ochtend
Zon haalt zijn handen tussen mijn gordijnen en grijpt met lange, dunne armen de nacht weg uit mijn kamer.
Langzaam trekt de mist rond mijn hoofd weg en ik open mijn bedauwde ogen. Ik hoor een duif koeren.
Het landschap van mijn lichaam beweegt zich kreunend wakker; vogels schrikken op uit de bomen en een familie konijnen vlucht weg. Mijn heuvels schudden zich zachtjes los terwijl ik gisteren uit stap.
Met blote voeten beland ik in een ijskoude beek.












