seen from United States
seen from Ireland
seen from Malaysia
seen from United States
seen from China

seen from United States
seen from India

seen from South Africa

seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from Netherlands
seen from Egypt

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Ukraine
seen from Netherlands

seen from Poland
seen from United States
Zienderogen zijn
Over het werk van Véronique Alberghs, Hilde Overbergh, Ellen Schroven en Sofie Van der Linden op de expo Ik zie, ik zie door Marnix Rummens Van onze vijf zintuigen brengt het zicht ons wellicht het meest veelzijdig in contact met de wereld rondom ons. In een oogopslag vatten we wat nabij is en veraf, brengen we de dingen om ons heen in verband en geven we ze betekenis. Maar kijken naar de wereld brengt ze niet alleen in kaart. Elk nieuw inzicht of perspectief geeft net zo goed vorm aan de werkelijkheid waarin we leven. Wat en hoe we zien bepaalt immers de wereld die we waarnemen. Het is die vormende kracht van de blik die centraal staat in deze tentoonstelling. In vier ensembles van evenveel kunstenaars ontdek je een caleidoscopische blik op onze leefwereld. Met in haar centrum de vaak vergeten wisselwerking tussen kijken en zijn. Grenzeloos canvas In de schilderijen en assemblages van Hilde Overbergh wordt ruimte uitgepuurd tot basisvormen. Haar doeken zoomen in op figuratieve, herkenbare elementen tot ze haast abstracte, op zichzelf staande vormen worden. Dagelijkse onderwerpen zoals dekens, tegelpatronen of rasters worden tegelijk een abstracte constellatie van kleuren, vlakken en vluchtlijnen. En dat dubbel perspectief roept een bevreemdende ruimtewerking op. De contouren van een keukenhanddoek vormen tegelijk een ruimtelijk raster, een vage plaatsbepaling die zich langzaam vervormt en zo ongrijpbaar wordt. Vlakke schilderdoeken worden op die manier gelaagde, virtuele ruimtes met een soms onbegrensde diepte. In het werk van Hilde Overbergh wordt ruimte niet afgebeeld als een vaststaand gegeven, maar wordt ze voorgesteld als een proces dat zich voltrekt, een potentieel dat invulling krijgt door de interpretatie van de toeschouwer. Diezelfde dynamiek zet zich ook buiten de doeken verder. Een gekleurd muurvlak vormt -door er een transparant canvas voor te plaatsen- zowel de inhoud van een frame als haar omkadering. Een fel oranje rand van een paneel schemert af op de muur, waardoor het coloriet het doek overstijgt. En een constructie van houten latwerk veruitwendigt interne vluchtlijnen tot een haast kubistische constellatie. Hoe duidelijk omlijnd een doek ook is, de ruimtes die Overbergh er creëert zijn grenzeloos. Verbeelding en fysieke ruimte lopen naadloos in elkaar over en laten de poëtische blik die ze oproepen uitwaaieren over je dagelijkse omgeving. Beeld in wording Een zelfde bevragende benadering van onze perceptie drijft het werk van Veronique Alberghs. Door felle kleurvlakken te ordenen in wisselende perspectieven genereert ze in kleine panelen meteen een groot gevoel van ruimte. Daarbinnen plaatst ze geïsoleerde figuratieve elementen: gevonden beelden en vormen, nageschilderd uit magazines of geplukt uit websites. Klassieke Griekse hoofden, een raamkozijn, technische tekeningen: steevast elementen die hun schaalloze wereld (tevergeefs) trachten op te meten. Dat gevoel van desoriëntatie wordt nog versterkt doordat Alberghs in haar doeken de basiswetten van de fysica herformuleert. Een eenmakend perspectief ontbreekt volledig en de wetten van proportie en zwaartekracht worden stelselmatig onderuit gehaald: zware volumes lijken misplaatst te zweven op onhoudbaar dunne dragers, en schijnbaar betekenisloze details lijken te verdwijnen in de leegte van hun omgeving. Met eenzelfde bevlogenheid als de Griekse wijsgeren in haar doeken peilt Alberghs naar de grondslagen van onze waarneming in een wereld die niet langer in één wereldbeeld te vatten valt. Want waar de Grieken streefden naar een harmonie en leesbaarheid beklemtoont de schilderes in haar composities net radicaal de heterogeniteit, complexiteit en veelvuldigheid die elke plek maakt tot wat ze is: een bonte mengeling van kleuren, vormen, stijlen en perspectieven, zonder vooropstaande context, die slechts in de blik van de aanwezige samenhang kan krijgen. Plek voor het onplaatsbare De nieuwsgierigheid hoe een beeld betekenis krijgt door het referentiekader waarbinnen het wordt waargenomen vormt ook het vertrekpunt