Op televisie is een leuke knokfilm. De Held van de film rost in zijn eentje een leger slechterikken af. Dat is nog eens fijn! Dibbes en Lobbes hebben een leuke avond. Maar dan wordt het programma onderbroken. Er is reclame, veel reclame, maar ook een nieuwsuitzending. ‘O nee’, zucht Dibbes, ‘Het gaat weer eens over pensioen.‘ Dibbes heeft gelijk. Je kunt de krant niet openslaan, de televisie of radio niet aanzetten of het gaat over pensioen. En dat terwijl Dibbes en Lobbes nog minstens tachtig jaar voor de boeg hebben, voordat ze zelf eens met pensioen mogen. Nee, Dibbes en Lobbes vinden pensioen helemaal niet leuk. Net zoals de rest van Nederland eigenlijk. ‘Alleen mensen met een leesbril zijn daarin geïnteresseerd’, meent Dibbes. ‘En Ruben’, zegt Lobbes. ‘Ruben? Wie is dat nu weer?’, wil Dibbes weten. ‘Draagt die dan nog geen leesbril?’
Ruben is predikant. Eén keer in de zo veel tijd geeft hij een pensioenpreek, maar nooit op zondag. Zondag praat je niet over pensioen, vindt Ruben. Op zondag rust je uit van een week pensioendingetjes doen. Er zijn er die vinden dat Ruben ook op die andere dagen niet over pensioen mag preken, omdat zij menen het exclusieve alleenrecht op het pensioendomein te hebben. Ruben is in hun ogen maar een rebelse predikant. Lobbes houdt wel van een beetje stout; Dibbes vooral van knokfilms, maar zijn televisieavondje is nu toch al vergald. Dibbes en Lobbes besluiten Ruben eens te gaan opzoeken.
‘Hallo Ruben’, zeggen Dibbes en Lobbes als zij bij hem binnenkomen. ‘Kun jij ons vertellen waarom een gezellige avond thuis op de bank toch iedere keer verknald moet worden door nieuwslezers, politici, zelfverklaarde deskundigen en overige persona non grata die ons menen de les te moeten lezen over zoiets stoms en saais als pensioen?’ ‘Dat komt door de crisis’, zegt Ruben. ‘Het zal wel weer’, denkt Dibbes. ‘Als iets de schuld vandaag de dag moet krijgen dan is het wel de crisis.’ ‘Hoe zit dat dan precies’, wil Lobbes weten. Ruben begint te preken. Veel mensen zijn voor hun pensioen afhankelijk van pensioenfondsen. Werkgevers, werknemers, maar ook ondernemers, brengen geld naar een pensioenfonds. Dat pensioenfonds gaat dan voor die mensen het geld beleggen. ‘Beleggen?’, zegt Dibbes, ‘Nee, dan ben je pas stom! Iedereen weet toch dat beleggen heel erg gevaarlijk is.’ ‘Maar als die fondsen het geld niet zouden beleggen, dan wordt er geen rendement gemaakt. En zonder rendement, moeten die mensen véél meer geld sparen voor hun pensioen. Dan wordt het allemaal veel te duur. De pensioenfondsen moeten dus wel beleggen, maar ze hebben beloofd dat wel met de nodige voorzichtigheid te doen. Dat heet prudent beleggen.’ Dibbes en Lobbes vinden prudent beleggen maar een moeilijk woord. Vast om de mensen een rad voor de ogen te draaien! ‘Zoals jullie weten is het crisis. De beleggingsresultaten vallen tegen en daarom zitten veel pensioenfondsen wat krap bij kas.’ Dat snappen Dibbes en Lobbes. Dat zeggen die belangrijke meneren en mevrouwen op de tv ook iedere keer.
‘Maar er is meer’, predikt Ruben. ‘Mensen leven ook veel langer dan vroeger. En hoe langer mensen leven, des te langer moet een pensioenfonds dus ook pensioen uitkeren. Dan moet er dus nog meer geld bij elkaar gespaard worden. En zo wordt het pensioen dus ook steeds duurder.’ Dibbes en Lobbes denken het te snappen. Dibbes wil wel 100 worden. Lobbes 110. Jammer dat oud worden zo duur is.
