Competentie 4 Samenwerken
Belbin samenwerken, teambuilding In het projectgroep van gezondheid en vitaliteit hadden we een brononderzoeker, een vormer en ik als groepswerker. We hadden nog een 4e lid, die geen belbin teamrol had omdat hij van jaar 2 was. Om het niet al te spannend te houden; de samenwerking in dit project was slecht. We zijn begonnen met 4 leden en geëindigd met 2 leden. Dit heeft persoonlijke redenen en samenwerkingsproblemen zoals niet houden aan de afspraken en niet communiceren.
Reflecteren met behulp van korthagen
1. Handelen: In ons projectgroep haalde wij deadlines niet omdat er niet aan de afspraken werd gehouden. Hier werd ook niet over gecommunniceerd.
2. Terugblikken: Omdat we dus niet vooruit konden botsten we met elkaar. We kwamen er achter dat we strenger op de deadlines moesten zijn en elkaars berichten lezen.
3. Bewustwording: Na een week kwamen we er achter waar de stoorzender van de samenwerking zat. De helft van het projectgroep (de brononderzoeker en de groepswerker) deed goed zijn best, de andere helft was aan het meeliften. Dit kon zo niet langer doorgaan. Na vele gesprekken en het geven van een waarschuwing, zijn we alvast gaan kijken hoe het anders kan.
4. Alternatieven ontwikkelen: Ondanks dat het een moeilijke beslissing is, is er besloten om met 2 personen verder te werken. Dit zorgde ervoor dat het project afgerond kon worden zonder steeds achterom te hoeven werken.
5. Uitproberen: Na een moeizame samenwerking heeft 1 teamlid, (ook door persoonlijke omstandigheden), besloten om deze opdracht in een ander blok opnieuw te doen. Een ander teamlid hebben wij uiteindelijk, met instemming van de persoon zelf en de docent, uit de groep moeten zetten. Vanaf dit punt gaat het projectgroep verder als een duo. Ik ben zelf heel erg blij dat er voor dit alternatief gekozen is. Het heeft er voor gezorgd dat ik met een heldere kijk verder kon werken aan het project. Uiteindelijk is het meer werk omdat je het maar met z’n 2 doet. Maar dat is beter dan aan 2 dode paarden moeten trekken en alsnog het werk zelf moeten doen. Het samenwerken met een brononderzoeker en mijzelf als groepswerker heb ik als positief ervaren. Ik steun graag mijn groepsleden en doe mijn werk zoveel mogelijk samen. Het liefst zie ik er dan ook graag wat voor terug. Doordat ik zelf een associatieve focus heb, zie ik details niet zo goed. Dit is waar de brononderzoek mij dan weer aanvulde. Uiteindelijk denk ik niet dat de goede samenwerking veel te maken heeft met de Belbin teamrollen, maar met de wilskracht van een persoon om te kunnen samenwerken.















