I’m fascinated by maps since I’m little. I've always wanted to make one myself. So I started thinking; where do I want to make a map of? Is it a known place? An imaginary place? A place which I can’t see but can hear and what does it look like?
So I decided I want to make a map of my own head. I’m a person that spends most of her time inside it anyway, but I’ve never really wondered what or how it would look like if I’m actually there.
Several years ago, Steve Heller asked me to contribute to a book titled Design Disasters: Great Designers, Fabulous Failure, and Lessons Learned. In thinking of the myriad failures I had experienced over the course of my life thus far, I decided to write about my biggest failure of all: my complete lack of belief in pursuing my original dreams.
The essay seemed to resonate with readers, and as I’ve learned more about what kept me from making better decisions, I have revised and updated the original several times. The effort resulted in a visual essay I created for my book Look Both Ways and in a commencement speech I gave at San Jose State University in 2013.
While both initiatives gave me the opportunity to refine my message, the audio and the visual were never synched. When Adobe invited me to share my thoughts on failure, I figured now was the time.
CREDITS
Author Debbie Millman
Filmmaker and editor Mark Dudlik
Layout Shadi Moussa
Ruth Beeley, made a sketchbook about war. She investigates different aspects of this theme (combat, injury, loss, grievance, war games and media propaganda) finding connections with her own life, such as displaced emotions, ostracised feelings and concepts of ‘the Other’.
Find the article/interview with Ruth Beeley here.
Written by Amiria Robinson @ studentartguide.com
Primal figures personifying the science of astronomy and myths of astrology thread through the new book I have illustrated for SF Said, Phoenix
Antlers, fur, human-animal hybrids – an interactive exhibition Dave McKean created on the site of a deer park has rooted much of his recent work in the wild wood. Here he walks us through the tracks of his imagination, introducing current projects from books to CD covers and from films to installations.
For more than a decade, comic-book artist Dave McKean designed the covers for Neil Gaiman's The Sandman. 'Today's golden age of comics is the fruit of the experimental period in the 1980s,' says McKean. With the latest in the series, The Sandman: Overture, set to be published 30 October, McKean shares the stories behind some of his favourite covers.
The Sandman: Preludes & Nocturnes collected editionThis is the first cover I did for Sandman in my current home in south Kent. I found little gemstone eggs in a local shop and old type-trays and driftwood on Camber Sands beach. These collections were important in finding an audience in bookstores outside of the regular comic book-buying fans
Sandman #10: The WakeOne of the last collected edition covers and a good symbol for Sandman. We travelled quite a distance, from DC Comics initially insisting that Sandman appeared on every cover to this small, gently surreal image
Sandman #11: VertigoMy favourite of the early covers, made from manipulated photographs and small-scale collages. This piece was featured in the Society of Illustrators annual exhibition and a book of the best illustrations of the year. It was stolen from the gallery during the show
Sandman #35: A Game of You, Part FourI was breaking out of expectations of design and imagery for these mid-period covers – abusing colour photocopy machines to get some interesting results.
Sandman #60: DreamingThis was a spinoff series from Sandman that lasted 60 issues. I did all the covers. They ended up generally stronger than the Sandman covers, as my confidence with Photoshop grew, but the stories were less engaging. Shortly after finishing these covers, I left my monthly gig at DC Comics to pursue other interests.
Sandman #63: The Kindly Ones, Part SevenMy favourite of these early Photoshop covers. I bought a Mac Quadra in 1993 and loved it immediately, despite its rather crude Photoshop 2.5. I love making drawings and paintings, but they never surprise me. This was the first time my own work made me laugh out loud, because Photoshop allows such quick and varied compositing of images. This one fell into place in about five minutes
Sandman Overtures #1This is the cover for the 25th anniversary story Neil is currently writing. There's some stagefright after so many years, and such high expectations
Marlene Dumas; Het verhaal achter de tentoonstelling
Wie bepaalde wat? In gesprek met curator Leontine Coelewij van het Stedelijk Museum over de tentoonstelling The Image as Burden van Marlene Dumas.
Het is zonneklaar: de tentoonstelling The Image as Burden is een absolute Must See. Het nieuws en talkshows besteden er zendtijd aan, critici strooien royaal met sterren en ballen en allen onderschrijven het belang en actuele betekenis van Dumas’ werk. Bij de expositie worden echter ook kritische kanttekeningen geplaatst zoals: is de keuze van dit overzicht compleet? En: draagt de tentoonstelling bij tot het genuanceerder bekijken van de werkelijkheid? Dat zijn zinnige vragen. Misschien kan een gesprek met Leontine Coelewij, bijdragen aan de gedachtevorming hierover. Zij is conservator bij het Stedelijk Museum en (mede)organisator van het overzicht.
Alied Ottevanger:
Waarom nu?
Leontine Coelewij:
We waren dit al lang van plan. Het is tijdens het directoraat van Gijs van Tuyl omstreeks 2007 al besproken in de programmeringcommissie. Praktische omstandigheden hielden de uitvoering destijds tegen. In ons toenmalige tijdelijke onderkomen in het SMCS was er geen plek voor. Toen we vanaf 2010 die plek wél hadden, in het Stedelijk dat op haar thuisbasis was teruggekeerd, kwam het Marlene minder gelegen. Zij had in 2008-2009 een drukke periode achter de rug met een tournee in Amerika en exposities in Afrika en Japan. Zij reageerde op ons voorstel meteen positief, maar wilde eerst weer eens werken.
Die buitenlandse tentoonstellingen waren overigens aanleiding om het uitblijven van een expositie in het Stedelijk ter discussie te stellen. Er is ons herhaaldelijk gevraagd waarom we toch geen van die exposities overnamen. Maar dat is geen alternatief voor ons. Het Stedelijk moet zich zelf uitspreken over Marlene Dumas. Dus werd de tijd die aan Dumas werd gegund om te werken, in het museum benut om een tentoonstelling te initiëren.
Alied Ottevanger:
Samen organiseren?
Leontine Coelewij:
Die samenwerking was bijzonder en best ingewikkeld. De curatoren hebben een verschillende achtergrond. Kerryn Greenberg is een jonge curator van Tate Modern met een Zuid Afrikaanse achtergrond. Theodora Vischer en ik volgen Marlene al langer, waarbij ik dat vanuit Amsterdam doe, van heel nabij, terwijl Theodora dat in internationaal perspectief doet en als oudere generatiegenoot. Kerryn werd tijdens haar zwangerschap vervangen door Helen Sainsbury. Na het aftasten van elkaars voorkeuren besloten we samen te werken aan de kern, om de expositie vervolgens per locatie aan te passen. Smaken en enthousiasme verschillen nu eenmaal, ook onder conservatoren. En de musea verschillen ook in architectuur, in ruimte indeling en dat bepaalt mede de accenten die je daar wilt leggen. Zo wilde ik vooral ook vroeg werk opnemen: werken op papier uit de jaren zeventig en begin tachtig, evenals een bekend icoon, haar schilderij Naomi. Theodora kijkt meer naar veranderingen in Dumas’ gebruik van beelden door de tijd heen. Wat ons bindt is de wens een groot overzicht te presenteren.
Evenals de opzet is de inrichting in nauw overleg met Marlene bepaald. Zij vond sommige exposities in het buitenland te vol en te chaotisch. Dat moest hier anders
Alied Ottevanger:
Hoe gekozen?
Leontine Coelewij:
Er is van begin af aan nauw overleg met Marlene Dumas geweest, dat is in het Stedelijk altijd uitgangspunt. Behalve mijn persoonlijke belangstelling voor het vroege werk, wilden we werken laten zien die nooit in Nederland getoond zijn. Marlene is gewend om voor iedere tentoonstelling een samenhangende groep werken te maken. Die afgeronde clusters worden in het buitenland geëxposeerd, dikwijls verkocht aan buitenlandse verzamelaars en zijn daarna hier nooit te zien geweest.