‘En er is nog meer’, sprak de predikant. Nog meer? Alsof dit nog niet genoeg is. ‘Wat heb je liever’, vraagt Ruben, ‘honderd euro nu of tweehonderd euro over tien jaar?’ ‘Doe mij dat geld nu maar’, zegt Dibbes onmiddellijk. Maar Lobbes kiest voor tweehonderd euro over tien jaar. ‘Waarom wil je pas later je geld’, vraagt Ruben aan Lobbes. ‘In tien jaar tijd het dubbele bedrag! Bij de bank krijg ik nooit zo veel rente’, zegt Lobbes. ‘Dat klopt’, zegt Ruben. ‘En het omgekeerde geldt ook. Als ik over tien jaar aan jou tweehonderd euro moet betalen, is dat op dit moment meer waard dan de honderd euro die Dibbes nu van mij zou krijgen. Alleen als de rentevergoeding heel hoog is, wordt dat anders. Bij pensioenen geldt precies hetzelfde. De honderd euro die ik in de toekomst moet betalen is nu minder waard dan honderd euro vandaag. En daarbij geldt: hoe hoger de rentevergoeding, des te minder is die honderd nu waard is. Toekomstige pensioenuitkeringen wordt dus goedkoper naarmate de rente hoger is. Het probleem is dat de rente nu erg, heel erg laag is.’
‘Verdorie’, zegt Lobbes, ‘Ik denk dat ik het begin te begrijpen. Slechte beleggingsresultaten, langer leven en een lage rente: dáárom hebben pensioenfondsen dus te weinig geld. Er moet meer gespaard worden!’ ‘En wie gaat dat betalen?’, wil Ruben weten. ‘De werkgevers die geen geld hebben? De werknemers die ook al geen geld hebben? De overheid die moet bezuinigen?’ Lobbes weet het niet. ‘Nee’, predikt Ruben voort, ‘omdat er zo weinig geld bij de pensioenfondsen zit, moeten de pensioenen bij sommige pensioenfondsen verlaagd worden. Dat heet afstempelen’, vertelt Ruben. ‘Wat een onzin!’, vindt Dibbes. ‘Gewoon blijven uitbetalen’, meent hij. ‘Geert zegt ook dat pensioenfondsen niet mogen afstempelen en hij zal het toch zeker wel beter weten dan zo’n pensioenlulletje als jij!’ ‘Dat heet politiek opportunisme’, predikt de prediker en hij ging voort. ‘Met goedkoop populisme, zoals Geert dat predikt, winnen we niks! Zieltjes wint hij er natuurlijk wel mee. Voor Emile geldt overigens precies hetzelfde. Niemand wil de rekening betalen, maar we zullen dat toch met zijn allen moeten doen. Als we de pensioenen gewoon blijven doorbetalen – alsof er niets aan de hand is – zit er straks nog minder geld in de pot voor jullie. We hebben de rekening dan doorgeschoven naar de toekomst. Dan hebben de ouderen van nu nog lekker pensioen en jullie vinden straks de hond in de pensioenpot.’
Dibbes begint te huilen nu hij zich realiseert dat hij zich politiek heeft ingelaten met een rechts-populistische bedrieger. Lobbes begint te huilen omdat hij zich realiseert dat hij zich heeft ingelaten met een links-populistische bedrieger. Ruben begint ook te huilen. ‘Waarom moet je huilen?’, vraagt Dibbes. ‘Het is straks carnaval’, zegt Ruben. Tja, dat is inderdaad heel ernstig, vinden ook Dibbes en Lobbes. Lobbes vindt het vooral erg omdat Prins Geert de Gekke met zijn stomme Mozartpruik er ook zal zijn. Dibbes vindt het vooral heel erg omdat hij een hekel heeft aan boerenkielen. En Ruben vindt het allemaal even erg. Maar misschien is er nog een goede zombiefilm op tv. Misschien, uiteraard.