SE - Endocrinologische aandoeningen: stoornisses in de GH-IGF-1 as
Hypothalamus-hypofyse-GH-IGF1 as
GHRH wordt vrijgeven door de hypothalamus, hierdoor wordt in de pars distalis GH vrijgegeven. Dit gebeurd pulsatief.
GH heeft een direct katabool effect via insuline antagonism -> Lipolyse en hyperglycemia.
GH heeft dan een indirect anabool effect door de lever (en nieren) te stimuleren tot IGF-1 productie.
IGF-1 heeft een anabool effect -> eiwitsynthese, botgroei, groei
IGF-1 functioneert ook als negatieve feedback op de hypothalamus en de hypofyse resulterende in verminderde afgifte van GH door de hypofyse.
Somatostatine (geproduceerd in de hypothalamus zelf, maar ook de maag en alvleesklier) remt ook de afgifte van GHRH in de hypothalamus
Pathofysiologische achtergrond
Aanboren hypofysaire hyposecretie van GH:
Een autosomale genetische aandoening die de ontwikkeling van de hypofyse voorkwab beinvloedt. Dit leidt tot een aangeboren hypoplase/aplasie van de voorkwab. Hierdoor is er een tekort aan de hormonen GH, FSH/LH, en TSH. ACTH blijkt wel nog voldoende geproduceerd te worden.
Dit is bekend bij verschillende hondenrassen en runderen.
Verkregen hypofysaire hyposecretie van GH:
Destructie, drukatrofie of hypofysectomie (verwijderen van de hypofyse) kan leiden tot een tekort aan GH.
GH tekort leidt tot een erg typisch beeld:
- Proportionele dwerggroei
- Puppyvacht die laat verdwijnt
- Karige beharing
Diagnose wordt bevestigd door middel van een GH stimulatie test. GHRH wordt ingespoten en daarna wordt een al dan niet stijging van het GH waargenomen in het bloed:
geen stijging van het GH -> bevestiging van de diagnose
stijging van het GH -> geen bevestiging van de diagnose
Er kan een behandeling met GH worden ingezet waarneer de groeischijven nog niet dicht zijn, maar meestal is dit al te laat en erg duur. Als alternatief kan er ook progesteron gegeven worden (zie acromegalie hond), maar ook dit is wel vaak al te laat.
Verder ondersteunen van deze dieren gebeurt door het supplementeren van de hormonen die door de afwezige pars distalis niet meer worden vrijgegeven. Hieronder valt eigenlijk alleen GH en T4, omdat prolactine en FSH/LH niet super belangrijk zijn en ACTH wel nog vrijgelaten wordt.
Pathofysiologische achtergrond
GH-overmaat na het sluiten van de groeischijven, voor het sluiten van de groeiplaten resulteert het in gigantism.
Neoplasie van hypofyse -> hypersecretie van GH:
Door een neoplasie in de hypofyse die GH produceert vindt er een overproductie aan groeihormoon plaats
Dit is vooral bekend bij de kat.
Progesteron/progestiva -> GH-productie in de melkklieren:
Door progesteron (of progestiva; medicatie dat lijkt op progesteron) vindt er in de melkklieren productie van GH plaats, waarschijnlijk voor de ontwikkeling van de melkklieren. Bij de hond kan dit GH lekken naar de systemische circulatie. Er is hier dus geen sprake van een probleem met de hypofyse.
Dit komt dus voor bij honden.
Het klinisch beeld verschilt erg bij katten en honden. In principe word acromegalie getypeerd door hyperplasie van de uiteinden van ledematen en uitstekende lichaamsdelen.
Bij de hond is er sprake van uitgroei van botten, bindweefsel en ingewanden. Er kan ook insulineresistentie optreden (GH -> insuline antagonism) wat kan leiden tot DM type 3. Afhankelijk van de hoeveelheid GH in de circulatie kunnen de symptomen in verschillende maten optreden, vaker zie je mildere verschijnselen beperkt tot PU/PD met hijgen en hyperglycemie.
De gehele lijst aan symptomen is:
- inspiratoire stridor (door hyperplasie van weke delen in keelgebied)
- verminderde uithoudingsvermogen
- PU/PD
- overmatige huidplooivorming
- toename buikomvang (door het formaat van ingewanden)
- uitgroei kaken (meer chronische gevallen
- trage/stijve gang (door zwaardere extremiteiten van de romp, bij meer chronische gevallen)
Bij kat is de hyperplasie minder opvallend en gaat het vaak over katten die al DM hebben en er een verhoogde insuline behoefte is. Dit ook als gevolg van de insulineresistentie door GH. Er is omvangstoename van kop en potten met protrusie van de onderkaak, maar dit is vaak lastiger op te merken.
Diagnose berust op bepaling van GH en IGF-1 in het bloed. Daarnaast voor de hond ook een bepaling van het glucosegehalte in verband met het risico op GH-geïnduceerde diabetus mellitus.
Voor de kat kan je ook de hypofyse in beeld brengen met behulp van CT of MRI.
Voor de hond is de behandeling als simpel als het stoppen van de progestiva of het zo snel mogelijk laten steriliseren. Hierdoor verdwijnen in een paar weken de veranderingen aan de weke delen, maar die van de benige delen blijven aanwezig. Ook de ontwikkelde Diabetus Mellitus kan verdwijnen.
Voor de kat is de enige behandeloptie eigenlijk het verwijderen van de hypofyse als er een goede beeldvorming is uitgevoerd. Houdt rekening met het feit dat de hormonen uit de hypofyse wel gesuplementeerd moeten worden.