Een ander uitgangspunt was dat hier weliswaar veel mensen bekend zijn met Dumas’ werk in Nederlands bezit, maar vooral via afbeeldingen. We wilden daarom direct contact met haar kunst bieden. In de tentoonstelling is voorts de verdiepingsmogelijkheid een rode draad. We willen het hele verhaal vertellen, in al zijn gelaagdheid: het gebruik van beelden uit de media en uit de kunst, de fascinatie voor verschillende thema’s: vrouwen, gender issues, mannelijkheid, geweld, dood, rouw en verdriet. De werken zijn niet strikt chronologisch, maar meer rond periodes en kenmerken bijeengebracht. In zaalteksten worden meer betekenislagen aangereikt en in de film van Rudolf Evenhuis en Sandra Parry gaat Marlene zelf in op haar gebruik van fotografische bronnen.
Alied Ottevanger:
Wie heeft de inrichting bepaald?
Leontine Coelewij:
Evenals de opzet is de inrichting in nauw overleg met Marlene bepaald. Zij vond sommige exposities in het buitenland te vol en te chaotisch. Dat moest hier anders. Ruimte is belangrijk voor haar werken. Marlene heeft in het Stedelijk daarom voor dit parcours met grote en kleine zalen gekozen. Bij het ontwerp hebben we vervolgens duidelijke accenten gelegd. Het parcours voert je door zalen van wisselend formaat met werken rond een bepaald onderwerp of zienswijze. Een van de mooiste accenten is de uitspraak die Marlene doet met de inrichting van de erezaal. Werd die voorheen altijd bepaald door het grote, masculiene gebaar, Marlene koos voor vrouwen en homoseksuele mannen, geschilderd op papier.
Alied Ottevanger:
Retrospectieve: een sleets genre?
Leontine Coelewij:
Dat is een gevaar. In het Stedelijk denken we volop na over vormen die we hiervoor kunnen ontwikkelen. Daar zitten we nog middenin, maar het is ons wel duidelijk dat het Stedelijk geen retro-machine mag worden!
Alied Ottevanger:
Noodzaak catalogus?
Leontine Coelewij:
In de catalogus zijn fragmenten van teksten opgenomen die door de tijd heen over haar werk verschenen zijn. Die keuze is samen gemaakt en biedt zicht op de receptie van haar werk. Daarnaast heeft Marlene zelf een tijdslijn opgesteld van gebeurtenissen die haar in die jaren heeft beïnvloed. Dat is voor het eerst. Het geeft haar verhaal weer en samen met de teksten biedt dat een zinvolle context waarin haar werk begrepen kan worden.
Alied Ottevanger:
Meegeven aan bezoekers?
Leontine Coelewij:
Er is geen uniforme bezoeker. Het plezier in kijken naar het schilderen is een heel legitiem motief. Puur formeel kijken kan zeker, maar emotioneel geraakt worden is een andere, mooie mogelijkheid. Persoonlijk vind ik het ook heel goed als men de analytische blik herkent waarmee ondermeer politieke kwesties en gender issues in haar werk worden onderzocht. Ook hoop ik dat het feministische perspectief duidelijk wordt waarmee bijvoorbeeld naar het naakt wordt gekeken. Dat lijkt me ook legitiem omdat Marlene gevormd is in een artistieke omgeving waar de conceptuele kunst de toon aangaf. Haar reflectie op het kunstenaarschap komt daar vandaan.
Ten slotte willen we dat het publiek Dumas’ kunst op haar eigen merites beoordeelt. Daarom ook organiseren we lezingen, een filmprogramma en maken we een boek bij dit overzicht.
Alied Ottevanger:
Tot besluit: de titel?
Leontine Coelewij:
Het was Marlene die met deze titel kwam. Het drukt haar verantwoordelijkheid voor haar beelden uit, maar ook die van de toeschouwer.
Alied Ottevanger publiceerde de eerste tekst die over Marlene Dumas verscheen in Metropolis M, jrg 2, 1981, nr.5
Marlene Dumas The Image as Burden
Stedelijk Museum Amsterdam
Metropolis M
Olphaert den Otter, FIRE ISLAND (2013) Foto: Pim Voorneman
Voor Capriccio II selecteerde Pim Voorneman negen kunstenaars. De tentoonstelling is een vervolg op de eerste Capriccio in het Haagse kunstenaarsinitiatief JCA de Kok vorig jaar. Net als toen liggen ook nu bij binnenkomst gekleurde mp3-spelers met witte koptelefoons op de bezoekers te wachten. Het is wonderlijk hoe verschillend de beeld-en-muziekcombinaties uitpakken.
Ronduit betoverend is het verbond dat ontstaat tussen de muziek van Alva Noto & Ryuichi Sakamoto en het schilderij van Roland Schimmel. Het schilderij Derwish Light Particle (2013) zuigt de blik van de toeschouwer naar zich toe, en door de koptelefoon met de muziek word je tijdelijk afgesloten van de buitenwereld, alsof je in een cocon van beeld en geluid beland bent, los van de werkelijkheid. De tijdsduur van het muziekstuk nodigt je uit om langer naar het schilderij te kijken dan je ‘normaal’ zou doen, met een bijna hallucinerende ervaring als gevolg.
De muziekkeuze van Olphaert den Otter vormt een groot contrast met de serene muziek van Noto & Sakamoto. Veel dramatisch geweld wordt erin afgewisseld met rustige stukken, het lijkt een groots, meeslepend verhaal te vertellen. Maar wat zegt dit overweldigende muziekstuk over het geschilderde Fire Islands (2013) van Den Otter? Fire Islands is een schildering op een slordig harmonica-gevouwen vel papier, waarop een leporello van ansichtkaarten is weergegeven. Op de ansichtkaarten staat een brandend boorplatform afgebeeld, een ‘fire island’. Als toeschouwer en ‑hoorder pijnig je je brein op zoek naar een link. Wat is dit voor muziek? En wat is de relatie met de ansichtkaarten? Wat vertelt de dramatische compositie over dit werk? Terwijl de muziek doorspeelt heb je alle tijd de schildering nauwkeurig af te speuren, en dan zie je het. Op het omslag van de kaartenleporello staan de namen van de geadresseerden geschreven: Charles Ives & Malcolm Morley. Charles Ives is de componist van het door Den Olphaert gekozen muziekstuk, Malcolm Morley is een Britse schilder die halverwege de jaren 70 onder meer het werk Miami Postcard maakte: een prent van een leporello met ansichtkaarten van Miami. Den Otter brengt in zijn werk de schilder en de componist dus bij elkaar in de vorm van een adressering. Indirect verwijst hij naar hen met een citaat van het beeld van Morley en het uitgekozen muziekstuk van Ives (dat weer uitgevoerd is door andere musici).
De deelnemers aan Capriccio II verleiden de toeschouwers met hun muziekkeuzes tot verrassende observaties. De roffelende marsmuziek van jazzdrummer Martin van Duijnhoven kleurt de groene lijnen van het schilderij van Jos van Merendonk legergroen, en verandert ze in de sporen van een marcherende stoet. De rondingen uit Henri Jacobs’ werk bewegen als wiegende heupen mee op het nummer Peaches en Regalia van Frank Zappa. En onder de klanken van Nicolas Wilmouths muziekkeuze verandert de stijve primula op zijn foto in de koningin van de dansvloer. Muziek kleurt het kijken, zoveel is zeker na deze tentoonstelling. De verbeelding van de toeschouwer wordt aan het werk gezet, en dat levert mooie kijkervaringen op.
Kevin Weir turns historic B&W photo's into haunting PDF's
“I grew up reading a lot of fantasy and science fiction and have always been into dark humor and surrealism, so you probably see a lot of that in the GIFs,” Weir told Bored Panda.
“I started out making GIFs about three years ago during the downtime of a summer internship, and as a way to sharpen up on Photoshop.”
“Don’t really know how I fell into the whole black and white thing, but at some point my friend showed me the library of congress Flickr page and I’ve been using it to find photos ever since.”
