Eens zag ik een kunstwerk hangen, waarvan ik dacht dat het een polaroidfoto was. Met schildertape aan de wand geplakt. Een vakantiekiekje, vrolijk zitten drie figuren naast elkaar in de zon. Het lijken drie generaties â vader, kleinzoon en zoon. Bij nadere beschouwing blijkt het om een klein schilderij te gaan. De gestuukte muur, de tape, de foto en de schaduw, het ruimtelijk effect â het is alle olieverf op doek. Een foto uit het familiealbum was door Gerrit Wijngaarden nageschilderd. Het was voor mij een eerste kennismaking met het fenomeen fotorealisme. Ook zag ik wel de realiteit van Olav Cleofas van Overbeek, een meester van het stilleven. Hoewel de lichtinval in zijn werk bijzonder is met een terugkerende spiegeling, heeft het niet de kracht van fotorealisme zoals ik zie in de catalogus en op de tentoonstelling âOp scherp / In focusâ.
Het Centraal Museum Utrecht is de eerste instelling in Nederland dat zich richt op het collectioneren van fotorealisme. Veel van deze verzamelde werken zijn door tijd vanaf de jaren 80 uitgeleend voor tentoonstellingen elders. Nu toont het museum ze onder eigen dak. Daarbij valt op dat de schilderijen griezelig echt zijn. Aan de minutieus nageschilderde fotoÂŽs is een extra dimensie toegevoegd, waardoor er meer lagen van beleving zichtbaar zijn dan in de reguliere platte foto. Een foto is het vastleggen van een enkel moment, het schilderij laat meerdere momenten zien. âHet werk van fotorealistische kunstenaars is bedrieglijk verleidelijkâ, schrijft artistiek directeur Bart Rutten in zijn voorwoord tot het boek. âHun vakmanschap steekt de mechanische precisie van fotoapparaten naar de kroon. (âŠ) Maar de maatschappelijke waarden die erin verborgen liggen zie je makkelijk over het hoofd.â
Achter de façade van de werkelijkheid huist de essentie van de gedachte. Een statement dat de kunstenaar met zijn compositie wil maken. Dat wordt gedaan door de wereld of delen daaruit weer te geven zoals wij deze dagelijks treffen en kunnen zien. Doordat dit zo werkelijk of zelfs hyperrealistisch gedaan is kan ik op mijn vingers natellen dat er iets niet aan klopt. Wat wij als werkelijkheid ervaren trekt fotorealisme in twijfel. Want het is meer dan een knap staaltje kopieerwerk. Bij het zien van fotorealistische werken moet ik daarom alert zijn, beter kijken om de achterliggende boodschappen te lezen. Daarop wijst mij de curator van de tentoonstelling, Esmee Postma. En ook Hanneke Grootenboer, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, roept mij daartoe op. Zij gaan voor de catalogus beide in op de geschiedenis van het fotorealisme, als laatste isme van de 20e eeuw en reactie op de abstractie van Cobra en het nulpunt van Zero.
De transformatie van foto naar verf druist in tegen alles waar het modernisme voor staat. Waar popart de popcultuur en massamedia ironisch verheft, is het fotorealisme een bloedserieuze aanvechting van wat moderne kunst kan en mag zijn. In âOp scherp / In focusâ wordt gesteld dat deze kunstvorm uit Amerika is overgewaaid en dat het in eerste instantie voornamelijk een masculiene stijl was. Daarom zie ik glimmende autoâs en ronkende motoren, schreeuwende uithangborden en spiegelende winkelpuien, om niet te spreken van vrouwen in uitdagende lingerie. Uit de gevulde winkeletalages, pick-up trucks en straatbeelden spreekt een specifieke kijk op de wereld. Het zijn snapshots en is een afspiegeling van de vooral welvarende witte mannenwereld. Momentopnames die echter verder reiken dan die zichtbare werkelijkheid. Er staat meer in de compositie dan bij een snelle blik gezien kan worden. Eigenlijk zal ik de eerste laag eraf trekken om de onderliggende huid te ontdekken. Dan denk ik aan wat ik vind bij Ger Eikendal in dezelfde tentoonstelling als waar ik Gerrit Wijngaarden zag. Eikendal gaf mij een optische illusie door onder flarden van afgescheurde affiches nieuwe beelden te tonen. Daar zag ik toen echter nog geen maatschappelijke boodschap in. âOp scherpâ focust mij, âIn focusâ scherpt mijn beeld.
