Amsterdam in de 18e eeuw: Van de VOC naar de Nederlandse Handelsmaatschappij.
Een nieuwe geestelijke stroming, het Verlichtingsdenken, bracht nieuwe denkbeelden met zich mee over mens en maatschappij. Er was een verlangen naar wetenschap, het bekendste genootschap is Felix Meritis aan de Keizersgracht. In tegenstelling tot andere landen leidde Verlichting hier niet tot secularisering. De Nederlanders verbonden het calvinisme met de rede en logica van het Verlichtingsdenken. Verlichtingsfilosofen bewogen hen om af te rekenen met de standenmaatschappij, om zo ook hun plekje in de maatschappij te verwerven. De ontevreden burgers waren het niet meer eens met de almachtige steeds rijker wordende regenten.
In Amerika leidde het Europese gedachtegoed van vrijheid, gelijkheid en broederschap en de revolutie tot de onafhankelijkheidsverklaring (1776) en tot het oprichten van de Verenigde Staten met een democratische grondwet (1787). De Amsterdamse kooplieden lieden zich er niet van weerhouden handel te voeren met Amerika, en ze lieten gezanten alles lenen wat ze wilden op de kapitaalmarkt van Amsterdam. Tot grote ergernis van de bondgenoot Engeland. Ze verklaarden de oorlog en blokkeerden de Nederlandse kust. Hierdoor kwam de handel met Oost-Indie stil te liggen. In de strenge winter van 1794 lukte het de Franse troepen het leger en de Britse troepen te verslaan. De patriotten namen het stadsbestuur over van de regenten, ze noemden het de Bataafse Revolutie, vernoemd naar de germaanse voorvaders van de natie. Ze eisten soevereiniteit en hervorming van het staatsbestel. Dankzij een staatsgreep van de Fransen werd de Republiek een eenheidsstaat, de Bataafse Republiek.
Toen de oorlog met Groot-Brittanie voorbij was, richtte de Amerikaanse afzetmarkt zich echter op het oude moederland Engeland. In Frankrijk had de Revolutie in 1789 geleid tot een terreurbewind, onder leiding van Napoleon Bonaparte. De broer van Napoleon, Lodewijk, werd naar Amsterdam gestuurd en betrok het paleis. De waag werd afgebroken, omdat het ‘zijn uitzicht belemmerde’ en ‘voor overlast zou zorgen, vanwege de lawaai en verkeersdrukte’. In 1810 werd Amsterdam onderdeel van het Franse keizerrijk. Er werd een continentaal stelsel ingevoerd. De handel lag al zo goed als stil, maar nu met de invoering van dit stelsel de Fransen handel met Groot-Brittanie verboden helemaal. Er werd kapitaal en goederen weggezogen. De Amsterdamse handelsmacht was al op zijn retour, maar alle leningen die waren verstrekt in goed vertrouwen in de VOC, konden niet worden betaald. Groot-Brittanie had koloniën onbereikbaar gemaakt.
Begin 18e eeuw was de armoede niet meer te harden. Paupers vroren dood, of kwamen om van de honger en de dorst. Kinderen werden te vondeling gelecht. Een derde van de bevolking moest zich beroepen op de bedeling. De Franse Inlijving verbood bedelen en had de Republiek tot een politiestaat gemaakt. Er braken rellen uit over de dienstplicht. Niet lang daarna vluchtte Lodewijk. Het inwoners aantal begon te krimpen. In 1815 had Amsterdam nog maar 180.000 inwoners. Huizen kwamen leeg te staan en raakten in verval. De Bataafse Republiek brokkelde af.
Napoleon Bonaparte verloor de slag bij Leipzig (1813) en de tegenstanders, voormalig regenten, die zich hadden verzameld grepen hun kans toen de Franse militairen waren uitgerukt. Er werd een tijdelijk stadsbestuur ingesteld, en niet lang daarna werd de Oranje vorst Willem Frederik, Willem I, gehuldigd in het paleis op de Dam en werd Napoleon definitief verslagen bij de Slag bij Waterloo.
Het Noord-Hollands Kanaal werd uitgegraven (1820), de verbinding met zee werd verbeterd en aan het Entrepotdok werden pakhuizen gebouwd (1830), waar goederen konden worden opgeslagen en waar geen invoerrechten voor hoefde te worden betaald. De erfenis van de Oost-Indische Compagnie werd weer opgepakt door de nieuwe Nederlandse Handelsmaatschappij. Tijdens de oorlogen waren veel koloniën overgenomen door Londen, de NHM kreeg het monopolie op koloniale goederen uit Nederlands-Indie. Er werd een cultuurstelsel en een commissiesysteem ingevoerd, boeren moesten goederen (koffie, thee, rijst, suiker) afstaan, en het beloningssysteem leidde vaak tot corruptie en armoede en hongersnood onder de lokale bevolking. De handel van Amsterdam floreerde met name door de monopolie op opium.















