Voor de tweede keer op rij heeft Casey Neistat het voor elkaar gekregen het budget van grote adverteerders (20th Century FOX en NIKE) te besteden aan filmpjes die de category convention volledig negeren.
Casey pakt de belofte en gaat op zoek naar het krachtigste bewijs dat hij kan vinden. En he's having fun doing it :).
Vorige week kondigde Instagram aan te beginnen met sponsored stories. Het verdienmodel is niet nieuw. Ook Facebook en Twitter gebruiken vergelijkbare manieren om advertentieinkomsten te genereren.
Dit verdienmodel is wat mij betreft eigenlijk verkeerd. Het maakt de merken lui. Merken moeten hun best doen om leuke, interessante en uitdagende content te maken om zo hun doelgroep te bereiken.
Ik begrijp ze wel, de platforms die op deze manier hun geld verdienen. De merken die willen adverteren hebben vaak wel het geld, maar niet de creativiteit om goede content te maken. En als ze dus op deze manier aandacht kunnen kopen, doen ze dat. De platforms reageren natuurlijk op die vraag. Dat ze daarmee adverteerders belangrijker vinden dan hun gebruikers nemen ze dan maar op de koop toe. Terwijl ze juist zoveel aan die gebruikers hebben te danken.
Een beter verdienmodel is juist om meer mogelijkheden te bieden. Premium accounts. Bedrijven zullen denk ik ook meer geld overhebben om meer inzicht te kunnen krijgen in de doelgroep, goede statistieken op verschillende niveau’s, en iets meer plaatsingsmogelijkheden. Dit helpt ze betere content te maken en op die manier kunnen ze aandacht verdienen in plaats van het te kopen.
Het laatste dat je als tiener natuurlijk wilt is dat je ouders met je vrienden mee komen chillen en ondertussen is dat precies wat er nu op Facebook gebeurd.
It lets the famous and the anonymous, athletes and accountants, surreal Dadaists and suburban dads alike demonstrate that they are special snowflakes with Wes Anderson-worthy quirks.
"The Twitter bio is a postmodern art form, an opportunity in 160 characters or fewer to cleverly synopsize one’s professional and personal accomplishments, along with a carefully edited non sequitur or two. It lets the famous and the anonymous, athletes and accountants, surreal Dadaists and suburban dads alike demonstrate that they are special snowflakes with Wes Anderson-worthy quirks."
Deze week las ik dankzij Esther het boek The Agile Agency. Ik had al vaak over Scrum en Agile gehoord, maar dit was eigenlijk voor het eerst dat ik me erin verdiepte. Het is een mooie en goede manier van werken denk ik, en ik kan me er zeker in vinden. Helemaal omdat de filosofie achter Scrum zo goed aansluit op improvisatie en er erg veel overeenkomsten mee heeft.
Een paar voorbeelden:
In improvisatie word je geleerd om te accepteren. Als je aanboden beantwoord met ja, dan blijft het verhaal vooruit gaan, terwijl het bij een blokkade (nee) juist stokt. Blokkades remmen de energie af en dat is ook zo in een Scrumteam. Als je bij elk probleem zegt "dat kan niet" of "nee, dat hebben we al geprobeerd", dan zuigt dat de energie weg. Als je bijvoorbeeld zegt: "ja, goed idee en dat kunnen we als we eerst op deze manier dit probleem oplossen" dan blijft de energie positief en heb je met het team het idee iets te kunnen bereiken.
Een andere gouden regel is om niet alleen te accepteren, maar ook iets toe te voegen. Bij een acceptatie blijft het verhaal stilstaan, terwijl juist door iets toe te voegen je een stap verder komt en je medespelers/teamleden kunt inspireren.
Nog zo'n ding is het maken van keuzes. Hoe duidelijker je keuzes, hoe prettiger het voor je teamgenoten/medespelers is. Hierdoor kunnen ze voorspellen wat je gaat doen, wat je belangrijk vindt en wat de volgende stappen zijn. En je hoeft ook niet bang te zijn om de verkeerde beslissing te maken. Elke beslissing is goed, op basis van de op dat moment bekende informatie. En als het eens mis gaat, dan heb je altijd nog je team om je uit de brand te helpen.
Kortom, ik zie het wel zitten met Scrum. Nu nog even kijken of we het ook op het hele bedrijf kunnen toepassen in plaats van losse projecten.
Niemand weet van wie het internet is, maar ondertussen bepalen de ‘grote jongens’ wel de regels. Facebook, YouTube en Tumblr houden niet (meer) van bloot, Google en Apple bepalen welke apps een kans krijgen.
Maar het internet was toch juist die gezellige en gevaarlijke democratische anarchie waar we allemaal ons superspecifieke plekje konden vinden?
Het Japanse kunstcollectief IDPW bewijst dat die spirit nog bestaat, zij het in de ‘back streets’ van het internet. En ze zijn niet alleen, check ook Justin Kemps’ Adding to the internet.