“It’s an awesome collection filled with incredible snapshots of an era that no living human has firsthand knowledge of.”
“I use Photoshop and after effects. Sometimes a GIF will take a few hours, other times a few days. I make GIFs for fun. Not much else to it.“
NYC-based art director, designer and GIF master Kevin Weir takes historic black and white photographs and turns them into dark, scary, but ultimately amusing GIF animations. He took historic portraits and war scene shots from Library of Congress online archive and gave them fantastic behind-the-scenes stories, hidden from us for so many years.
If you’re interested in seeing more of Weir’s creations, ranging from the creepy to the delightfully absurd, be sure visit his website.
More info: kevinjweir.com | Tumblr (h/t: colossal, demilked)
Bored Panda
14 september 2014 - Audra
Amsterdam | Eindelijk is het zover: de grote overzichtstentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum Amsterdam. Op zaterdag 6 september werd Marlene Dumas – The Image as Burden feestelijk geopend voor het publiek.
Models, 1994
The Wall uit 2009 verbeeldt de muur in Jeruzalem die Israël scheidt van Palestijnse gebieden. Dumas plaatst de toeschouwer aan de Joodse kant van de muur en dat geeft te denken.
(detail) Lou Reed
‘Marlene Dumas – The Image as Burden’
6 september 2014 t/m 4 januari 2015
Stedelijk Museum Amsterdam
Bekijk deze expositie in de Kunstgids
Over dit artikel:
Kunstbeeld.nl, Beeldverslag
dinsdag 9 september 2014
Ansel Adams
Aspens, Dawn, Autumn, Dolores River Canyon, Colorado, 1937
This photograph seems at first glance a little sad. It sits astride a difficult truth: leaves wither and fall; after summer, autumn always comes along. Time moves forward relentlessly. The seasons pass - and we hasten towards old age, death and oblivion. But the image takes these awkward truths and, through its technical skills, lends them dignity and grandeur. The aspens have been surprised by the photographer's light and stand out as strands of silver against the blackness of night. The mood is sombre, but elegant. There is a consoling message within the artistry, something to appease our raw grief and anxiety about our mortality and the fleetingness of time. The image invites us to to see ourselves as part of the mesmerising spectacle of nature. Nature's rules apply to us as much as they do to the trees of the forest. It’s not personal. The photograph is a reframing device: it invites us to think of our own lives as having a natural order that has nothing to do with individual justice. The photograph tries to take the personal sting out of what happens to us.
Most works of art do not present us with radically strange and unexpected ideas: rather, they lend life to truths that had become cliches. Their power lies in getting us to feel important thoughts that had become merely intellectual and sterile. Thanks to Adams, we feel with renewed, redeeming force the idea that we are subject to nature's implacable laws.
Over dit artikel:
hier te vinden
Lauren Alexander (Zuid Afrika) en Ghalia Elsrakbi (Syrie) volgden de master Design aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Nadat ze in 2008 afstudeerden, begonnen ze hun samenwerking onder de naam Foundland. Ze studeerden beiden grafisch ontwerp, maar sinds hun samenwerking richten ze zich op zelf geïnitieerde onderzoeken in samenwerking met culturele instanties, musea en voor onderwijsdoeleinden.
Ghalia Elsrakbi (GE) "Toen de revolutie in Syrië uitbrak, was ik er persoonlijk bij betrokken. Het is mijn thuisland en ik volgde de gebeurtenissen dagelijks via Facebook. Veel van mijn vrienden namen deel aan de protesten, een aantal van hen werd gearresteerd. Ik voelde me verbonden met de gebeurtenissen terwijl ze plaatsvonden. Een aantal die ik op Facebook vond over de revolutie bewaarde ik op mijn computer. Samen begonnen we te archiveren, verzamelen en uiteindelijk analyseerden we het gebruik van beelden online. In oktober van 2011 werden we gevraagd om een tentoonstelling te maken van al het materiaal dat we hadden verzameld sinds het begin van de opstanden in Syrië.
Heske ten Cate (HC): "Is jullie archief volledig gebaseerd op jullie Syrische vrienden?"
GE: "Zo begon het. We waren gefascineerd door hoe mensen in een land als Syrië reageerden op de politieke veranderingen. In een land waar je niet naar buiten kunt gaan, de straat op om te zeggen wat je denkt. Hoe gaan die mensen om met een revolutie? Het is nog maar sinds kort dat mensen de mogelijkheid hebben online te communiceren."
LA: "Egypte ondervond twee jaar geleden een enorme politieke verandering. Ik weet nog dat Ghalia me zei: "Er zal nooit een revolutie komen in Syrië." Er zijn trends te ontdekken op Facebook en Youtube met betrekking tot politieke uitingen. In het begin gebruikt elke gebruiker een pseudoniem, na een tijdje verandert dat. Al wist nog niemand waar het protest toe zou leiden."
GE: "Je zou kunnen zeggen dat we gedurende het begin van ons onderzoek bezig waren met het verzamelen en observeren van het gedrag van Syrische internetgebruikers en hun houding ten opzichte van de mogelijkheid van een revolutie. In Syrië werd Facebook ineens een sterk wapen, als een virus verspreidde het zich en niemand was in staat het te beheersen."
HC: "Hoe lang hebben jullie beelden verzameld van het internet voordat jullie de publicatie zijn gaan maken?"
LA: "We verzamelen nog steeds. Vorig jaar oktober zijn we begonnen met de publicatie, omdat het onderwerp in Nederland en de rest van Europa nog erg leefde, maar het nog niet duidelijk was hoe het te benaderen. Niemand wist echt wat er in Syrië gebeurde. Dat was de belangrijkste reden de publicatie te maken."
LA: "Dergelijke protesten bereiken veel meer mensen dan door op straat te gaan. We ontdekten dat Facebook een slagveld is voor zowel de voorstanders als de tegenstanders van het regime. Vanwege alle propaganda die via Facebook werd verspreid, werd de strijd zichtbaar en helder. In de eerste editie van onze publicatie hebben we ons gericht op voorbeelden van propaganda die werden gemaakt door het Syrische Elektronische Leger (SEA)."
HC: "Dus dat betekent dat het Syrische leger kunstenaars in dienst heeft die voor het regime deze intrigerende beelden maakt?"
GS: "Ja. Dat is inderdaad een interessante gedachte. Deze kunstenaars en hackers noemen zichzelf het Syrische Elektronische Leger. Ze verspreiden nieuws en beelden online. Ze positioneren zichzelf als een onafhankelijke groep hackers, maar zijn uitgebreid bedankt in toespraken van president Al-Assad. "
LA: "Het grappig is het dat ze dezelfde toepassingen gebruiken als ontwerpers en kunstenaars. Ze zoeken het internet af, vinden beelden en gebruiken ze voor hun eigen doeleinden met behulp van software."
HC: "Je bedoelt dat ze bijvoorbeeld de leeuw uit de film Chronicles of Narnia gebruiken en er een foto van Assad voor plakken?"
GS: "Precies. Zelfs beelden die geen specifieke betekenis hebben, bijvoorbeeld stock foto's van Getty worden gebruikt voor de beangstigende propaganda."
HC: "Is de publicatie een verslag van wat jullie op het internet gevonden hebben of verschaft Foundland zich van een mening over de revolutie en de propaganda?"
LA: "Ja, ik denk wel dat we een mening laten zien. Misschien niet zozeer in de vorm van een activistisch statement. Ons standpunt laat zich vooral zien in het interview dat we hebben opgenomen in de publicatie. Dit interview is opgemaakt uit een verzameling interviews en stukjes van het gesprek tussen Bashar Al-Assad en Barbara Walters tot interviews met Apartheid leiders. In ons fictionele interview met een"beeldenmaker," verteld vanuit het standpunt van een maker van propaganda voor het Syrische regime, spelen we met de manier waarop mensen totaal opgaan in de mythe die ze zelf creëren. We hebben onze eigen mythe en een manier van spreken die propaganda gedoogd gecreëerd.
