Degenhanger / degenclip: 16e eeuw – 17e eeuw
Gevonden door Gino Vermeulen Materiaal: koperlegering Afmetingen: 11 mm / 48 mm Gewicht: 8 gr Referentie Gedetermineerd op facebook
View On WordPress
seen from Germany
seen from United States
seen from United States
seen from Germany

seen from United States
seen from Iraq

seen from United States

seen from Malaysia
seen from Germany
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States

seen from Türkiye

seen from China
seen from United States
seen from Russia
seen from United Kingdom
seen from China
seen from United States
Degenhanger / degenclip: 16e eeuw – 17e eeuw
Gevonden door Gino Vermeulen Materiaal: koperlegering Afmetingen: 11 mm / 48 mm Gewicht: 8 gr Referentie Gedetermineerd op facebook
View On WordPress
Hebben Vermeer en mijn Holsteinse stamvader elkaar misschien ooit ontmoet?
Een intrigerende gedachte: zou het pad van de stamhouder van de Van Holstein's, een verver, ooit dat van Vermeer in Delft hebben gekruist? Dat kwam in me op bij 'Het Delft van Vermeer' in Museum Prinsenhof in Delft. Hoe dat zit? Zie en lees mijn TOOS&ART.
links een deel van Museum Prinsenhof en erachter de Oude Kerk van Delft Heb je het over Vermeer, dan heb je ’t over Delft. Maar de Van Holstein’en verbinden met Delft? Dat ligt niet echt voor de hand. Toch bleek wat jaartjes geleden onze stamvader daar vandaan te komen. Een complete verrassing! En persoonlijk heb ik met hem zelfs nog een extra klik. Verf! Dus toen ik dit tapijt bewonderde op…
View On WordPress
Ooit was Rembrandt jong
Zou Rembrandt als kind stilletjes ergens stiekem in een hoekje hebben zitten tekenen? Zomaar een vraag die opkwam bij Toos van Holstein n.a.v. de expositie 'Jonge Rembrandt' in de lakenhal in Leiden. Lees maar in TOOS&ART #kunst #Rembrandt
Zou Rembrandt ooit kindertekeningen hebben gemaakt? Je weet wel, van die A4’tjes die trotse ouders en grootouders met een punaise ergens op prikken. Met van die abstracte strepen erop of van die zogenaamde kop-potelingen waarin het middenlichaam ontbreekt. En die dan jarenlang blijven hangen als de eerste uitingen van een artistiek talent in ontwikkeling.
Om op die beginvraag terug te komen,dat…
View On WordPress
Een historische week: De Rentree en de Great Fire of London
De afgelopen week zijn de scholen weer begonnen, tot verdriet van sommigen en tot vreugde van anderen. Het is de jaarlijkse paradox: terwijl de zomer op zijn eind loopt en de bladeren spoedig beginnen te vallen, kennen de scholen en universiteiten juist een nieuw begin. Ook het culturele seizoen begint opnieuw, de voetbalcompetities, het politieke jaar, enzovoorts. Regeneratie te midden van verval.
In Londen bracht de herfst van 1666 ongekend onheil met zich mee, maar ook een uitgelezen kans om te vernieuwen. Dit weekend is het precies 350 jaar geleden dat de Great Fire of London uitbrak, die een groot deel van het middeleeuwse centrum van de stad in de as legde. De Britse hoofdstad herdenkt deze brand dit weekend met prachtige vuurshows en installaties.
Het inferno begon op 2 september op een nu legendarische plaats: de bakkerij van Thomas Farriner in Pudding Lane. In dit epicentrum van de brand liep de temperatuur, zo blijkt uit sporen, op tot wel 1250 graden. Het vuur verspreidde zich snel, en de veelal houten bebouwing had geen schijn van kans tegen de vlammen.
De verwoesting was na drie dagen compleet. Een gebied van de Tower of London in het oosten tot aan Westminster in het westen verbrandde volledig. Dit komt grofweg overeen met de omvang van de stad binnen de oude Romeinse stadsmuren. Er bestond nauwelijks een brandweer, en volgens moderne historici werd de brand gestopt door gecontroleerd huizen in de fik te steken: fighting fire with fire.
70.000 van de 80.000 huizen gingen verloren, maar gek genoeg waren er maar zes doden volgens officiële cijfers. Dit komt omdat de rijkere Londenaren niet in het centrum woonden, waar enkele jaren tevoren de pest had huisgehouden. De aristocraten waren naar de buitenwijken gevlucht, zoals de koning zelf, wiens kasteel Whitehall in Westminster ternauwernood werd gered. Het brandde nog dezelfde eeuw alsnog af overigens. Aangezien er in de City alleen maar armen woonden die niet waren geregistreerd en waarvan nauwelijks stoffelijke resten overbleven, waren er maar zes doden volgens de archieven. Het moeten er duizenden zijn geweest.
Na de brand kon Londen opnieuw worden opgebouwd, maar nu in steen. Dat gebeurde onder andere door de beroemde architect Sir Christopher Wren, die onder meer de nieuwe Saint Paul’s Cathedral ontwierp. Koning Charles II vreesde een opstand van ontheemde massa’s en kwam met een grootschalig plan om de armen elders buiten de stad te huisvesten. De stad zelf werd daarna grotendeels volgens hetzelfde stratenplan herbouwd, maar nu vuurbestendig. Een stenen feniks herrees.
Charles Dickens beschreef in A Tale of Two Cities uit 1859 hoe opstandig Parijs wel niet was, vergeleken met het bedaarde Londen. Hoewel Engeland in de 17e eeuw zeker grote conflicten kende, liep het in Londen nooit zo uit de hand als in Parijs, waar in 1789 de straten rood kleurden. De bevolking had er genoeg van, en deze keer ontsprongen de aristocraten de dans niet. Duizenden kwamen onder de guillotine.