van het foto- en videowerk van Ellen Schroven. Aan de hand van een archief van snapshots van dagelijkse observaties legt ze de sturende kracht van zowel onze blik als nieuwe media bloot. In het tweeluik diptiek bijvoorbeeld worden een boot en een luchtballon zachthandig omgevormd tot een poëtisch droombeeld doordat de context van beide onderwerpen vervaagt. In het drieluik triple moon voltrekt zich een omgekeerde ingreep. Daar worden een maan, een satelliet en een ballon in hetzelfde formele kader geplaatst, waardoor hun betekenis door elkaar begint te lopen. In haar videowerk experimenteert Schroven dan weer met een dubbelzinnige blik, en bevatten de beelden die ze filmt ook steeds een afspiegeling van wat buiten het beeldkader valt. In de stroming van water wuift gebladerte. Of net omgekeerd. Nachtelijk vuurwerk ginstert binnenkamers. Het levert beelden op die je niet meteen een plaats kan geven. Of net een plek voor het onplaatsbare. Zoals het fotowerk 11 maart 2009 dat het blijvende karakter van het geschreven woord, het onherroepelijke van een overlijden, en het haast onvatbaar vluchtige van een regenboog weet te rijmen in één oogopslag. Blauwdruk van verbeelding Hoe analytisch de tekeningen van Sofie Van der Linden ook lijken, ook deze werken ontlenen hun poëzie aan de tegenstrijdige gezichtspunten die erin zijn ondergebracht. In het rasterwerk van fijne potloodlijnen zie je immers een groeiend reconstructieproces van de verdwenen directeurswoning die ooit bij de site van het huidige CIAP hoorde. De driedimensionele tekening verenigt aan de hand van een plattegrond en verschillende ooggetuigenverslagen niet alleen binnen- en buitenkant, maar ook feit en verbeelding, verleden en heden in één grafische constructie. De lijnen die Van der Linden zo zorgvuldig traceert zijn geen bouwplan voor een nieuwe constructie maar veeleer een blauwdruk van de complexiteit van onze herinnering. Ze verwijzen niet naar een homogene werkelijkheid, maar naar een vlechtwerk waarin diverse belevingen en impressies van de realiteit in elkaar verstrengeld zitten. Die verbondenheid zet onze gebruikelijke objectieve benadering van ruimte op losse schroeven. In het werk van Van der Linden wordt ruimte net zo meerduidig en divers als er moods en mensen zijn. Bovenop haar feitelijke basis is een plek immers steeds de ervaring van een plek. En die verloopt via onze zintuigen. Verkennend, verglijdend, associatief en haast intiem persoonlijk. Hoe verscheiden de werken op deze tentoonstelling ook zijn, stuk voor stuk laden ze zich op aan de dagelijkse waarneming en peilen ze naar een essentie ervan. Die vinden ze in een compromisloze vorm van bemiddeling: tussen feit en verbeelding, buitenwereld en persoonlijke invalshoek, tussen concrete figuren en abstracte patronen. Waarnemen wordt er meer dan ooit een werkwoord, een actief deel uitmaken van de wereld als voortdurend proces. En dat biedt een onvermoede speelruimte. Want welk medium er ook aan te pas komt, uiteindelijk bepaalt onze blik in belangrijke mate de ruimte waarin we leven. En wie we zelf zijn in een steeds veranderlijke wereld. Want hoe wij onze omgeving of context zien heeft invloed op onszelf. Zienderogen. Geschreven in augustus n.a.v. de tentoonstelling Ik zie Ik zie – over toevallige en minder toevallige observaties 14 sept – 24 nov 2013 – CIAP Hasselt Meer info
Wat zegt een beeld ons over de werkelijkheid die eraan ontsnapt?
Over de Light Drawings van Ellen Schroven door Marnix Rummens 1. Met de installatie light drawings / concrete window toont beeldend kunstenares Ellen Schroven zes video's, geselecteerd uit een groeiend archief van dagelijkse observaties. Het zijn korte, verstilde registraties, gefilmd uit de losse pols. Ze ontstaan op een onbewaakt moment, wanneer zich een eigenaardigheid aandient die tot toenadering uitnodigt: een ongewoon perspectief, een schaduw die tot beeldverwarring leidt, een poëtische reflectie. De beelden zijn niet alleen ontwapenend pretentieloos en argeloos mooi, elk van hen bieden ze een bevreemdende invalshoek op de werkelijkheid. Als videografisch equivalent van de snapshot combineren ze een documentair karakter met een surrealistische toets. En in die wisselwerking tussen objectieve analyse en subjectieve dromerigheid ontwikkelt zich een universum waarin schijnbaar triviale beelden plots een bijzondere gelaagdheid onthullen. 