GS: "We zetten deze mensen niet neer als de verpersoonlijking van het kwaad. Dat is erg belangrijk. Iedereen is tot op zekere hoogte gaan geloven is zijn eigen mythe. Wij zien deze beeldenmakers als gewone mensen die misschien gebrainwasht zijn en echt denken dat ze het juiste doen. Deze mensen kunnen intelligent en getalenteerd zijn. Hun ideeën zijn radicaal, maar in sommige gevallen kun je het eens zijn met hun standpunten."
HC: "Stel dat ik blind zou zijn, zou je me dan kunnen vertellen over de structuur en inhoud van de publicatie. Hoe ziet het eruit?"
GS: "De publicatie bestaat uit drie delen. Het eerste deel beslaat ons onderzoek naar social media en het gebruik ervan in Syrië. Het tweede deel is een beeldoverzicht gericht op de manipulatie van beelden, zoals ze worden gebruikt in de propaganda die het regime ondersteunt. Er zijn geen regels, geen issues met copyright, mensen stelen beelden van het internet and gebruiken ze voor hun eigen doeleinden. Het interessante is dat de beelden vaak hilarisch zijn; zelfs voor de Syriër. De beelden zijn gecategoriseerd, in bijvoorbeeld: beelden van de natuur, Westerse beelden, Walt Disney beelden en religieuze beelden. Het derde deel is het interview. Het interview is gedrukt op roze papier, dat het onderscheidt van de rest. Het geeft achtergrond informatie over 'de beeldenmaker'. Het biedt inzicht in zijn manier van leven, denken, voelen en laat het potentieel zien van de beelden die hij creëert."
HC: "De titel van de publicatie is: Simba, de laatste prins van het Ba'ath land. Waarom hebben jullie voor deze naam gekozen?"
LA: "De titel verwijst naar de Disney film The Lion King. Simba, de hoofdpersoon uit de film is erg populair en wordt veel gebruikt in propaganda van zowel het regime als de oppositie. Assad betekent 'leeuw' in het Arabisch. Het verhaal van The Lion King was een enorme hit in Syrië, omdat het vertelt over een kleine welp die zijn vader op jonge leeftijd verliest tijdens een gevecht. Het koninkrijk wordt overdragen aan de zoon en ook al is de kleine leeuw bang, hij vecht voor het rijk en alle dieren die erin leven. Veel voorstanders van het regime kunnen zich in dit verhaal vinden. Voor hen is het een metafoor voor wat er is gebeurd in de Assad-familie. De familie draagt de kroon al generaties lang. De titel verwijst dus naar het verhaal maar ook naar de beelden die als propaganda dienen, soms op een amateuristische manier. Het past bij hoe hilarisch deze beelden kunnen zijn."
Meer informatie over Foundland
Over dit artikel:
Mister motley, paper podium
01 Nov 2013 - Heske ten Cate
Er is altijd wel wat, maar soms houdt het je opeens stiekem gevangen. Een semi-grappige Amerikaanse televisieserie, honderden illustrerende foto’s op een oneindige website of een glooiend landschap zorgt ervoor dat je het komende uur nog nauwelijks in beweging zult komen. Heerlijk verdwijnen in het niets: zakken in iemands anders zijn lief en leed, staren en eindelijk begrepen worden en vooral nergens meer aan hoeven denken. Je gedachten, hersenspinsels en overpeinzingen even uit. Het overkomt je en je kan er soms zo ontzettend naar verlangen. Het boekje ‘Fata Morgana naar Rust’ gemaakt door kunstenaar Liesje van Berk gaat precies over dit moment.
Geniale verbanden zien, creatieve oplossingen en de juiste woorden vinden: dingen moeten bedenken levert vaak stressachtige verschijnselen op. Maar wanneer kom je echt tot rust? ‘Even je hoofd lekker leeg maken’, haast een cliché: maar kun je hoofd leeg maken? Ben je ‘in rust’ als je niet denkt en je gedachten stop zet? Volgens mij kun je je gedachten nooit stop zetten. Ben je volkomen ontspannen, superchill in pauzestand hoef je gedachten niet te sturen. Vaak genoeg brengt rust een hoop onrust met zich mee, al die gedachten die vrij rondjes rennen, elkaar doorkruisen en zonder enig doel zich aan elkaar verbinden. In ruststand moet je niks, alles mag onbezonnen door je hoofd suizen. De grens tussen rust en onrust is ook zeker te vinden in het boekje van Liesje van Berk. De eerste vraag die van den Berk stelt: ‘Is het niet genoeg elke gedachte slechts één keer te denken?’ Verschillende teksten zijn over elkaar heen gedrukt, en lijken zo de oneindigheid en dwaasheid van gedachten weer te geven.
Een moment van rust inbouwen gaat niet zo makkelijk als het inplannen van koffie-, tandarts-, en brainstorm afspraken. Dat moment van rust en ruimte staat als laatste in de rij en komt zelden aan de beurt. Liesje van Berk zet voor zo’n moment bij ieder een klein wit tentje over het hoofd. Ik kan me wel voorstellen dat dit witte tentje je afzondert in een witte leegte en je subtiel duwt in een ontspannen en teruggetrokken houding, waarin je niets meer kunt opnemen van de buitenwereld en je volledig kunt luisteren naar je gedachten. Liggend onder zo’n klein wit tentje vraag ik me af of je kunt op staan met een goedemorgen zonder zorgen.
Het boekje 'Fata Morgana naar Rust' is in bezit van het schitterende boekenwinkeltje BoekieWoekie in de Berenstraat 16 in Amsterdam. Een winkel die van beneden naar boven en in alle hoekjes en gaatjes is bedekt met de kunstenaarsboeken (en ook precies ruikt hoe een boekenwinkeltje moet ruiken). Veelal boeken in kleine oplages, van kunstenaar met veel en weinig werk, boeken uit Nederland en van heiden ver. Kortom een plek waar je geweest moet zijn. Kijk voor meer informatie op de website van BoekieWoekie (ook een waar avontuur).
Over dit artikel:
Mister Motley, paper podium
06 Dec 2013 - Wieke Teselink
Gisteravond, toen ik naar huis ging met de bus, reed ik door Sao Paulo. Het leek wel of alle verlichte ramen die ik zag ofwel blauw ofwel oranjegeel waren, alsof er maar twee soorten verlichting bestaan in Brazilië.
De eerste keer dat ik een ‘Accidental Universe’ zag., was ik met vrienden in een café en opende iemand de suikerpot. Op de zwarte tafel lag ineens een wit universum. Nu zie ik ze overal. Onder de tafel, als er een papiertje mee gewassen is, of als de ipad uitstaat en de luchtvervuiling van Sao Paulo er een constellatie op heeft gemaakt.
Iemand vroeg me gister of er eigenlijk wel zoiets als ‘thuis’ bestaat. Als ik naar de geknoeide universums kijk, probeer ik me voor te stellen dat ergens in een van die minuscule puntjes míjn huis staat. Daar woon ik dan, met al mijn dromen, mijn vrienden, mijn kunst, mijn ambitie, mijn frustratie over het niet werkende koffiezetapparaat. Dan zoom ik uit, en zijn er zoveel sterren omheen dat mijn eigen verbluffende relativiteit me laat lachen.
Misschien is thuis wel de plek waar je even kunt vergeten dat je net als alle andere mensen bent, met je eigen unieke dromen, vrienden, ambities en onbenullige frustraties. Natuurlijk zitten er achter al die ramen mensen net als jij. Maar de enige plek waar we dat echt kunnen vergeten is als we dromen, misschien is slaap wel het beste huis?
Over dit artikel
Mister Motley
Art & Everyday life
29 Aug 2014 - Sarah van Sonsbeeck
Het belang van kunst? Jouw buikgevoel! Dat is zowat de bottomline van het boek Art as Therapyvan de Britse filosoof Alain de Botton en kunsthistoricus John Armstrong. Samen cureren ze vanaf 25 april ook de tentoonstelling Kunst is Therapie in het Rijksmuseum Amsterdam. Onschuldig is dat allerminst. Van de unieke individualiteit van het werk lijkt de kunstpraktijk, zeker in musea, langzaam te verschuiven naar het ego van de toeschouwer.
