Ik heb een nieuw goocheltrucje geleerd. Deze truc is heel leuk.
Ik draai zesenhalf keer rond mijn vinger en dan zeg ik deze spreuk:
Oh wat wou ik dat ik kon kruipen als een beestje o zo klein.
Dan zou alles om me heen plots zo veel groter zijn!
Dan spring ik acht keer op en neer en vrijwel meteen,
Transformeer ik in een klein schattig spinnetje dat houdt van iedereen.
Als liefdevolle spinnenvriend kruip ik over de vloer,
Met mijn acht kleine pootjes trappel ik heel stoer.
Ik klim de muur op, net als die ene superheld maar ik was eerst.
Ik loop zelfs over het plafond zonder te vallen, heel beheerst.
Ik laat me vallen naar de tafel, ik bengel aan een draadje.
In mama’s pasgebakken taart, maak ik een heel klein gaatje.
Deze gigantische aardbeientaart is lekker smullen!
En er is genoeg om mijn spinnenbuikje honderd keer te vullen.
Maar nu kruip ik verder, naar mijn volgende klus.
Stiekem sluip ik binnen, in de kamer van mijn zus.
Terwijl zij staat te zingen, kruip ik naar haar toe.
En wanneer ze het niet verwacht, roep ik plots boe!
Mijn zusje schrikt en ze ziet me staan.
Een giechelend spinnetje met kleren aan.
Kwaad is ze, ze grijpt een sloef.
Maar ik loop er al vandoor, zoef!
Ze mept en mept en mept, maar gelukkig ben ik lekker te snel.
Uiteindelijk weet ik me te verstoppen onder een onopgeruimd monopoliespel.
Wanneer mijn zus me weer vergeten is,
Kruip ik weg naar de duisternis.
Daar in een donkere stoffige hoek,
Krijg ik van een andere spin bezoek.
Het is een meisjesspin, ze draagt een roze strik.
Het is liefde op het eerste zicht, want zo’n spin ben ik.
Wat een mooi lief spinnetje,
Van haar maak ik mijn vriendinnetje.
Een spinnendansje doe ik voor haar.
Ik zwaai met mijn pootjes, een romantisch gebaar.
Mijn danspassen zijn een prachtig zicht.
Dan zing ik haar een liefdesgedicht.
O wat zijn je ogen schoon, ja alle acht.
Niets zo betoverend als jij kruipt door deze nacht.
Ik weef een dromenvanger voor je, dan slaap je vredig voortaan.
Lieve Trippelien laat me hier nu niet staan.
Streel me met je pootjes, kus me met je tangen.
Onze geleedpotige liefde is al waar ik naar kan verlangen.
Mijn hart klopt sneller, het is helemaal spoorloos.
Volgens mij vindt ze me leuk, ik bloos.
Ze komt dichterbij en ik ben zo blij.
We zijn zo hopeloos verliefd, wij allebei.
Teder en liefdevol geeft ze me een spinnenkus.
Of nee wacht, ze is me aan het opeten.