Black Chantilly Lace Canezou
1850s
unknown maker
NCHGS

seen from Finland
seen from United States
seen from Norway

seen from Ireland
seen from United States

seen from Australia
seen from United States

seen from United Kingdom
seen from United States
seen from Germany
seen from Türkiye
seen from Germany
seen from United States
seen from Ireland
seen from Yemen
seen from T1
seen from China

seen from France

seen from France
seen from Togo
Black Chantilly Lace Canezou
1850s
unknown maker
NCHGS
Journal des Dames et des Modes, Costumes Parisiens, 20 juin 1832, (2993): Chapeaux de crèpe de Mme Millet. Canezou en tulle par M Lavig. Robe de gros de naples et Echarpe de mousseline cachemire des Mins de M Gagelin. Collection of the Rijksmuseum, Netherlands
Canesou met korte mouwen Afb. No. 23 en 24. Beschrijving en knippatr. keerz. v. h. Suppl. No. XVIII, Fig. 43―45.
La Mode: revue des modes, galerie de moeurs, album des salons, 15 septembre, 1835. Plate 470, Paris. Chapeau de paille de riz. Robe de mousseline ornee de broderies & garni de dentelle. Chapeau de paille d'Italie. Canezou de tulle. Robe de mousseline imprimee. Digital Collections of the Los Angeles Public Library
Journal des Dames et des Modes, Costumes Parisiens, 25 avril 1829, (2689)
Publisher: Pierre de la Mésangère; Paris
Collection of the Rijksmuseum, Netherlands
Journal des Dames et des Modes, Costume Parisien, 20 mai 1800, An 8, (217)
Publisher: Pierre de la Mésangère; Paris
Collection of the Rijksmuseum, Netherlands
Canesou van tulle en kant Afb. No. 3. Knippatr. keerz. van het Supplement No. VIII, Fig. 36―38. Deze canesou moet gedragen worden op een kleedje met een laag uitgesneden taille. Ons model bestaat uit zwart en wit gebloemde zijden tulle, het garnituur uit eene zwarte en witte blonde 7 d. br.; tusschen de figuren in den vorm van bladeren, zijn insnijdingen gemaakt, hier doorheen is een zwart lintje 1½ d. breed met een wit randje gehaald, het wordt om den buitenrand van de canesou, zóó dat het op de stof terug valt gezet, terwijl de kleine schoot van achteren in het midden als ook de epauletten, er mede door gevormd worden. Het aanzetten is overal met een ruche van het hierboven genoemde taffen lint bedekt, die op regelmatige afstanden telkens van 4½ d., met grelots van kwikzilveren en stalen kralen versierd is. Langs de naden van den rug is eene blonde 3 d. breed gezet; van zulk eene blonde, met de rechte randen tegen elkaar gekeerd, is ook de ruche rondom den hals vervaardigd, nog door afzonderlijke groote kwikzilveren kralen opgeluisterd. Het spreekt van zelf, dat deze jaquette ook van effen zwarte of witte tulle, als ook van neteldoek met blonde of guipure kant kan vervaardigd worden. Als men het van de stof van het kleedje of van taf nam, dan zouden de schoot en de epauletten van reepen der stof van de noodige breedte, met een doelmatig garnituur genomen kunnen worden. Men knipt voor de canesou naar elk der fig. 36 en 37 twee gedeelten, naar fig. 38 een gedeelte aaneen, langs de dunne lijn die het midden aangeeft, zet de gedeelten met een dubbelen naad aan elkaar, en legt in den buitenrand van de canesou een zoom 1 d. breed. Voor den schoot neemt men een eind blonde 64 d. lang, waardoor zoo als wij hierboven melden lint is gehaald; zij wordt aan een reep van de stof van de canesou 2½ d. breed gezet, in den bovenrand van den reep worden plooien gelegd, zoodat de lengte van de strook tot op 20 d. wordt terug gebracht. Men knipt de dwarseinden schuin bij en zet dan den schoot van het midden