Kunst is een medicijn, het museum de apotheek waar ons arme incomplete ego geheeld kan worden
‘Het “probleem” waardoor onze ontmoeting met kunst niet altijd zo soepel verloopt, ligt niet zozeer bij het individu’, betogen De Botton en Armstrong. ‘Wel bij de manier waarop kunst wordt onderwezen, verhandeld en gerepresenteerd door de kunstelite. Sinds begin twintigste eeuw is onze relatie met kunst verzwakt tot een diepgaande institutionele weigering om de vraag te stellen waartoe kunst dient.’ Het antwoord op die vraag is simpel: kunst is een medicijn, het museum de apotheek waar ons arme incomplete ego geheeld kan worden. De autonomie van de kunst is immers een illusie, zo betoogt De Botton tussen de lijnen. Esthetisch genot op zich voldoet niet, bestaat misschien zelfs niet. Altijd staat het in dienst van andere, essentiëlere gevoelens of bezorgdheden die de hedendaagse mens moet torsen.
CREATIEF MET KUNST
Ook in Art as Therapy waagt De Botton zich niet aan al te veel filosofische bespiegelingen. Alles wordt zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk gehouden. Er mag onder het boek dan wel een vorm van cognitieve kunsttheorie schuilen, dat zal hij niet met zoveel woorden zeggen. De esthetische ervaring die berust op belangeloos welbehagen, zoals Kant haar interpreteerde, wordt compleet weggevaagd, zelfs tegengesproken. Niets zo verderfelijk en zinloos, aldus De Botton, alsl’art pour l’art: het totaal irrelevant creëren van schoonheid of kunst, waar niemand wat concreets aan heeft.
Wanneer je als toeschouwer niet meteen ziet of begrijpt wat de kunstenaar bedoelde of welke gevoelens bij je opkomen, dan is er wellicht ook geen bedoeling. ‘Why should this veneration of ambiguity continue? Why should confusion be a central aesthetic emotion? Is an emptiness of intent on the part of an artwork really a sign of its importance?’
Dat kunst kan ontstaan vanuit een urgentie bij de kunstenaar, nog los van diens intentie, is voor De Botton dus niet aan de orde. Kunst moet omarmen. Nu religie heeft afgedaan en we met zijn allen in zingevingscrisissen en op de bank van de psychiater zijn beland, nu kan kunst op de proppen komen als zinvol alternatief. Musea moeten er maar eens voor uitkomen wat hun primaire ambitie zou moeten zijn: een substituut vormen voor de kerken en kathedralen.
De achterliggende idee gaat een stuk verder dan de holle marketingslogan ‘de bezoeker staat centraal’. Hier wordt radicaal uitgegaan van de zeer hedendaagse vraag ‘What’s in it for me?’ Wat doet dit werk met mij? En vandaar: wat is het nut ervan? Deze kunst heeft een functie op die gebieden waar we allemaal wel wat steun en richting kunnen gebruiken: liefde en relaties, werk, status, herinnering en sterfelijkheid. Dus dragen door De Botton ingerichte museumzalen titels als Fortune, Politics, Sex en Money. Want het kunstwerk moet ‘een plekje in je hart veroveren’.
Wat telt, is het uitgangspunt van de toeschouwer die vaak ongehinderd door enige kennis van zaken zijn eerste indruk, zijn buikgevoel als belangrijkste indicator neemt voor het al dan niet waarderen van een werk. Een museumbezoek moet ons zo voeren langs onverwerkte woede in onszelf, aanmanen nog eens naar moeder te bellen, nieuw leven blazen in een saaie relatie of inspiratie bieden om meer van het leven te genieten. De bijschriften bij de tentoongestelde kunstwerken zijn als het ware bijsluiters, gebruiksaanwijzingen om maximaal effect te genereren. Zo staat bij een foto van Venetiaans glaswerk: ‘Dit is een verhaal over fragiliteit, gematigdheid, die door het glas met ons spreekt. Maturiteit betekent dat een mens zich bewust is van zijn macht over anderen. CEO’s, be aware.’ Of de bedenking ‘Focus niet alleen op het schilderij, wees ook liever voor je kinderen!’ bij een Madonna met kind … We kunnen gemoedsrust ervaren als we naar Monets waterlelies kijken en ‘uit de kunst die we mooi vinden, afleiden wat er in ons leven ontbreekt’. Eenduidige complementariteit dus, zo simpel is het.
IEDEREEN CRITICUS?
De Botton lijkt kunst te reduceren tot verstrooiing, in de betekenis die Walter Benjamin daaraan gaf: de afstand tussen kunst en leven volledig laten verdwijnen. Niet omdat we een heersende schoonheidscultus moeten opheffen, maar omdat we van de kunst geen concentratie of vervreemding meer verdragen – het dagelijks leven is al bevreemdend genoeg. In die zin stapt De Botton zelf helemaal mee in het mechanisme dat ons vandaag aanmaant om vooral via consumptie en obligate must-see/do lijstjes ‘een kunstwerk van je leven’ te maken. Het uitgangspunt is dat de ontwikkelde mens vandaag in alles wat hij doet, één heilig doel heeft: de verbetering van het ego. Daarin is het museum, net als het wellnesscentrum of de shoppingmall, een dienstverlener, een aanbieder van een product. Als het instituut de klant tevreden wil houden, zal het zich moeten plooien naar diens verwachtingen en behoeften.
In de kleffe en kleinburgerlijke manier waarop De Botton met die ‘emancipatie’ omgaat, openbaart zich een grote paradox
Een deel van het publiek ervaart die ik-benadering misschien als een welkome democratisering van kunst. Na de vervulling van Joseph Beuys’ droom van ‘iedereen kunstenaar’ – zij het wellicht niet altijd zoals hij die voor ogen had – wordt iedereen nu ook kunstcriticus. Als je kan beschrijven wat dit werk ‘met jou doet’, kan je er een smaakoordeel aan toekennen dat, hoewel voor anderen totaal irrelevant of arbitrair, voor jezelf normatief en definitief is.
De finale emancipatie van de toeschouwer? In de kleffe en kleinburgerlijke manier waarop De Botton met die ‘emancipatie’ omgaat, openbaart zich een grote paradox. In zijn kunstvisie geldt het bevrijde ego van de toeschouwer vooral als een kleine bange sterveling die continu geheeld, gesust en bevestigd moet worden. En wanneer de aura van elk kunstwerk expliciet geduid en gereduceerd wordt tot een hapklare brok, knijpt dat het vrije spel van de persoonlijke verbeelding juist totaal af. Het is van een hemeltergend paternalisme enverkleutering. Schaamteloze meligheid, sentimentalisme en egocentrisme: het kan, het mag, het moet, volgens de zelfhulpgoeroe van de kunst. En daarin staat hij niet alleen. Zijn discours krijgt steeds meer weerklank.
STERKE MERKEN
‘De Nachtwacht, Whistler’s Mother, Woods American Gothic, Leonardo da Vinci’s Mona Lisa en De Schreeuw van Edvard Munch hebben iets bereikt wat de meeste schilderijen niet lukt. Hoe belangrijk, mooi en duur ze ook zijn, ze kunnen niet de brug slaan tussen de kunstelite en de populaire cultuur.’ Deze uitspraak is te vinden op de Facebookpagina van Masterpieces of Art, een expo die vanaf 2 april loopt in de Fenixloods in Rotterdam. Het gaat om een selectie van 200 internationale topkunstwerken, heel toegankelijk tentoongesteld. Met een interactieve tijdbalk, met informatie die je doorgaans niet krijgt (zoals de geldwaarde van een werk), met appsen touchscreens. En bovendien geen suppoost die je op de vingers kijkt. ‘Hier willen kinderen wel naartoe!’ Alleen, het zijn replica’s. ‘Maar wel erg goeie!’ Op diezelfde Facebookpagina geeft een enthousiaste fan het ultieme compliment: ‘Jullie zijn de André Rieu van de schilderkunst!’ ‘Je hoeft niet meer naar Bilbao, London of New York om topwerken te zien, hier vind je alles in een grote hall. En je kan net zo goed opscheppen tegen vrienden dat je de Mona Lisa, De Nachtwacht of Guernica al gezien hebt!’ Het is een populariseren van kunst geheel in lijn met wat De Botton beoogt. ‘Intellectueel toerisme’ wordt het ook genoemd. Het is een vorm van retail therapy.
