Al eventjes op voorhand hadden we ticketjes geboekt voor het theaterstuk ‘Oorlog en terpentijn”. Het leek mij een interessant theaterstuk omdat het over de Eerste Wereldoorlog ging en de verhalen van een frontsoldaat van toen. We wisten toen nog niet dat dit verhaal gebaseerd was op het boek ‘Oorlog en terpentijn”. Voor dat de voorstelling begon gingen @thibaultdegreef en ik nog eventjes iets drinken. Daar kwamen we mevrouw Christiaens tegen die ons vertelde dat het theaterstuk is gebaseerd op het boek. Blijkbaar was zij dus beter op de hoogte dan wij waren... Oeps. Toen de deuren bijna open gingen, kwam @tuongyennguyen om ons te vergezellen bij het theaterstuk. We hadden best goede plaatsen en hadden een goed zicht op het podium waar al een schilderskamertje en een living waren klaargezet. In het midden stond er ook een stoel met een tafeltje en een tapijt. Op dit tafeltje lagen 2 ‘boeken’ waaruit de hoofdrolspeelster Viviane De Muynck zou uit voorlezen tijdens het theaterstuk. (alinea 1: “ Ze liggen al klaar op een tafeltje, de twee cahiers waarin Urbain Martien op zijn oude dag zijn levensverhaal neerpende.”) De hele voorstelling, althans het gepraat in het theaterstuk, bestond uit De Muynck die het verhaal vertelt, de verpleegster die de hele tijd vreemd zit te doen op de achtergrond en de schilder, waarvan je pas tegen het einde doorhebt dat deze Urbain Martien zelf voorstelt. Het verhaal gaat dus over Urbain Martin, die zijn leven beschreef in een paar cahiers. Voor zijn dood gaf hij die aan zijn kleinzoon. De kleinzoon Stefan Hertmans maakte van deze cahiers een boek en dit boek wordt nu gebruikt als bron voor een theaterstuk van Jan Lauwers. Voor Viviane De Muynck, die onlangs nog de prijs won van ‘Ultima voor Algemene Culturele Verdienste 2017′, had ik echt bewondering. Alhoewel ze af en toe voorlas uit de boeken die op het tafeltje lagen, vertelde ze toch zeer veel vanuit haar hart. Het is ongelooflijk hoe ze al die moeilijke woorden in een complexe woordvolgorde zo naturel vertelt. (alinea 3: “De Muynck is trouwens de enige persoon die praat in dit twee uur durende theaterstuk.”) Het moeilijke aan de rol van Viviane was dat je niet wist uit welk standpunt ze vertelde. In het begin vertelde ze in 3e persoon en dan sprong ze over naar de grootmoeder, een echtgenote en de zus van deze echtgenote. Dit zorgde voor veel verwarring waardoor ik een groot deel in het begin niet begreep. (alinea 9: “Plots stapt De Muynck uit haar neutrale vertelstandpunt. Ze blijkt in wezen Gabrielle te zijn, de grootmoeder van Stefan Hertmans en de echtgenote van Urbain Martien. Maar ook: de zus van Maria Emelia, de vroeg gestorven liefde van Urbain die hij nooit te boven kwam en die hij in zijn gedachten en schilderijen altijd zou blijven begeren.”) De verpleegster, gespeeld door Grace Ellen Barkey, had een zeer vreemde rol. Deze sleepte het hele theaterstuk lang haar been voort, gooide mariabeeldjes doorheen de zaal en sleurde met een metalen emmer rond. Deze rol was één van de redenen waarom ik de voorstelling ‘vreemd’ vond. Hoewel ze zeer goed haar rol speelde, vond ik toch dat deze rol ‘overbodig’ was. (alinea 8: De enige die pendelt tussen het voorplan, bij De Muynck en Gob, en de voortwoedende oorlog achteraan, is Grace Ellen Barkey. ...”) De schilder, die Urbain Martien voorstelde en werd gespeeld door Benoît Gob, maakte van het begin tot voor het einde, schilderijen van meisjes, boeket bloemen en een doodskop. Deze waren wondermooi en gaven zeker een meerwaarde aan het theaterstuk. In het laatste stuk begon de schilder mee te acteren in het verhaal. Het verhaal dat Viviane vertelde, werd uitgebeeld door een hele groep dansers, de vreemde verpleegster, de schilder en ook de muzikanten (die speelden op een beweegbaar platform dat ervoor zorgde dat ze mee in het theaterstuk zaten) kwamen soms van achter hun instrumenten en acteerden mee. (alinea 6: “Soms belanden muzikanten Alain Franco (piano), Simon Lenski (cello) en George van Dam (viool) zelfs mee als soldaat in het strijdgewoel,...”) Vooral de oorlog werd het beste uitgebeeld met het vele kabaal (soms te veel) en de dansers die tot het uiterste gingen om uit te beelden hoe erg de oorlog wel was. (alinea 5: “De gechoreografeerde knokpartijen zien er heftig en pijnlijk uit. Het geweld maakt indruk,...) Pas op het einde wist ik het stuk te appreciëren omdat ik dan pas begreep over wat het theaterstuk eigenlijk ging en wat al de scènes waren. Viviane De Muynck kreeg op het einde een enorm applaus en het theaterstuk werd door het grootste deel van de zaal enorm geapprecieerd. We spraken nog wat over de voorstelling met mevrouw Christiaens en gingen dan naar huis. Je moet het theaterstuk gezien hebben om te weten hoe bizar het was en ik zou het zeker aanraden aan mensen die wat ouder zijn dan ons en het boek hebben gelezen.