Op de puinhopen van het Franse koninkrijk werd uiteindelijk een Republiek gebouwd, maar de Parijse binnenstad was daarmee nog niet ‘getemd’. Gedurende de hele 19e eeuw volgde de ene revolutie de andere op.
Hoe werd Parijs uiteindelijk gepacificeerd? Door baron Haussmann, die de middeleeuwse binnenstad, met zijn donkere steegjes waar de mensen als ratten konden wegkruipen, plat liet gooien en vervangen door brede boulevards, waar de kanonnen makkelijk over konden worden getransporteerd. Victor Hugo beschreef in Les Miserables uit 1862 de oude verdwenen binnenstad en vervloekte Haussmann.
Wat een brand had gedaan in Londen moest twee eeuwen later in Parijs gebeuren door ingreep van bovenaf. In dat opzicht waren Haussmann en zijn opdrachtgever, keizer Napoleon III, als Nero, die stonden te juichen bij de sloop van het hart van de stad. Hoe dan ook, het nieuwe begin was er met alle geweld gekomen. De problemen zouden zich naar de buitenwijken verplaatsen.
In later eeuwen werd Londen nog vaker gedwongen te herrijzen uit de as, bijvoorbeeld toen tijdens de Tweede Wereldoorlog de binnenstad werd platgebombardeerd. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere steden als Rotterdam, Berlijn, Dresden, Tokyo, enzovoorts. Na het plotselinge einde volgde een nieuw begin.
In het hart van ons eigen land vond ooit ook een kleine ramp plaats: op 1 augustus 1674 werd Utrecht getroffen door een hevig onweer, waarbij het middenstuk van de Domkerk instortte en werd verwoest. De toren stond opeens los van de kerk. Jarenlang bleef het puin liggen en was het huidige Domplein een macabere plek, maar tegenwoordig is de op zichzelf staande Domtoren een trots symbool van de stad, een monument dat zijn gelijke niet kent. Soms hoef je nauwelijks te reageren om tot een prachtig nieuw begin te komen.
Vrede van Breda ~ Programmaboekje
Vrede van Breda ~ Naambordjes
De Opbouw
De tentoonstelling ‘Frans Hals – Werk in uitvoering’ draait om de restauratie van de drie regentenportretten van Hals. Aan één van die portretten hebben de restauratoren van het museum sinds 2014 gewerkt. Deze restauratie is net afgerond en het werk zal in de tentoonstelling voor het eerst weer op zaal te zien zijn. Eén portret wordt voor de ogen van het publiek in een tijdelijk restauratieatelier behandeld, en één portret is nog onbehandeld te zien. De tentoonstelling biedt mensen een uniek kijkje achter de schermen van het restauratievak.
De afgelopen maanden is veel onderzoek verricht naar Frans Hals, de geportretteerden en de liefdadigheidsinstellingen waar de werken in de 17e eeuw voor gemaakt zijn. Nieuwe feiten zijn boven water gekomen en worden gepresenteerd in de tentoonstelling.
Voordat een tentoonstelling kan openen gaan daar maanden en soms jaren voorbereiding en onderzoek aan vooraf. Wanneer de week van de inrichting dan eindelijk daar is, is het voor alle betrokkenen spannend om alles bij elkaar te zien komen.
De eerste stap is het leeghalen van de museumzalen. De schilderijen die hier hingen verhuisden naar het museumdepot of kregen een plaats in een andere zaal. Vervolgens werd begonnen met het leggen van de vloeren, want de tentoonstelling krijgt zijn hele eigen vormgeving.
Speciaal voor deze tentoonstelling zijn meubels ontworpen die bij het onderzoekskarakter van de tentoonstelling passen. Op deze meubels worden tekeningen en archiefstukken tentoongesteld. Door middel van teksten en interactieve touchscreens kunnen de bezoekers van de tentoonstelling meer over de werken en het restauratieproces te weten komen.
Er komt heel wat kijken bij het creëren van een restauratieatelier op zaal. Omdat de restauratoren gebruik maken van oplosmiddelen en andere stoffen met onprettige dampen, moest een afzuigsysteem aangelegd worden.
De lichtval mag de restauratoren niet storen tijdens de restauratie, daarom worden alle zalen in de tentoonstelling verduisterd. Onze medewerker Gerard is hier bezig met het blinderen van de ramen.
En dan eindelijk mochten de schilderijen naar zaal verplaatst worden. Het restauratieatelier bevindt zich op de zolder van het museum; de schilderijen moesten daarom naar beneden getakeld worden. Een spannende onderneming.
Gelukkig gaat dat met behulp van de restauratoren, de depothouder en de technische dienst altijd goed.
Eenmaal weer ingelijst, krijgen de net gerestaureerde regenten van het Elisabeths Gasthuis een ereplaats in de eerste zaal van de tentoonstelling. Er zijn heel wat ogen en armen nodig om een werk recht en op de goede hoogte te hangen.
Belichting is van groot belang om schilderijen goed te laten uitkomen. Onze lichtspecialist Cees heeft gelukkig geen last van hoogtevrees.
Gastconservator Ariane en assistent conservator Jettie Rozemond zijn bezig met het inrichten van de vitrines; een leuk karwei.
Gastconservator Ariane is van alle markten thuis. Hier is ze druk bezig met het afstoffen van de vitrinekappen.
Ook benieuwd geworden naar het eindresultaat? De tentoonstelling is vanaf zaterdag 13 juni te bezoeken.