Interview met Pauline van Dongen
Dit is een interview met de Pauline van Dongen. Van Dongen is een innovatieve opkomende modeontwerpster. Zij is afgestudeerd aan ARTEZ in Arnhem. Zij houd zich binnen haar ontwerpen veel bezig met de combinatie van mode en techniek. Zoals zij het noemt ‘draagbare technologie’. In 2010 heeft ze haar eigen modelabel opgestart. Pauline van Dongen combineert nieuwe technieken met traditionele technieken en vakmanschap. Dit maak haar ontwerpen speciaal. Pauline van Dongen werkt nauw samen met verschillende bedrijven in de wetenschap en innovatie. Ik heb in mijn eerste jaar stage gelopen bij Arnhem Mode Incubator. Pauline van Dongen had hier een atelier. Ik heb haar hier een aantal keren ontmoet en vond het heel speciaal en prachtig wat zij allemaal maakte. Voor mij is zij een voorloper in de mode-industrie en is daarom voor mij een rolmodel.
Toen je vroeger klein was, wist je toen al precies wat je later wilde worden, en zou je dit kunnen beschrijven?
‘ Ik ben geboren op 23 september 1986 in Amsterdam. Toen ik een klein meisje was wilde ik heel graag dokter worden. Net als veel meisjes van die leeftijd. Toen ik echter op de middelbare school zat veranderde dit. Vanaf toen werd ik steeds geïnteresseerder in het ontwerpen van kleding. Ik sprak, na schooltijd, vaak met een aantal vriendinnetjes af om ontwerpen te gaan schetsen. Deze stuurde wij dan vervolgens op naar modehuizen. Een aantal dagen later lagen deze alleen vaak weer bij mijzelf op de deurmat. Dit kwam doordat wij de adressen, die op parfumdoosjes vermeld stonden, gebruikten. Onze ontwerpen van toen zijn dus nooit aangekomen bij het betreffende modehuis. Uit dit verhaal is echter wel op te maken dat mijn passie voor mode en het ontwerpen op de middelbare school is begonnen.’
Welke opleiding of opleidingen heb je gevolgd en hoe heb je deze opleidingen ervaren?
‘Op de middelbare school deed ik VWO, met het profiel Natuur en Gezondheid en Latijn. Toen ik er op de middelbare school achter ben gekomen dat ik ontwerpen erg leuk vond, ben ik na de middelbare school gaan studeren aan ARTEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Dit is een bekende en hoog aangeschreven modeopleiding. Omdat dit beroep zo dicht bij mij staat heb ik er een haat liefde verhouding mee. Als een kluizenaar dagenlang achter je naaimachine zitten is niet altijd even leuk. Na mijn opleiding aan ATEZ ben ik verder gegaan met een master. Na mijn master aan ARTEZ ben ik een ruimte gaan huren bij de Arnhem Mode Incubator. Naast het huren van alleen de ruimte krijg ik ook coaching op het gebied van creatief, communicatief en financieel vlak. Dit alles heeft mij geholpen bij het starten van een eigen modelabel. Bij de Arnhem Mode Incubator krijg ik de kans om gebruik te maken van de kennis en het netwerk van anderen. Hiermee kan ik mijn zakelijke kennis verder uitbreiden. Uiteindelijk leer ik ook veel door boeken te lezen en zelf ondernemend te zijn. De Arnhem Mode Incubator is daarnaast een plek waar veel ontwerpers samenkomen en waar regelmatig inspirerende lezingen worden gegeven. Uiteindelijk ben ik als label steeds verder gegroeid.’
Waar haal je je inspiratie vandaan?
‘Ik haal mijn inspiratie vooral uit mezelf en hetgeen wat ik om mij heen zie. Ik ben gefascineerd door nieuwe materialen en nieuwe technieken. Ik zoek steeds weer naar iets nieuws en onderzoek vervolgens hoe ik dit zou kunnen gebruiken in mijn ontwerpen. Bij mijn collectie Kinetic Landscape haalde ik mijn inspiratie uit landschappen die zichzelf vormgeven onder invloed van weer en wind. Bijvoorbeeld uit foto’s van door erosie aangetaste abstracte landschappen zoals The wave, een glooiende rotsformatie van zandsteen op de grens van het Amerikaanse Arizona en Utah. Als ik mijn inspiratie voor een collectie heb gevonden kan ik dagen bezig zijn met het onderzoeken van de vormen.’
Heb je een bepaalde missie met de ontwerpen die je maakt en wat is de visie hierachter?
Hoe ziet je werkdag eruit? Zou je deze kunnen beschrijven?