De catalogus toont veel representatieve voorbeelden van deze manier van werken. Vooral gelaagde werken, de composities met een boodschap, komen erin aan bod. Want dat is wat fotorealisme is of wil zijn. De maatschappij een spiegel voorhouden, zodat deze de eigen opgeblazen houding naar de wereld kan aanschouwen. Althans wanneer je daar voor openstaat, dat wil zien, deze tekortkoming door die overvloed. Zo is het fotorealisme meer nog dan andere ismes of stromingen binnen de kunst een aanklacht, een protest. Het wil meer zijn dan een landschapje of stilleventje boven de bank, het doet ertoe en heeft iets te zeggen. Is het dus vooreerst een mannelijke aangelegenheid, het boek snijdt vooral de vrouwelijke inbreng aan. Een bijdrage die de stijl veelvormig maakt, met name omdat het kleurig en seculier is geworden. Niet alleen de witte mannelijke mens heeft een boodschap voor de wereld.
âOp scherp / In focusâ laat enkele vrouwelijke realisten aan het woord. Esmee Postma is in gesprek met Audrey Flack. Zij gebruikte fotoâs eerst als hulpmiddel bij het schilderen van stillevens en kinderen, maar deze stelden haar later in staat om licht, diepte en schaduwen te bestuderen. Weerkaatsend licht op een parfumglas of het metaal van een gouden armband. âEen foto legt geen belichaamde ervaring vastâ, zegt Allison Katz. âHet weerspiegelt het mechanische oog van de camera, dat dingen ziet die wij niet kunnen zien, vanuit hoeken en snelheden en in kleuren en temperaturen die wij niet kunnen zien. (âŠ) Bij schilderkunst geloof ik dat het belangrijkste realisme in het oppervlak zelf zit.â Esiri Erheriene-Essi ziet schilderen als het schrijven van een speculatieve geschiedenis, het samenvoegen van het verleden en het heden, van individuele en gedeelde herinneringen. Want voor alles is een fotorealist een schilder. Een schilder die met fotografisch ingestelde ogen naar de wereld kijkt. De werkelijkheid naar eigen hand zet, de realiteit vervormt en aanpast.
Terug naar die eerste kennismaking. De vakantiefoto van Wijngaarden en de spiegelende schaal van Van Overbeek. Het is vakwerk, dat zeker. Maar vlak werk, ik vond geen dubbele bodem, ik zag geen boodschap. Die merk ik nu wel op in het werk dat mij in âOp scherp / In focusâ wordt getoond. Ik heb geleerd om beter te kijken. De âBlue Caddyâ, levensgroot gereden van het omslag van het boek, het verhaal daar omheen, brengt me die geschilderde foto en dit ragfijn en haarscherp stilleven in herinnering. Maar zij, Wijngaarden en Van Overbeek hebben de stilte gezocht, terwijl ik op die qua afmeting confronterend levensgrote schilderijen een tumult aan geluid aanvoel. Het is van een andere orde, het heeft als protestkunst â mocht de maker dat al in gedachten hebben â een mindere waarde, schilderkunstig is het van bijzondere kwaliteit. Want dat is wat fotorealisme is, puur ik uit de catalogus en zie ik in de tentoonstelling. In reactie op de actie van abstracte kunst, uit protest over de huidige vluchtige beeldcultuur. De aanklacht is omfloerst, niet meteen zichtbaar, verpakt in een glamorous watertandend papiertje. Uitgepakt smaakt de boodschap zoet met een scherp zuurtje, het brandt op de tong â de tranen springen me in de ogen, de rillingen lopen me over de rug. Wanneer ik beter zie en door kijk ontdek ik de diepere betekenis, de dubbele bodem, het verborgen verhaal. Het is een aha-erlebnis het opeens te doorzien. En niet enkel een vakkundig gemaakt en schilderachtig opgezet beeld te bekijken, maar deze op waarde te doorgronden. De vast grond blijkt drijfzand waarin ik makkelijk wegzak wanneer ik mijn ogen sluit voor de meerwaarde van het beeld.
Op scherp: Fotorealisme nader bekeken / In focus: A closer look at photorealism. Tekst: Bart Rutten, Esmee Postma, Hanneke Grootenboer. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in Centraal Museum Utrecht. Uitgave: WBOOKS Zwolle, 2024.