Het Beest
In stroboscopisch licht zag ik haar naderen. Ze droeg een simpele jurk met polkastippen en comfortabele ballerina’s. Een paar spelden hield haar bruine krullen in bedwang. De muziek bleef aanhoudend en ritmisch pulseren terwijl het knipperende licht de illusie wekte dat zij als een spook naderbij kwam. Ik stond aan de bar, het dansende publiek te observeren; de bewegende massa die langzaam versmolt tot één entiteit die op elke mogelijke plek een arm liet groeien; zwaaiend, pompend, levend. Als zombies verzamelden wij ons ieder weekend in deze club, niet wetende of dat gebeurde uit angst voor de eenzaamheid die het daglicht uitstraalde, of dat wij als vliegen naar deze hypnotiserende flitsen werden toegetrokken. Toen ik mijn zweet niet meer van dat van een ander wist te onderscheiden en het strakgespannen vel rondom mijn schedel licht begon te tintelen besloot ik mij los te trekken van deze groep, dit genadeloze beest. En zo geschiedde het, hier aan deze bar, dat mijn blik naar jou trok. Er kleefde een vlek aan jouw gestipte jurk en de band van een handtas liet een striem achter in jouw schouder. Jouw hoofd leek rood en licht bezweet, maar uiteindelijk waren wij allemaal bang dat het plotseling vijf uur zou zijn, de felle verlichting aanschoot en wij elkaar slechts gedesillusioneerd aan konden kijken. Dat wij zouden schrikken van onze aangetaste gezichten en zagen in wat voor klamme, zielloze omgeving wij ons even God waanden. Dat alles slechts een illusie was, een slimme goocheltruck met licht en geluid. In één moment uit de verslavende waas van een feest worden getrokken, waardoor wij beseffen in wat voor beest wij zijn veranderd, is immers hetzelfde als doodgaan. Inmiddels stond jij naast mij. Ik met mijn gezicht richting het beest, en jij met die van jou richting de barman. Het kostte je een minuut om zijn aandacht te trekken, terwijl ik daar maar stond te broeden op een plan en mijn hoofd nonchalant op en neer bewoog op de minimale beat. Ik observeerde je bestelling: één glas water. Is ze hier alleen? Toen je op het punt stond om jezelf te herenigen met het beest raakte mijn vingertop jouw schouder. De kans om jouw hoofd volledig richting de mijne te draaien gaf ik je niet; mijn mond bevond zich al dicht tegen jouw oorschelp. “Ik heb eens gelezen dat de gemiddelde vrouw het verschrikkelijk vindt om aangesproken te worden in een club als deze,” vertelde ik haar. Haar verbaasde ogen veranderden snel en bekeken mij losjes. Ze leek niet direct afgeschrikt en draaide haar mond nu naar mijn oor. “Is dat zo…” Ze bleek nog steeds iets uit het veld geslagen door mijn onconventionele openingszin, maar herpakte zich snel met een nieuw weerwoord.
“Waar heb jij dat gelezen? Het handboek ‘Versieren Voor Beginners’?”
De glimlach die ik na haar ietwat plagende en clichématige opmerking trok, liep in een vloeiende beweging over naar bewegingen die een nieuwe zin vormden. “Nee. In de gedachten van vele vrouwen die ik hier elk weekend wanhopig aangesproken zie worden door jongens.” Direct besefte ik mij de ironie van de situatie en verlengde mijn zin. “… Jongens, zoals ik.”
“Jongens zoals jij? Kan elke jongen gedachten lezen?” Ze leek geamuseerd door mijn wartaal en zag dit gesprek waarschijnlijk als een mooie kans om even af te koelen. “In zekere mate wel, maar het gaat niet om het lezen… Het gaat om het begrijpen.” Even keerde ze zich van mij af, dronk haar glas water leeg en zette deze met een harde beweging terug op de bar, om mij vervolgens een paar seconden aan te staren. Haar mond trok wederom richting mijn oor, terwijl zij een kaartje uit haar tas haalde en naar mijn oog bracht. “Begrijp jij mij?” En in die tiende van een seconde dat het licht van de stroboscoop gedoofd was leek zij zich van mij afgezonderd te hebben. Nog net zag ik haar rug verscheurd worden door de bezwete mond van het beest. Het kaartje vond ik terug terwijl ik de resten ervan uit mijn kontzak pulkte. Had ze het mij maar gewoon verteld. Had ik mijn broekzakken maar eerder gecontroleerd, voordat ik de club verliet, voordat ik mijn broek de volgende dag in de wasmachine stopte. En ieder weekend sta ik daar weer, aan die bar, te wachten tot het vijf uur is. Want om vijf uur begint een nieuwe dag, die voor sommigen al is begonnen. Wegwerkers, ziekenhuispersoneel, conducteurs, mensen die de wereld draaiende moeten houden terwijl wij feest vieren om onze generatie onsterfelijk te houden. Tot vijf uur. Want dan sterft het beest, onder luid gekreun. En sterven zij en ik samen. Want dat is de enige manier om elkaar ooit nog te vinden.
