‘Mijn werkdagen zijn erg verschillend. Het ligt eraan in welk stadium van mijn collectie ik zit. Aan het begin van een nieuwe collectie ben ik weken of maanden bezig met het ontwerpen. Waarna er, na de fase van het ontwerpen, proefstukken moeten worden gemaakt. Deze moeten vervolgens weer aangepast worden. Zo komt er uiteindelijk een goed kledingstuk uit. Dit proces duurt vaak erg lang. Wanneer ik hiermee klaar ben hou ik me bezig met het tonen en lanceren van mijn nieuwe collectie. Ook zijn er momenten in mijn werk dat ik mee doe aan een wetstrijd. Hierbij zien mijn dagen er heel anders uit. Ik vlieg dan vaak naar verschillende steden om mee te doen aan modeshows. Kortom mijn leven en werk is erg dynamisch en verschilt van dag tot dag.’
Hoe verhouden je werkzaamheden zich tot elkaar. Bijvoorbeeld het ontwerpen in relatie tot de meer marktgerichte werkzaamheden?
‘Ik ben vaak bezig met het ontwerpen van kleding. Echter hou ik mij ook bezig met het vinden van plekken waar ik mijn collecties kan tonen. Bij mij lopen de marktgerichte werkzaamheden en het ontwerpen erg door elkaar. Ik probeer zoveel mogelijk zelf te doen en waar nodig heb ik mensen om mij heen die mij kunnen helpen.’
A. Welke vaardigheden heb je nodig om jouw werk te kunnen doen?
‘Doorzettingsvermogen is erg belangrijk in mijn werk. Zo ook het geloven in jezelf. Zolang ik weet wat mijn doel is en waarvoor ik het allemaal doe gaat het goed. Je moet dicht bij jezelf blijven en achter je ontwerpen staan. Zolang jij kan vertellen waarom je iets maakt en je er zelf in gelooft komt de rest vanzelf.’
B. Welke vaardigheden zou je nog meer kunnen ontwikkelen?
‘Ik zou mijn vaardigheid van het voeren van succesvolle marketing en communicatie nog iets beter kunnen ontwikkelen. Vooral om mensen ervan bewust te maken dat mijn kleding label bestaat.’
C. Wie (welke discipline) zou je daarbij kunnen helpen?
‘Ik denk dat de discipline van iemand met een marketing, communicatie en creatieve achtergrond mij zou kunnen helpen. Iemand die kansen ziet en deze succesvol kan benutten. Om zo uiteindelijk meer naamsbekendheid te genereren.’
Hoe zie je de toekomst, zijn er nog bepaalde doelen of streefpunten die je zeker wil bereiken?
‘Ik zou erg graag in de toekomst internationale bekendheid willen krijgen, en zo ook mijn label internationaal willen verkopen. Hierbij zou ik zelf het liefst experimenteel blijven werken en mensen in dienst nemen die mij op andere gebieden ondersteunen. Mijn streefpunt is dat mijn kleding altijd zijn innovatieve uitstraling weet te behouden. Ik droom ervan om mee te doen aan een modeshow in Parijs. Ik vind Parijs een prachtige stad. Zelf kom ik erg graag in de wijken Le Marais en Montmartre en in de stoffenwinkels die er te vinden zijn.'
Welke dingen in je carrière gaan vanzelf en waarin kom je problemen tegen?
‘Veel dingen gaan vanzelf. Voor ik het weet rol ik vanzelf weer ergens in. Ik doe ook actief mee aan modewetstrijden om zo mijn label te promoten. Mijn grootste probleem wat ik vaker tegenkom is de werkdruk. Deze ligt soms redelijk hoog. Je moet hart hebben voor het werk wat je doet en er 100% voor gaan. Dit betekend vaak dat ik andere dingen moet laten gaan. Dit vind ik jammer. Verder kom ik nog verscheidene andere problemen tegen. Deze zijn echter vaak klein en zo opgelost.’
Waar zie je jezelf over ongeveer 10 jaar, en wat heb je nodig om daar te komen?
‘Over 10 jaar hoop ik dat mijn modelabel erg is gegroeid. Ik hoop dat ik veel shows in het buitenland heb gedaan en dat mijn label internationaal is doorgebroken. Ik hoop dat ik veel verkoop en dat ik een succesvolle draagbare lijn op de markt heb gezet. Ook hoop ik dat ik zelf nog net zo gelukkig ben als nu, en dat ik nog steeds met 100% achter mijn ontwerpen sta.’
Op welke manier zou je van mij, student Visual Art en Design Management, gebruik kunnen maken?
‘Je zou mijn kunnen ondersteunen op het vlak van marketing, communicatie en alle andere ondernemende gebieden. Ik denk dat ik zo iemand als jou zeker goed zou kunnen gebruiken in mijn werk. Door jou opleiding, die zowel economisch als creatief is, weet jij hoe ontwerpers werken. Je heb gaandeweg je opleiding geleerd om met ze te werken, en hebt daarom een voorsprong op studenten van de opleidingen commerciële economie of communicatie. Deze opleidingen staan namelijk redelijk ver van de creatieve/ontwerpkant af. Jij bent gewend om binnen creatieve bedrijven te werken en zal daardoor eerder je plek vinden dan iemand die vooral zakelijk is ingesteld.’