Ze had me altijd al aan een kat doen denken, zoals haar lange haren steeds rond haar schouders gedrapeerd liggen, spinnend van plezier. Ook nu ze hier zit, met een glas wijn in de hand, benen gekruist op de rand van mijn bed, leek ze wel een zwerfkat die per toeval door het raam was binnengetrippeld. Natuurlijk was ik een vreemd soort verliefd.
'Speel eens wat gitaar voor me, Tom.'
Ze kijkt speels naar de rode gitaar in de hoek van de kamer. Protest is zinloos. Voorzichtig neem ik de gitaar vast en speel een willekeurige melodie.
'Mag ik even proberen?'
Ik geef haar de gitaar, zie hoe ze haar haar achter de schouders legt en begint te spelen. Stilletjes giet ik wat wijn in mijn glas en ga zitten op de vensterbank. En misschien, heel misschien, is het tijd om de gitaar eindelijk van mineur naar majeur te stemmen.