Wat aan deze benadering nog het meest teleurstelt, is hoe vernauwend ze werkt, hoe sterk er op veilig wordt gespeeld door enkel gecanoniseerde, oude en politiek correcte werken op te nemen, alleen schilderkunst en enkele beeldhouwwerken die zich makkelijk laten duiden. Het citaat dat Banksy ooit gebruikte, ‘art should comfort the disturbed’, wordt met graagte tot die eerste zin beperkt. ‘And disturb the comforted’, zoals het eigenlijk verdergaat, daarvan is bij De Botton en co geen sprake. De ironie is dat deze voorkauwende, normbevestigende en in wezen denigrerende benadering van het publiek wel eens – na een eerste succes – het omgekeerde effect zou kunnen hebben: verveling door zeurderige eenduidigheid.
Nog los van deze valse emancipatiegedachte, verontrusten vooral de consequenties van De Bottons kunstvisie. Zo gaat zijn voorwoord in Art as Therapy niet alleen flagrant voorbij aan de actuele waarheid van bezuinigingen, afkalvende subsidies en hol gespeculeer op de kunstmarkt, het speelt ook moeiteloos in op de heersende publieke opinie: ‘De moderne wereld beschouwt kunst als heel belangrijk – iets wat heel dicht bij de zin van het leven staat. Bewijzen van deze verheven opvatting kun je vinden bij de opening van nieuwe musea, bij het vaststellen van overheidsbegrotingen op het gebied van kunst en cultuur, in de wens onder kunsthoeders om kunst beter toegankelijk te maken, in het prestige van academische kunsttheorieën en de torenhoge prijzen waarvoor kunst op de commerciële markt wordt verhandeld.’
Deze voorkauwende, normbevestigende en in wezen denigrerende benadering van het publiek zou weleens – na een eerste succes – het omgekeerde effect kunnen hebben
Het is een van die grote verschuivingen in de kunstwereld waar onder meer Anna Tilroe voor waarschuwt, met name in het debat over financiering en de dominante positie van de markt in de kunstwereld. Alleen ‘relevante’ kunst – die kunst die toegankelijk is voor een groot publiek – zou nog bestaansrecht hebben. Met die hedendaagse marktdynamiek heult De Bottons discours van personalisering in feite gewoon mee. Musea worden een propagandamiddel van de kapitaalkrachtige elite, een kunstenaar een brand in het grootkapitalistische kunstcircuit. Wie het zich niet kan permitteren om kunst als belegging aan te kopen, kan ten minste wel deel uitmaken van de experience. Alsof we het aan onszelf verplicht zijn de populaire bucket list af te werken van kunstwerken die je in je leven absoluut moet zien. Gewoon, omdat het topwerken zijn, omdat het je ego streelt en wie weet ook heelt, op de conventionele en door de curator voorziene manier.
Niet alleen de tijdelijke expo Kunst is Therapie, maar ook de opstelling van de grote publiekstrekkers in de vaste collectie van het Rijksmuseum speelt hier gretig op in. Je wordt als bezoeker automatisch naar De Nachtwacht gezogen, en in die zaal is het bij momenten ‘net de Kalverstraat’, zoals we een bezoeker hoorden klagen. Die er net zo goed ook zelf was, uiteraard.
KNEUTERIGHEID OF CONTROVERSE?
Niemand anders dan Jan Hoet – zowat De Bottons tegenpool – heeft meer mensen ervan overtuigd dat kunst (hedendaagse kunst in het bijzonder) een belangrijke rol speelt voor onze geestelijke gezondheid. Zijn aanpak stond diametraal tegenover deze expliciete, haast kneuterige en krampachtige benadering. Onzekerheid, controverse en het mysterie van kunst duidde Hoet precies als datgene wat een werk net interessant maakt, en bestand tegen de tijd. Door het publiek kennis te laten maken met een zo breed mogelijk scala van esthetische categorieën (het schone en het lelijke, het sublieme, het wreedaardige …) wou hij de kans bieden de ervaring te verrijken met alle mogelijke fijne nuances van de kunst en van het leven, zoals hij ooit toelichtte in een interview in Ons Erfdeel.
Een ontmoeting tussen De Botton en Hoet zit er niet meer in, maar had vonken kunnen geven. Hun doelstelling lijkt dezelfde: kunst bij een ruim publiek brengen. Alleen is bij De Botton heel weinig te merken van een eigengereid, ongrijpbaar heilig vuur voor de kunst. Wat nog het meeste stoort aan zijn hele aanpak, is dat hij als goeroe dé methode kent en de wijsheid voor het Goede Leven in pacht heeft, ook met betrekking tot relaties, religie, seksualiteit en recent ook de media. Maar wat eraan ontbreekt, is passie en zelfs gedegen interesse in zijn onderwerp. Alain De Botton geeft u alle antwoorden. Hoet vond kunst net ‘een kernvraag waarvan je weet dat je het antwoord niet kan vinden, maar tegelijk is de zoektocht naar het antwoord zoveel belangrijker.’
Virginie Platteau is leerkracht Engels en Nederlands in Brussel, en redactielid van rekto:verso.
www.artastherapy.com
Over dit artikel:
Rekto:verso
Beeldende kunst, Literatuur
Virginie Platteau
Nr. 61 april - mei 2014
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Samen ik
Wie het over stilte wil hebben, kan beter niets zeggen
Weinigen hebben het paradoxale wezen van de stilte zo hard doorleefd als kunstenaars. Stilte is het voorgeborchte van hun spreken, of de oase waar dat spreken uiteindelijk in eindigt. Wat hebben ze over die ervaringen nagelaten dat ons kan helpen om de stilte beter te vatten? Een verkenningsvlucht.
Onvermijdelijk vervalt elke bedenking over stilte in clichés of in paradoxen. De afwezigheid van geluid heeft zelf geen betekenis, maar wordt er slechts mee opgeladen door wat eraan vooraf is gegaan, of door wat erop volgt. Nooit is die betekenis eenduidig, altijd is ze subjectief, voor interpretatie vatbaar. Het is een vacuüm dat per definitie niet kan worden opgevuld: die kwetsbare blootliggende leegte van tijd, die soms kan provoceren door haar nutteloze, van betekenis verstoken ‘er zijn’. Geen muzikant of dichter of hij heeft er wel op gewezen, op het immense belang van die stille open ruimtes tussen de klanken, de woorden. Precies die pauzes geven ritme en metrum, en vandaar ook betekenis. MRI-scans laten zien dat de hersenactiviteit bij het luisteren naar muziek het grootst is tijdens de stiltes. Gyorgy Konrad noemt stilte ‘een imaginaire les, die ons leert hoe we aan zinnen een zelfstandige betekenis moeten geven’.
"Stilte is een luxegoed geworden, waarvoor je bijbetaalt in de bioscoop of doelbewust apart gaat zitten in de stiltecoupé van de trein"
Wanneer er in een conversatie een plotse stilte valt, onaangenaam of niet, wil al eens iemand de situatie elegant ontladen met de mooie Franse uitdrukking ‘un ange passe’. Vraag is of het voorbijkomen van de engel de oorzaak dan wel het effect is van de stilte … Engelen horen en spreken zonder woorden, in innerlijke stemmen of tijdens heldere dromen. Het is van dezelfde orde als het intuïtieve klankloze spreken, de intense communicatie tussen een moeder en haar pasgeboren kind, tussen geliefden of tussen een stervende en de persoon die hem in zijn laatste ogenblikken nabij is. Marina Abramović exploreerde dat soort intuïtieve, stilzwijgende gesprek dat tot sterke emoties kan leiden, in haar performance ‘The Artist is Present’ in het MOMA. De stilte van twee mensen die daar geruime tijd zitten zonder te praten, voelde bijzonder geladen aan. Ze wekte bij elkeen die tegenover Abramović ging zitten, een andere energie op, een vorm van introspectie door het ‘stille gesprek’ heen.
