die website was het resultaat van een ontwikkeling die in 2014 was ingezet in het document Wetenschapsvisie 2025. Hierin werd de NWA voorgesteld als bindmiddel voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Het document was weinig specifiek over de aard of vorm van zoân agenda.
Clustervragen
Er werd uiteindelijk voor gekozen de Nederlandse bevolking begin 2015 op te roepen vragen aan âde wetenschapâ te formuleren; deze zouden de themaâs gaan bepalen voor het onderzoek van de toekomst. De voorzitters Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan deden die oproep in alle mogelijke media, onder verwijzing naar de website. Er werd rond die tijd ook enige scepsis geuit over dit project. Dit betrof vooral de verwachte kwaliteit van de vragen: veel onderzoekers waren bang dat âde buitenwachtâ geen vragen op niveau zou kunnen formuleren.
Op 1 mei 2015 ging het loket dicht en werd begonnen met het inventariseren en ordenen van de, uiteindelijk 11.656, vragen. Eind november 2015 resulteerde dit in de Nationale Wetenschapsagenda, een boekwerk waarin de individuale vragen niet terug te vinden zijn maar wel 140 zogeheten âclustervragenâ alsmede 16 âexemplarische routesâ door die clustervragen. Die routes verbinden de clustervragen en clustervragen kunnen in meer dan één route voorkomen.
Routes
Die vragen zijn vervolgens op de website van de agenda gezet en bij elke clustervraag zijn individuele vragen gezet die op het desbetreffende onderwerp betrekking hebben. Naast de 16 routes uit het boek zijn er in de zomer van 2016 nog negen routes op de website bijgekomen tot een totaal van 25. De titels van die routes bestaan voornamelijk uit trefwoorden als âSmart, livable citiesâ, âSmart Industryâ en âQuantum/nanorevolutieâ.
Onlangs maakte het ministerie van onderwijs bekend dat het uit die routes er drie had gekozen waarin zal worden geĂŻnvesteerd. Het gaat daarbij om themaâs die het ministerie toch al belangrijk vond: âonderwijs en jongeren in een veerkrachtige samenlevingâ, âdigitaliseringâ en ânatuurwetenschappelijke kennis als bron van vernieuwend vermogenâ. Of er andere themaâs waren gekomen als er indertijd andere vragen waren gesteld, is onduidelijk.
En de individuele vragen?
Het gevoel dat de individuele vragen er niet toe doen, wordt breed gedeeld in wetenschappelijk Nederland. Toen één van ons een bijeenkomst over de NWA bijwoonde op de faculteit EWI van de TU Delft, spitsten de aanwezigen de oren bij het horen van de namen van de routes maar bij de vraag âen wat doen we met de individuele vragen?â gingen de schouders omhoog.
Aan de oorspronkelijke zorgen van onderzoekers is zo keurig tegemoet gekomen: dat de vragen uit âhet publiekâ misschien niet aan de vereiste wetenschappelijke kwaliteit voldoen, maakt niet uit. Die vragen zijn toch uit het zicht verdwenen.
Vraagstellers in de kou?
Ons is dat te cynisch. Deze manier van doen laat de oorspronkelijke vragenstellers in de kou staan; hun vragen krijgen niet de aandacht die beloofd is. Althans er zijn wel wat particuliere initiatieven genomen: in de zomer is onder andere op Lowlands en bij het KNMI in de vorm van âhuiskamercollegesâ aandacht geweest voor vragen. Wij hebben, ieder op ons eigen terrein, ook wat vragen beantwoord. Naar verluid komt er volgend jaar een boek onder auspiciĂ«n van de organisatie waarin 100 (van de ruim 11.000!) vragen beantwoord worden.
Maar tot een systematische poging om vragen te beantwoorden is het nooit gekomen. Het bureau van de NWA gaat dezer dagen dicht en daarmee lijkt de hoop te vervliegen dat dit alsnog gebeurt.
Ikhebeenvraag
Wij vinden dat jammer. Wanneer je mensen uitnodigt om vragen te stellen, mogen die mensen ook verwachten dat je je best doet om een antwoord te geven, niet dat je ze alleen gebruikt om meer subsidie te krijgen voor wat je toch al wilde doen. Is de wetenschap echt zo cynisch geworden?
Er zijn ook best voorbeelden van hoe de wetenschap het zou kunnen. De Rijksuniversiteit Groningen heeft bij het 400-jarig bestaan een mini-NWA gemaakt en 400 vragen beantwoord. En de Vlaamse wetenschappelijke wereld heeft een vraagbaak, ikhebeenvraag.be, waar wetenschappers van een groot aantal instellingen wetenschappelijke vragen beantwoorden.
Klaas Pieter Hart is wiskundige aan de TU Delft; Marc van Oostendorp is taalkundige aan het Meertens Instituut (KNAW).
Over rijen en functies
Met behulp van machtreeksen en hun sommen kun je vaak op een efficiente manier achter de formule van de n-de term van een rij komen. Dit artikel beschrijft hoe dat werkt.
Over de trivialiteit van talen
Dit is een iets andere versie van een stuk dat eerder in dit blog is verschenen.
Een tweedegraadsvergelijking van twee variabelen beschrijft een kegelsnede; dit artikel legt uit hoe je kunt herkennen wat voor kegelsnede je voor je hebt.
Over een fundamentele ongelijkheid in de wiskunde
In het kader van een serie artikelen over dingen die met kwadraten te maken hebben verscheen ook een stuk over de ; met toepassingen, onder meer in de krystallografie.
Over een vermoeden van Erdos.
Het discrepantievermoeden van Erdos gaat over sommen van rijen 1-en en -1-en; het vermoeden sprak uit dat die sommen willekeurig groot kunnen worden. Het is sinds het verschijnen van dit artikel in Pythagoras door Terrence Tao bewezen
Sommeren
Deze video van Numberphile deed in2014 wat stof opwaaien. Voor Pythagoras heb ik toen dit stukje geschreven over manieren om aan bepaalde rijen getallen een `som' toe te kennen. In Scientific American staat er ook een goed stuk over de video.
De wiskunde van Erdos
Een beschrijving van de inhoud van een artikel van Erdos en De Bruijn over het kleuren van grafen, met daarin aandacht voor het compactheidsprincipe, hetwelk ons soms in staat stelt beweringen over het eindige op te tillen naar het oneindige.
De wiskunde van Erdos
Een vervolg van het artikel Happy End, met daarin de bovengrenzen die Erdos en Szekeres gaven voor het aantal punten dat nodig is om een convexe n-hoek te kunnen garanderen.
De Wiskunde van Erdos
In Pythagoras verscheen een serie artikelen over de wiskunde van Paul Erdos (2013 was zijn honderdste geboortejaar). Dit artikel bespreekt het `Happy Ending Probleem' over convexe veelhoeken in (willekeurige) verzamelingen punten in het platte vlak. Het stond aan het begin van een belangrijke tak van de discrete wiskunde: Ramsey-theorie.
De vraag is ook in de Wetenschapsagenda gesteld: Hoeveel cellen moeten in een Sudoku minimaal gegeven worden om hem uniek oplosbaar te maken? Dit artikel uit het januarinummer (2013) van Pythagoras legt uit hoe het antwoord, 17, gevonden is.