Het heeft hier (puntje West Friesland) lange tijd groen gestaan van de fruitbomen. Als je voor de oorlog een willekeurig lintdorp zou uitlopen over het paardenpaadje (alleen klinkers in het midden van de weg), dan speelden de boomgaarden een dominante rol in het landschap. Want sinds medio 1400 was iemand op het idee gekomen om juist hier fruitbomen aan te planten.
Maar ook na de oorlog, nadat de asfaltroller de paardenpaden voor altijd zou bedekken, liepen mannen met houtenladders en rietenmanden de koele gaarden in. Tussen de takken door werd onverstaanbaar de plaatselijke politiek onder de loep genomen. Via een smalspoortreintje werd het fruit vervolgens uit het diepste van de boomgaard naar voren gereden, daar waar het huis stond van de eigenaar.
Niemand had nog van ruilverkaveling gehoord wanneer het fruit op de schuiten werd geladen. De tocht naar de veiling voer langs hoge bruggetjes en huizen in streekkleuren. Wie goed luisterde kon soms het geluid horen van een verliefd stel die in de dekking van de bosschage voor het zingen de kerk uit bedreef.
Vandaag de dag is er weinig van dit goed overgebleven. Water heeft plaats gemaakt voor praktisch nut en lintdorpen/steden hebben last van obesitas in de vorm van naoorlogse bebouwing. Karakteristiek heeft plaats gemaakt voor nietszeggende woonwijken waar iedereen blijft verhuizen omdat de projectontwikkelaar alle sprankel eruit geslagen heeft. Je zult er geen fruitboom in vinden, laat staan dat je tijdens het varen een verliefd stel zult horen. Het enige wat rest zijn de namen Kersenboogerd, Bangert & Bloesemgaerde. Een roemloos einde van een hoofdstuk.