De stilte heeft een intensiteit die de tijd doet vergeten, waardoor men als het ware loskomt van de actuele context. Zo stijgt een minuut stilte voor bijvoorbeeld Mandela, of ter herdenking van welke ramp of conflict ook, boven de kloktijd uit, door een verbondenheid tot stand te brengen die over tijd en ruimte reikt. Stilte zorgt voor verbinding, precies door een tussenruimte te zijn.
De Franse filosoof Alain Finkielkraut stelt vast dat het geluid tegenwoordig overal de overhand neemt, en noemt dat de enige ecologische ramp waarover je nooit iets hoort: de uitroeiing van de stilte. Vanwege die toenemende schaarste is het een luxegoed geworden, waarvoor je bijbetaalt in de bioscoop of doelbewust apart gaat zitten in de stiltecoupé van de trein. Het kan geen toeval zijn dat stiltemeditaties, trektochten in de woestijn of retraites in slotkloosters en ashrams zo populair zijn. Meer en meer stiltegebieden worden in kaart gebracht en beschermd, stilteroutes worden uitgestippeld, wat soms het ironische effect heeft dat we ons met zijn allen op dezelfde uitgetekende stille paden begeven.
SILENT LUCIDITY
Talloze kunstenaars en schrijvers getuigen van de noodzaak van contemplatie, terugtrekking, eenzaamheid en stilte, om te kunnen luisteren naar de innerlijke stemmen en demonen, om van daaruit het creatieve proces telkens weer op gang te kunnen brengen. ‘Silence, exile and cunning’, antwoordde James Joyce op de vraag wat voor hem noodzakelijk was om een goed schrijver te kunnen zijn. Ook Nietzsche pleitte voor de ‘windstilte van de ziel’, die ruimte schept voor innerlijke vrijheid en creativiteit. Stilte staat daar niet synoniem voor lethargie of onverschilligheid, integendeel. Creëren kan voor veel kunstenaars slechts in splendid isolation. Denk aan de eenzame schrijver die het beste werkt in een hutje bij de zee of in de relatieve afzondering van het tuinhuisje, of de beeldend kunstenaar die vooral ’s nachts in zijn atelier werkt, omdat de stad dan stiller is en zijn ideeën vrijer tot leven komen als de anderen slapen.
Stilte vergroot immers de capaciteiten om zich bewuster te zijn van de zintuiglijke indrukken. Het brengt evenwicht in de geest, zorgt voor focus en concentratie, is een teken van eerbied. Niet voor niets heerst in gebedshuizen van eender welke godsdienst een gewijde stilte, als een toegang tot het sacrale. Dat kan nogal klef beschreven worden als ‘zorgen voor contact met jezelf’, maar dat is wat stilte doet. Uit de leegte, de afwezigheid van extern geluid, klinkt eerst aarzelend en vaag, maar allengs sterker, de eigen stem, de klank van de eigen ziel op. Wie langere tijd alleen doorbrengt, kan vaststellen dat hoe stiller het rondom is, des te luider de chaos en de innerlijke stemmen in het eigen hoofd weerklinken. Terugtrekking is onontbeerlijk om te laten bezinken, rust te vinden, dat wat bezwaart en overprikkelt de kans te geven weg te deemsteren opdat het draagbaar wordt. Na enige tijd welt dan uit de stilte iets naar boven dat er tevoren nog niet was, uit de geestelijke humus ontspruit iets nieuws. Kant zocht het op tijdens zijn legendarische routineuze wandelingen, Leonard Cohen beoefende tien jaar za-zen in een Japans klooster, Hannah Arendt heeft het erover in haar Vita activa versus vita contemplativa – om er maar een paar te noemen, in hun specifieke context.
Maar wat is het soortelijk gewicht van stilte? Wanneer bereikt het zwijgen zijn kritische massa, het punt waarop de stomheid barst?
De stilte die wordt opgezocht, is een vorm van verinnerlijking, en uiteraard de behoefte om met rust te worden gelaten. De Britse auteur Tim Parks beschreef dat treffend en erg nuchter in zijn roman Buiten bereik, waarin een succesvolle journalist zich radicaal afkeert van onze door communicatie en media gedomineerde samenleving, om de stilte en de rust op te zoeken in de bergen van Tirol, boven de geluidsgrens. Natuurlijk slaagt hij daar niet in: de chaos in zijn hoofd klinkt alsmaar luider, en bovendien wordt hij voortdurend aan de 'beschaving' herinnerd door het onophoudelijk gesnerp van een kettingzaag in de vallei. De behoefte aan stilte deed zich ook sterk voelen in Parks' persoonlijk leven. Daarvan getuigt hij op soms tragikomische en zeer openhartige, maar ook diepzinnige wijze in Leer ons stil te zitten. Geplaagd door chronische fysieke kwalen, kwam hij tot de conclusie dat hij zelf als schrijver en vertaler verstrikt was geraakt in woorden. Wat hem kon helpen, was niet (opnieuw verbaal gefocuste) psychotherapie, maar simpelweg stilzitten en zwijgen. In de meest letterlijke zin, maar ook als vorm van meditatie. Onwezenlijk en gelukzalig is de innerlijke indruk die hij voelt wanneer de stilte haar werk doet, als oplosmiddel voor het ego als het ware. Kortstondig ervaart hij het volledig vredevolle gevoel als een glas water te zijn: volledig gevuld met transparantie, gelijkmoedig, zonder zorgen, zonder gedachten en zonder verlangens.
Het is een ervaring die misschien vergelijkbaar is met wat het fictieve personage van Hugo Von Hoffmanstahl, Lord Chandos, in een brief aan Francis Bacon schrijft, waarin hij uitlegt waarom hij er het zwijgen toe doet. Hij zal geen literatuur meer schrijven: hij ervaart de taal als ontoereikend en vindt literatuur een verraad aan de wereld. Over die zogezegd 'woordeloze' staat bericht hij: ‘Sindsdien leid ik een bestaan dat u, ben ik bang, nauwelijks kunt begrijpen, zo geesteloos, zo gedachteloos als het vervliet (…) en dat niet geheel zonder vreugdevolle en bezielende momenten is. (…) Wat zich op zulke momenten voor mij aandient, is iets wat volledig onbenoemd en waarschijnlijk ook onbenoembaar is.’
NIETS IS STERKER DAN DE STILTE?
Maar wat is het soortelijk gewicht van stilte? Wanneer bereikt het zwijgen zijn kritische massa, het punt waarop de stomheid barst?Het begin der tijden, wanneer het heelal tot stand komt met een knal van formaat, doet vermoeden dat er daarvóór doodse stilte heerste. Zo begint in haast elke cultuur de ontstaansmythe: met de trilling van geluid, van Logos, van Ohm of Aum, de energie op een bepaalde frequentie die de stilte doorbreekt, en met gepaste klank en luister de schepping in gang zet.In den beginne was het Woord. Meditatie vindt plaats in volstrekte stilte, maar yogi’s, zieners en sjamanen leggen contact met de spirituele wereld via gebed, muziek, mantra’s, gezang of dans onder ritueel tromgeroffel. Het zwijgen moet ritueel doorbroken worden om iets af te smeken of tot stand te brengen.
