130925 EEN STUKJE NIEUWE MEDIALANDSCHAP
Ooit heb ik voor mijn opleiding het vak Medialandschap gevolgd. Hierin werd de ontwikkeling van het Nederlandse medialandschap behandeld en lag de focus met name op televisie. Zou men het nieuwe medialandschap behandelen, dan ziet men het veranderen met een ongekende snelheid. Herinnert u zich MSN Messenger bijvoorbeeld nog, het chatprogramma dat een decennium geleden erg populair was? Het was zo populair dat het merk MSN een werkwoord werd en overigens nog steeds in de Van Dale te vinden is. En meerdere merk-werkwoorden zouden volgen.
Dit is slechts een klein voorbeeld. Het nieuwe medialandschap heeft ontwikkelingen doorgemaakt die een grote impact hebben gehad op hoe we vandaag de dag leven. De namen van browsers herinneren ons nog aan de begindagen van het internet, als een bijna mythische cyberspace die verkend moest worden (Explorer, Navigator, Safari). Het ontwikkelde zich tot een informatie- en communicatiemedium, maar nog steeds was er in veel gevallen sprake van een zekere top-down narrowcasting. Fast forward naar het Web 2.0: het internet werd zogenoemd social. Sociale netwerken kwamen op, zoals Hyves, Facebook, YouTube, Flickr, Tumblr en deze maakten het bereik van een enkeling immens groot.
Inmiddels kunnen we stellen dat de wereld gevoelsmatig een stuk kleiner is geworden. Nieuws gaat in milliseconden de aardkloot rond. Artiesten hoeven niet meer in dezelfde ruimte te zijn om muziek, films of kunst te maken. Onderwijs vindt plaats in online omgevingen en ook e-commerce heeft de detailhandel wakker geschud. Mensen komen nu één-op-één met elkaar in contact om allerlei soorten dingen uit te wisselen. Wikipedia is het ultieme voorbeeld van een platform waarin iedereen met een computer en internetverbinding in staat is om zowel kennis te delen als te vergaren. Zo ontstaat er een onuitputtelijke bron van informatie die collectief wordt geschreven, die altijd in ontwikkeling is en in mijn ogen zeer waardevol is. En die waarde geldt ook voor (re)tweets, likes, queries, shares, pins en meer. Al deze (big) data tonen ons een continue proces van totstandkoming, waarin het belang van de technologische verbinding tussen mensen en hoe communicatie en samenwerking plaatsvindt, groter is dan ooit .
We zien namelijk ook dat werk en productiviteit veranderen. Het Nieuwe Werken toont de flexibilisering en maakbaarheid van zowel tijd als ruimte. Al tijdens de studie maak je het tegenwoordig mee. Universiteiten en hogescholen stellen flexibele studieruimtes beschikbaar en via Eduroam zijn studenten altijd online en verbonden. In interdisciplinaire projecten die ik deed, werd flink wat geskypt en productiviteitsprogramma’s als Microsoft Office en OpenOffice werden afgewisseld met Wunderkit en Dropbox. (Alleen BlackBoard leek vreemd genoeg niet met de tijd mee te gaan.) In mijn optiek is een dergelijke combinatie zeer sterk; een productiviteitspakket gecombineerd met communicatie en bestandsbeheer in de cloud. Google (dat het ooit geprobeerd heeft met wijlen Wave) brengt het tegenwoordig samen in Drive, en dat is wellicht de toekomst. Geen ownership, maar access.
Dat principe is, tot slot, ook waar het in collaborative consumption om draait. Het socio-economisch model van Rachel Botsman en Roo Rogers toont hoe technologie mensen in staat stelt en toegang geeft om allerlei soorten capaciteiten fysiek uit te wisselen, of het nu gaat om kennis, geld, producten of diensten. Die technologie wordt in het specifiek gevormd door online platformen, zoals eBay, Airbnb, Skillshare, Zopa en Fiverr. Om werkelijk sociale verandering te brengen stoelt het model volgens mij teveel op marktwerking, maar desalniettemin is het een interessante ontwikkeling om in de gaten te houden. Wat betekent dit namelijk voor het hele concept van arbeid? Bestaat dat straks nog? De tijd zal uitwijzen hoe ons medialandschap vorm krijgt en ondergetekende ziet het met fascinatie tegemoet.
Artikel geschreven door Bree Tahapary voor Sparked. Beeld: Paul Butler [1] & Rachel Hinman [2]












