Maandag 15 april – Samenvatting van mijn samenvattende schema’s over verandernetwerken. Hierna volgt een toelichting...
Het eerste schema introduceert de zogenaamde 1%-ers (uit de 90-9-1 Rule for Participation Inequality in Social Media and Online Communities, van Nielsen).
In het tweede schema voeg ik daar mijn eigen definities aan toe, waarbij 1%-ers (ook wel creators, change agents of koplopers) ‘mensen zijn die niet op anderen wachten voor ze iets gaan doen’.
De derde vertelt dat 1%-ers meer impact krijgen als ze in interdisciplinaire teams gaan samenwerken – en dat die impact verder toeneemt als de mensen in die teams ook nog eens verschillende stakeholder-groepen vertegenwoordigen.
In het vierde schema staan in de drie linkerkolommen de triple helix sectoren; waarvan financiers van innovatieprogramma’s nog niet zo lang geleden dachten dat als die gaan samenwerken systeeminnovatie vanzelf loskomt. In de drie kolommen ernaast staan de zogenoemde ‘niche innovators’; de typen partijen waarvan we hebben geleerd dat ze ook een belangrijke rol vervullen bij het aanjagen van systeeminnovatie (Geels, 2002). In de kolommen in het vierde schema staan de 90-9-1% bolletjes verspreidt, wat wil zeggen dat 1%-ers zeker niet altijd of exclusief aan de top van de hiërarchie in een sector actief zijn.
In het vijfde schema komt alles samen. Daar zijn de 1%-ers uit de verschillende sectoren in een netwerk verbonden en spreek ik van een ‘verandernetwerk’.
De centrale boodschap of hypothese van dit alles is dat systeemverandering goed op gang kan komen door netwerksamenwerking van 1%-ers uit de zes verschillende sectoren. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat dit vooral het geval lijkt als het publieke belang bij de beoogde systeemverandering centraal staat.