Bij christelijke mystici voltrekt zich hetzelfde proces. De mysticus beleeft de werkelijkheid die veelvoudig is, vanuit de diepere kern die één is, en waarin men absolute stilte ervaart. In zijn Preken op het Hooglied benadrukt Bernardus van Clairvaux dat de mystieke ervaring tot stand wordt gebracht door het Woord, het Spreken dat de stilte binnendringt: ‘Het Woord is levendig en krachtig (Hebr. 4, 12), zodra het in mij kwam, heeft het mijn versufte ziel gewekt, heeft het mijn hart bewogen, week gemaakt en verwond, want het was hard als steen en behoorlijk koud.’ De zwijgende contemplatie, de mystieke woordeloosheid waarin de mysticus niet meer spreekt, wordt doorbroken en 'het Woord' spreekt in hem of haar.
Een te lang volgehouden, compleet stilzwijgen zorgt voor vervreemding. Het is de gekmakende stilte van de volledig akoestisch geïsoleerde kamer, waar het ruisen van eigen bloed en ademhaling oorverdovend wordt. De verlammende stilte van het writer's block, want ‘alles is al gezegd’. Het is een val waar menig kunstenaar in trapt, het excuus om te zwijgen uit onzekerheid, omdat men zich aan geen enkel cliché wil laten vangen, iets werkelijk unieks en eeuwigs wil scheppen, wat telkens weer onmogelijk blijkt.
Toch is er voor de mens die wil creëren, geen ontkomen aan. ‘Wat we eisen, is stilte, maar wat de stilte van me vraagt, is dat ik blijf spreken’, zo voelde John Cage het aan. In het volle besef dat alles wat het volmaakte zwijgen doorbreekt, slechts variatie op een eeuwig thema is, en dat de taal altijd tekort zal schieten. Bij de dichters Hölderlin en Celan, bij Nietzsche, bij Vaslav Nijinski … wijst het terugtrekken in de langdurige stilte op waanzin, existentiële overspannenheid of vermeende schizofrenie. De getroffen kunstenaar voelt zich niet langer in staat iets aan de stilte toe te voegen, omdat de taal nooit volmaakt de brug zal kunnen slaan van de innerlijke beleving, gewaarwording en emotie naar de werkelijkheid. De ‘ver-taling’ is volledig problematisch, de taal voldoet niet. Voor Nijinski schiet op een bepaald moment niet alleen de verbale taal tekort – hij besluit niet meer te spreken, maar houdt wel nog zeer intensief een geheim dagboek bij – maar lijkt ook de lichaamstaal, die hem als subliem danser zo eigen was, niet meer te voldoen. Zeer abrupt ziet hij ervan af, op 19 januari 1919, middenin een voorstelling in Sankt-Moritz.
‘Wat we eisen, is stilte, maar wat de stilte van me vraagt, is dat ik blijf spreken’, zo voelde John Cage het aan
Hölderlin verbleef de laatste 37 jaar van zijn leven (tot zijn dood in 1843) stilzwijgend in een toren met uitzicht op de Neckar. Ook bij hem luidde de diagnose schizofrenie, onder meer vanwege de verschillende inwendige stemmen die hij herhaaldelijk aangehaald had in zijn geschriften. Celan springt in de Seine, Virginia Woolf stapt radeloos het water in met stenen in de zakken van haar mantel, met als verklaring: ‘The voices, they are back.’
Wat andere auteurs het zwijgen oplegt, is soms veel pragmatischer of rationeler van aard. Sommige kunstenaars hebben op een gegeven moment het gevoel dat het 'op' is, dat ze uitgepraat zijn, niets meer te vertellen hebben. Dat bewuste en obstinate zwijgen kan een vorm van negatie zijn, of een vorm van zelfkennis. Zo gooide Arthur Rimbaud op nauwelijks volwassen leeftijd heel bruusk, bijna onverklaarbaar de literatuur waarin hij zo getalenteerd en beloftevol was overboord, om zich toe te leggen op wapenhandel. Radicaal, definitief en raadselachtig, geen moer gevend om zijn oeuvre of reputatie. Ook Philip Roth kondigde onlangs aan niet meer te zullen schrijven, met als voornaamste argument dat hij er geen zin meer in heeft en niets meer wenst toe te voegen aan de literatuur. Daar is niets raadselachtigs aan, integendeel. Het kon wel eens een verstandige zet zijn, om zijn oeuvre zo te consolideren. Veel eerder in zijn carrière liet hij zich ontvallen: ‘Everything dictated silence and self-control, but I couldn't restrain myself and spoke my mind.’
Dat zegt zowat alles, in één zin. De stilte zorgt voor samenhang en tegelijk doorbreekt ze die. Ze is helend en pijnlijk, bedrukkend en bevrijdend, en zolang de mens expressie geeft aan wat hem beroert, wordt ze doorbroken, uitgesteld en opgeschort. Misschien is het een geruststellende gedachte dat alle menselijke chaos en rumoer, alle kreten en gefluister, alle muziek en alle geruis van de tijd, uiteindelijk niet meer zijn dan hoe iemand als Nescio zijn schrijverschap – en bij uitbreiding het leven – benoemde: een appel die valt in de stilte.
Virginie Platteau is leerkracht Engels en Nederlands in Brussel, en redactielid van rekto:verso.
Over dit artikel:
Rekto:Verso
Nr. 62 juni - juli 2014
Virginie Platteau
Column & essay
(vind hier het artikel terug)
Een bescheiden boekje waar op de cover een boshuis te zien is: tussen het groen van de bomen valt de ongewone vorm en kleur van de woning op. Wat er komen geeft de cover nog niet prijs. Op de eerste pagina van het boekje staat de titel: Dark Chrystal, daaronder worden de makers vermeld: Félicia Atkinson en Bartolomé Sanson.
Het formaat van het boekje is 210 cm x 148 cm, het is compact. De paginavullende afbeeldingen bedekken het dunne papier met donkere tinten. De dubbelpagina’s bevatten elk een foto en een getekende of een collageachtige afbeelding. De lippen van een donkere man dichtgenaaid met ruig touw, een dood rendier dat hangt over een levend paard en geaquarelleerde vlekken die samen een gezicht lijkt te vormen.
Opnieuw bekijk ik de afbeeldingen, stuk voor stuk, langzaam de bladzijden omslaand. De tekeningen in Dark Chrystal zijn vaak met meerdere technieken tot stand gekomen en blijven veelal in het abstracte zweven. Toch zie ik vaak een verband tussen de foto en de tekening: door een terugkomende compositie, dezelfde structuur of een herhaalde vormentaal. De tekeningen zorgen ervoor dat mijn ogen de afbeeldingen weer opnieuw bekijken, wat is de relatie tussen deze twee pagina’s?
De inhoud van de duistere afbeeldingen lijkt niet zo makkelijk te openen als het boekje zelf. Er start niet echt een inhoudelijk verhaal tussen de afbeeldingen, beeldend gezien wel. De titel doet vermoeden dat de makers dit ook graag willen bereiken; een zine als een kristal die een duistere vlakverdeling heeft.
Het boekje doet me denken aan studentikoze kopieeractiviteiten. Boekjes die stiekem op stageplekken of op moeders werk onder het kopieerapparaat ter wereld worden gebracht. Het eindeloos kopiëren van geknipte en geplakte afbeeldingen leveren vaak spannende beelden op en is ook lekker goedkoop. Echter vormt het boekje Dark Chrystal één van de vele uitgaven van RAWRAW edizioni, een Italiaanse publicatieproject opgericht door Massimiliano Bambo. Sinds 2006 geeft RAWRAW edizioni publicaties uit op de grens van boekjes en zines, samengesteld door verschillende kunstenaars en fotografen. De naam van de uitgever lijkt een stramien voor de inhoud en beeldtaal van de publicaties. Vele boekjes zijn gevuld met rauwe, directe en onbewerkte afbeeldingen en bevatten weinig tot geen tekst en uitleg. Op de website van RAWRAW edizioni zijn vele boekjes voor fijne prijsjes te koop.
Over dit artikel:
22 Apr 2014 - Wieke Teselink
Mister Motley, paper podium