Ze zeggen: twee geloven op een kussen, daar rust de duivel tussen
Maar tien nachten in jouw armen, en ik heb de duivel niet gezien verwachtte hem in zijn bekende gedaante een symbolisch beeld dat ik moet herzien Hij is geen kwade geest tussen ons beiden Eeuwen oude zinnen die ons kunnen misleiden Hij is geen hindernis en ook geen anders zijn geen muur, geen grens, geen afscheidslijn toen ik in je armen lag en hem het minst verwachtte kwam hij verschuild in een gedachte in het besef van jouw afwezigheid Kwam en bleef, mijn eenzaamheid