van den rug af, naar beide zijden tot aan ster, op de canesou. Voor elke epaulette heeft men een eind blonde 60 d. lang noodig. Deze wordt eveneens aan een reep tulle gezet, en is in het midden 3 d. breed, maar neemt aan beide zijden tot op 1 d. af. De epaulette moet even als de schoot samengesteld en van kruis tot punt in het armsgat worden gezet. Eindelijk legt men om het armsgat en om den buitenrand van de canesou, zóó dat het aanzetten van den schoot er mede bedekt wordt, de taffen ruches, versiert het uitsnijdsel van den hals met eene blonde ruche en zet er aldaar, haken en oogen aan.
Canesou met schoot Afb. No. 28. Knippatr. voorz. van het Supplem. No. I, Fig. 1―5. Deze canesou onderscheidt zich door een schoot van een zeer ongemeenen vorm, rijk met kanten entre-deux gegarneerd en is bij een sierlijk zomertoilet bijzonder aan te bevelen. Bij het vervaardigen knipt men uit effen neteldoek of nansoek naar elk der fig. 1 en 2 twee gelijke gedeelten en rekent bij het eerst op een omslag 2 duim breed voor den zoom aan den voorkant, naar elk der fig. 3, 4 en 5 een gedeelte langs de dunne lijn in het midden aaneen. Als men de borstplooien en de zoomen in de voorstukken heeft genaaid, dan hecht men er zoo als dit op fig. 1 is voorgeteekend het entre-deux, eerst de dwarse en daarna de lange reepen op, waarvan er twee de dwarseinden afsluiten, maar een op den zoom van het rechter voorstuk, met een glad kantje 1 d. breed er omheen, het midden van het garnituur vormt, hetzelfde kantje loopt om de eene buitenzijde van de andere lange reepen heen. De rug- en de zijpanden worden op dezelfde wijze en zooals dit gedeeltelijk op de knippatronen is aangegeven met tusschenzetsel versierd, daarna van 1 tot 2, de zijpanden en de voorstukken van 3 tot 4 aan elkaar gezet, men voert den schoudernaad van 5 tot 6 uit, en zet daarna den kraag eveneens volgens aanwijzing op de knippatronen, met entre-deux en kant gegarneerd, volgens de overeenstemmende cijfers op de canesou. Aan den reep tusschenzetsel die in de lengte op de canesou wordt gehecht, zet men een glad kantje dat op den verbindingsnaad van het zijpand ligt. Het tusschenzetsel onder aan den schoot van het zijpand, wordt eveneens door een kantje afgesloten. Men voorziet de mouw fig. 5 zoowel in het midden als aan den onderrand met tusschenzetsel, naait haar van 9 tot 10 en van 11 tot 12 toe, zet haar volgens de overeenstemmende cijfers in het armsgat, en legt dan ook op den naad van het armsgat een reep tusschenzetsel. Het entre-deux aan den onderrand van de mouw wordt aan beide zijden door een kantje afgesloten. Onder al deze reepen tusschenzetsel behalve onder den zoom van het rechter voorstuk en aan de bovenzijde van de mouw wordt de stof weggeknipt, echter een stroohalm breed van den naad af, de afgeknipte randen moeten natuurlijk omgeregen of met wijde festonneersteken voorzien worden. In den onderrand en in de zijkanten van de voorstukken tot aan den verbindingsnaad met het zijpand, wordt een zoom gelegd en met de ceintuur onder den rok verborgen. De zoomen van de voorstukken worden met haken en gefestonneerde lussen of wel met knoopen en knoopsgaten voorzien. Het spreekt van zelf dat de canesou ook van andere stoffen bijv. van die van den rok kan vervaardigd worden en men onder het entre-deux hetzij gekleurd lint kunnen leggen of er ook een ander garnituur, zooals rolletjes taf, schuine reepen enz. voor zou kunnen nemen. Wij vertrouwen dat deze canesou met schoot, door velen van onze lezeressen zal vervaardigd worden.