Het MBO is het knelpunt in de techniek
Waardevolle opinie van Kees Wedman, midden in het speelveld. Het mbo is het knelpunt in de techniek Er dreigt wel degelijk een tekort aan technici, vooral op mbo-niveau. ROC’s hebben de vakopleidingen veel te veel laten verschralen, betoogt Kees Wedman. De lezer van de Opiniepagina’s kon op 17 september kennisnemen van de stelling van Ad Lagendijk over de keuze van jongeren voor een technische opleiding, of liever gezegd: zijn advies om juist niet voor techniek te kiezen. Lagendijk beargumenteert waarom het bedrijfsleven een tekort heeft aan instroom van technisch personeel. Het komt er volgens hem op neer dat het bedrijfsleven technisch personeel meer zou moeten gaan betalen. Dit gebeurt niet. Dat is de schuld van de managers (witte boorden). Zij schuwen volgens Lagendijk geen middel om het technisch personeel eronder te houden. Ik ben het niet eens met deze bewering. Bedrijven in de techniek – de maakindustrie en aan de techniek gerelateerde dienstverlening – investeren veel tijd en geld in de scholing van jonge mensen. Al decennia geleden zagen ze vanwege onderwijshervormingen de bui hangen. Hierop hebben ze geanticipeerd door als regionaal collectief bedrijfsscholen op te richten. Vanaf toen probeerden ze met eigen geld een goede opleiding van jongeren te waarborgen. Tientallen regionale samenwerkingsverbanden stelden schoolverlaters in staat om een vak te leren, in een combinatie van schoolbanken en werkervaring. Bedrijfstakken in de techniek hebben bovendien decennialang, samen met de vakbonden, cao’s afgesloten waarin ongekende scholingsfaciliteiten voor werknemers zijn gecreëerd. Cao-partners hebben jarenlang premie afgedragen aan deze scholingsfondsen. In de voortdurende stroom van onderwijshervormingen zijn deze voorzieningen een baken van rust, kwaliteit en zekerheid. Met deze investering neemt de bedrijfstak de opleiding van vakmensen zeer serieus – misschien wel zo serieus dat veel jongeren ertoe neigen toch maar te kiezen voor een ‘leuke’ opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs, waarmee je met minder inspanning een diploma kunt halen op hetzelfde niveau. Tijdens zo’n ‘leuke’ opleiding verdient de leerling geen geld – hij werkt immers niet, anders dan bij een vakopleiding – maar de ouders hebben het zo goed dat een inkomen geen stimulans is om te kiezen voor een opleiding waarin werken en leren worden gecombineerd. Regionale opleidingencentra (ROC’s) maakt het niet uit, zolang de financiering is gekoppeld aan het aantal behaalde diploma’s. Zij ontvangen juist meer overheidsgeld voor de opleidingsvariant waarbij de leerling niet hoeft te werken. ROC’s verzorgen nog steeds veel opleidingen waarbij eisen aan de inhoud en het niveau voor een groot deel zijn losgelaten door de overheid en niet meer aansluiten bij de vraag van de (arbeids)markt. Wat de zaak nog verergert, is dat techniekopleidingen relatief duur zijn voor vmbo-scholen. Dit is er mede de oorzaak van dat het aanbod aan technisch onderwijs op veel vmbo-scholen ernstig is verschraald, of zelfs verdwenen. Ik deel Lagendijks mening dat het management in aantal en macht een kritische massa heeft aangenomen die zichzelf in stand houdt en een groot beslag legt op mensen en geld, maar dit geldt niet voor het bedrijfsleven. Daar is in alle geledingen het besef aanwezig dat vakmanschap kwantitatief en kwalitatief op peil moet worden gehouden als men wil overleven. Juist in het beroepsonderwijs manifesteert deze managementcultuur zich. Halfslachtige marktwerking, schaalvergroting en verkeerde financiële prikkels hebben de kwaliteit ernstig aangetast. Het gemiddelde technische bedrijf betaalt graag een goed salaris voor een vakman. Dit bedrijf wil best investeren in een schoolverlater die een goede schoolopleiding heeft gevolgd. Dit is nooit anders geweest, maar het wordt lastig als een 25-jarige zich bij de poort meldt en een vak wil leren en tegelijkertijd een inkomen vraagt, omdat hij een gezin moet onderhouden, terwijl zijn cv twee mislukte mbo-opleidingen vermeldt plus een derde mbo- opleiding die hij wel heeft afgerond – in een beroepsrichting waarin in geen honderd jaar werk is te vinden. Daarom klinkt de oproep aan jongeren om voor de techniek te kiezen en aan de politiek om dit te faciliteren steeds luider. © 2012, NRC Handelsblad

