2. Stuk voor stuk zijn de video's verkennende impressies van een zoektocht die zich vastberaden tot de buitenwereld richt, maar vooral focust op de manier waarop we die waarnemen. In een spel van objecten, reflecties en schaduwen worden uiteenlopende benaderingen van de werkelijkheid samengebracht. Dat levert composiete beelden op die zich niet meteen prijsgeven. Een blik door dubbel glas laat wolken aan een verschillende snelheid verglijden, een boom valt samen met zijn weerspiegeling in het water. Net zoals een kubistisch schilderij of een fotocollage van David Hockney profileert Schroven haar beelden als een meerduidig geheel waarop verschillende invalshoeken mogelijk zijn. Dieper begrip ervan vind je uiteindelijk niet in één, maar in de combinatie van verschillende perspectieven. Net zoals het beeld van onze twee ogen tegelijk een dimensie meer creëert 3. Met beelden samengesteld uit zowel fysieke objecten als hun immateriële representaties -een boom en zijn spiegelbeeld- maakt Schroven in haar video's de essentie van het filmen tastbaar: de overgang van concrete realiteit naar virtueel beeld. Maar de spanning tussen fysiek object en visuele reproductie betrekt de kijker ook in een zoektocht naar de fundamenten van onze eigen ervaring. Door in haar video's materiële en immateriële componenten op hetzelfde virtuele niveau te plaatsen komen de ijkpunten van onze realiteitsbeleving immers op losse schroeven te staan. Kernbegrippen zoals origineel en representatie, materieel en virtueel volstaan niet langer om het getoonde te kaderen. In dat representeren van representatie speelt Schroven een spel met werkelijkheidsniveaus waarin het makkelijk verdwalen is. Als schimmen in Plato's grot bevragen de light drawings de werkelijkheidswaarde van ons kijken. 4. Want wat is nog het onderscheid tussen een virtueel beeld en een lichamelijke waarneming, wanneer je beseft dat ook die laatste slechts een particuliere reductie is van de werkelijkheid, ditmaal in onze hersenen? Als we de realiteit begrijpen als wat we waarnemen, maar als onze waarneming per definitie beperkt is (want particulier), dan zien we al snel in dat we de realiteit in haar geheel nooit zullen kennen. Het staat gelijk aan het erkennen van een metafysische component van de realiteit, een deel dat letterlijk aan onze zintuigen ontsnapt. Maar vermits elke representatie van de realiteit steeds een afspiegeling is van een andere, kan een beeld ons dus wel indirect iets zeggen over de realiteit in haar geheel. Het is dit wat de video's in light drawings / concrete window lijken te suggereren. Pas in de spanning tussen wat direct wordt getoond en wat zich slechts indirect laat ontwaren laten ze hun volledige rijkdom voelen. 5. In al hun eenvoud geven deze beelden fenomenen weer die het beeldkader ver overstijgen. Een schaduw op een betonnen vloer suggereert een raam dat je niet te zien krijgt. In zeepbellen herken je een hand die zich nooit direct in beeld bevindt. In het gelijktijdig combineren van schijnbaar tegengestelde gezichtspunten wordt een twijfel opgeroepen die het vermoeden staaft dat de realiteit complexer is dan onze zintuigen laten uitschijnen. We zien geen gehomogeniseerde interpretatie die ons in staat stelt om het getoonde eenduidig te bevatten, maar ervaren de realiteit als inherent veelvormig en meerduidig. En net zo schetst Ellen Schroven met haar dromerige, schijnbaar achteloze captaties misschien wel een accurater beeld van de realiteit dan welke puur objectieve registratie ook. Niet zozeer door wat ze filmt maar door het perspectief waarin ze het getoonde plaatst. 6. De wisselwerking tussen de verschillende perceptiekaders waaruit elke video bestaat lokt je niet alleen voorbij de dichotomieën die onze dagelijkse waarneming kenmerken. Ze ontwikkelt ook een gevoeligheid van kijken. De blik die Ellen Schroven met haar video's oproept is een prille blik, letterlijk onbevangen, nog niet gedetermineerd door vaste onderscheidingen. Een concreet venster op de werkelijkheid als immer efemere schets. Waar elke verschijning meer kan zijn dan ze lijkt. En die blik blijft je bij. Als een herinnering aan de grondslag van het kijken waaruit elke realiteit ontspringt. Noem het poëzie. Beton dat door licht en schaduw doorschijnend wordt en veranderlijk. Water dat weerspiegelt in het bladgroen van een boom. Feestelijke vlaggetjes, als schaduw van de wind. Vuurwerk binnenskamers. Huizenhoog. Geschreven in januari 2013 n.a.v light drawings / concrete window in wpZimmer Meer info