De langste dag van het jaar
Gisterenavond, half tien... Daar begon het in feite. Bij het besef dat morgen een stuk ingewikkelder zou gaan blijken dan voorzien. Mijn vliegreis die ik al maanden geleden had geboekt, was, zo las ik opeens, niet zomaar ééntje van Brussel naar Bogota via New York. Het was er eentje van Brussel naar Bogota via New York... via New York. Aankomen op JFK om sneller dan kenners van de New Yorkse luchthavens, tevens gebruikers van internetfora, mogelijk achten aan de balie in Newark, New Jersey te staan. Deze opdracht stond mij te wachten. Geen drieënhalf uur al zittend aan één of andere gate genieten van het vakantiegevoel dat lichaam en geest langzaam binnendringt maar high op adrenaline en nervositeit, het onzekere tegemoet. Goed, met die synopsis voor morgen kroop ik om half één des nachts alvast onder de lakens.
Zes uur. Het "Illuminate"-toontje van mijn GSM dat ik anders keer op keer zo professioneel tot op de allerlaatst mogelijke seconde negeer, schreeuwt elke zenuw in mijn lijf wakker. Geen uur later sta ik op het perron, wachtend op de trein richting luchthaven. Ik focus me op het moment zelf. Er staat vandaag te veel te geschieden om er het hier en nu al mede te verstoren.
Acht uur. Check-in, Luchthaven Brussel. Men deelt mij mede dat ik niet door de Amerikaanse douane zal geraken aangezien ik blijkbaar geen ESTA-aanvraag heb ingediend... "Dat zou best kunnen kloppen" dacht ik, "aangezien ik daar godverdomme nog nooit van gehoord heb!" Er wordt mij een oplossing geboden. De computer naast de balie, toevallig toch wel specifiek daar gezet voor gevallen als mijzelve bij wie "ESTA" ongeveer evenveel belletjes doet rinkelen als de kerstman tijdens het bouwverlof. Die computer is er zo eentje met een petanque-bal die dienst doet als muis en metalen knoppen die dienst doen als, welja, knoppen. Het lijkt wel een prototype van een teletijdmachine die professor Gobelijn en Barabas in hun wilde tienerjaren, begeleid met een kratje Cara Pils en keuvelend over geile blondines als Wiske, tante Sidonia en die idiote tweeling met die aap, ooit samen aan elkaar knutselden. Het blijkt nog enigszins waar ook, in de zin dat het ding zo verschrikkelijk traag werkt dat de tijd als een raket voorbijschiet. Aan het einde van de rit, betaling enkel mogelijk met Visa of andere niet-maestro/bancontact varianten. Lap, er zit niks anders meer op dan, gezien de nood het hoogst is, beroep te doen op de betere, ervaren crisismanager: papa dus. Ik besef opeens weer hoe jong ik nog ben. Eens deze beschamende fase achter de rug, op zoek naar dollars want een noodgedwongen taxi-rit en/of hotelverblijf te New York staren om de hoek.
Om half elf staart een onvermijdelijk hotelverblijf mij zowat recht in de ogen. Het vliegtuig wacht op late reizigers. Ik wacht ook. Een uur gaat voorbij tot we allen met onze hoofden in de wolken zitten. Geen kans om nog mijn transit in Newark te halen. "Zeven- en en half uur vliegen om in JFK aan te komen" kondigt de piloot aan. Wacht één zeven... Zeven-en-een-half?! Dat is minder dan op mijn reserveringsbewijs vermeld stond. Ongeveer een uur minder. Exact één uur! Zo zijn we weer in de running. Ik moet drie keer kakken tijdens de SN501-vlucht. Gelukkig zit ik langs het gangetje. De oude meneer langs mij moet maar 1 keer kakken. Het Limburgse meisje daarnaast ook één keer en ze moet ook een keer pipi doen. De man voor mij laat gewoon scheten. Verder heeft hij nergens nood aan. Dan krijg ik het briljant idee om mijn mond te openen en mijn pre-occupatie in verband met mijn transit-probleem (ik heb het over mijn connectievlucht, niets te maken met dat drie keer kakken) uit de doeken te doen aan de steward. Zo komt het bestaan van een quick connection-pass om sneller de douane door te komen ter sprake.
Uitstappen om de lokale 1.30PM. Er wordt toch weer een half uur van mijn al zo schaarse tijd afgesnoept. Parkeren met een vliegtuig is vergelijkbaar met parking zoeken waar dan ook in Brussel. Het gaat traag en het maakt je moorddadig slecht gezind. Eens uit het vliegtuig gestapt, op zoek naar de quick connection-pass, als ware het de heilige graal zelve. Gevonden! Lichte looppas naar de douane. Als een lepe teef breek ik het wereldrecord voorschuiven aan de hand van mijn onschuldige, blanke snertkop en mijn pasje natuurlijk. Ik wordt een keer of drie afgesnauwd. Dat neem ik er graag bij. Mocht ik geen belangrijkere dingen om op te focussen hebben, zou ik als een voorbeeld-christen nog mijn twee wangetjes ter beschikking stellen en een kletsje op elk in ontvangst nemen met een hysterische hallelujah en god bless America erobovenop. De baggage komt niet snel maar nadat de band ongeveer een miljoen en vijfhonderdduizend rondes gemaakt heeft komt mijn bordeaux-rode valies dan uiteindelijk toch tevoorschijn. Op één of andere manier zit ik toch nog op schema.
Half drie. Mijn crisismanager had me nog zo gewaarschuwd geen taxi te nemen maar een shuttle. Onder het motto, een shuttle is ook maar een bus, schaar ik mij toch achter de rij mensen, wachtende op een gele taxi. Ik maak soms ook goeie beslissingen. Voornamelijk wanneer ik niet teveel nadenk (onderzochte en goedgekeurde methode door Malcolm Gladwell). Rana, de Indische taxi-chauffeur is eerst kortaf en erg pessimistisch over de rijduur tot de luchthaven van Newark. Mijn brave charme smelt gelukkig snel het ijs en het verkeer splijt zowaar open als zat Moses op onze achterbank als een bezetene met zijn handen in de lucht te zwaaien. "God bless you and god bless America!" roep ik Rana nog toe terwijl ik Terminal C binnendring.
De daaropvolgende zes uren in de United Airlines-vlucht naar Bogota zijn zowat de meest ontspannende van de afgelopen twee jaar. Ik ga voor alle zekerheid nog één keer kakken. De dame naast mij ook. Veel meer heeft een United Airlines-vlucht niet te bieden.
De vakantie kan beginnen!