How to begin? That is easy. How to end — that is hard.
Geen gezever. Elk woord moet tellen. Elk woord moet noodzakelijk zijn. En uitnodigend — al is het maar om het volgende woord te lezen. Zo eenvoudig moet het lezen zijn.
Ik wil niemand uitsluiten, ik wil dat iedereen kan volgen, maar vooral ook: dat iedereen wíl volgen. En ik weet niet of eerlijkheid daarvoor genoeg is.
Er is een verwarrende overeenkomst tussen eerlijkheid en waarheid: wie op zoek wil gaan naar het een, kan moeilijk zonder het ander. Als ik eerlijk ben, interesseert Waarheid mij niet zo — de waarheid is dat we allemaal feilbaar en sterfelijk zijn, en dat we veel te weinig tijd hebben om daar lang bij stil te staan — maar als er één ding is wat ik mis, dan moet dat wel een fundamenteel soort eerlijkheid zijn.
Fundamenteel, want universeel: op het werk zijn er verborgen agenda’s en wisselende perspectieven, onderweg laat iedereen zich leiden door instinctieve, egoïstische motieven, en ook thuis, in de vrije tijd, onder geliefden en gelijken, overheersen grote en kleine compromissen — in een constante dynamiek van teleurstellingen en meevallers. Maar is dat erg? Kan je daar iets aan doen?
Persoonlijk neig ik naar eerlijkheid, wat soms bijna een daad van verzet lijkt. Je weigert namelijk mee te stappen in andermans verhaal. Je spreekt je eigen taal. Maar wie zijn eigen taal spreekt, wordt natuurlijk niet verstaan. Qua communicatie behoorlijk fataal.
Je moet van de nood een deugd maken. Zelfs als men ervan uitgaat dat je eerlijk bent — wat gebeurt —, zelfs als men je persoonlijkheid (die in dezen samenvalt met je intenties) als dusdanig erkent, dan nog kan wat je zegt volstrekt onverwacht en ongerijmd zijn. En misbegrepen.
Vandaar de vraag: moet je de inhoud de vorm laten bepalen? Of moet de vorm met de inhoud aan de haal gaan? Anders gezegd: moet je betekenis laten woekeren, of gebeurt dat vanzelf?
Stel dat ik een personage creëer, een man of vrouw die vanalles overkomt, die vanalle foute keuzes maakt, en af en toe een juiste, die in de armen van een handvol vreselijke vijanden terecht komt, en er niet altijd even hartelijk uit ontsnapt — dan geef ik de controle net zo goed uit handen, als wanneer ik zo letterlijk mogelijk mezelf blijf. Zelfs de meest letterlijke zin kan op papier figuurlijk worden gemaakt. En omgekeerd.
Het is pure dialectiek: even productief als repetitief. Het is de filosofie van de omweg — de omweg van het verhaal. Het is de vloek van vorm en inhoud.
Of ik ik is, of een ander, maakt geen wezenlijk verschil. Daarom kan je maar beter een context creëren, waarin je je zin kan doen, binnen de krijtlijnen van het mogelijke. Laat dat de conclusie zijn.
Laat ik daarmee beginnen.