Engelse handelscorrespondentie in de praktijk, door W. Bladen en F. Rohrer
Bespreking: Peter Motte, 440 woorden
1990. Dat is al een tijd geleden. Toen verscheen “Engelse handelscorrespondentie in de praktijk”. Hier en daar vind je het vermeld met als ondertitel: “Snel zaken doen per fax. Complete brieven voor directe toepassing”. “Volledig verouderd,” denken velen.
Maar voorzichtig: het is boek in hoofdzaak gericht op eerstejaarsstudenten, wat blijkt uit de zowat…
De vakantietijd komt eraan. Ik deel een vakantie ervaring in Roemenië. Een indrukwekkende maar zeer zeker een leuke ervaring, al was Roemenië niet zo’n land waar je toen hieperdepiep hoera zou roepen. We hebben het aan den lijve ondervonden.
Mijn lief zit op de mavo. Ze krijgt een opdracht om contacten te leggen in het buitenland. Ze vind een aantal correspondentievriendinnen. Ze gaat schrijven…
Het identiteitsloos lichaam #10: briefwisseling met Karel Tuytschaever
Lieve Jesse,
Nog leuker dan een brief van jou te ontvangen, was het uitkijken naar ons samenwerken in de repetitiestudio. Door onze correspondentiegeschiedenis voelde het vertrouwd met elkaar in repetitiecontext te werken als maker en dramaturg voor STRANGER, mijn nieuwe voorstelling.
Ik schrijf deze brief uit het Belgische Limburg, waar ik tien weken van onderzoek en creatie afsluit. Dan neem ik even afstand, vooraleer de voorstelling in september te gaan afmonteren en in première zal gaan. Omgeven door naaldbomen, vogels, eenden en een beekje, ben ik vandaag alleen met mijn gedachten. Voor mij een uitgelezen moment om je terug te schrijven.
Het was erg bijzonder om samen naar hetzelfde lichaam te kunnen kijken tijdens de repetities. Zien we hetzelfde? Lezen we hetzelfde? Voelen we hetzelfde? Praten we erover op dezelfde manier? Want dat zijn volgens mij allemaal verschillende aspecten waar wij het tot op heden in onze briefwisseling al over hebben gehad: kijken – interpreteren – verbeelden – jargon.
Op dit moment dringt het pas tot me door hoe ons onderzoek naar het kijken naar het performerslichaam (vanuit mijn rol als maker) en het sociale lichaam (vanuit jouw rol als dramaturg) eigenlijk erg vervat zit in de creatie zelf, net zichtbaar doordat deze twee ‘soorten’ lichamen in dit proces slechts door één lichaam wordt belichaamd. Onze twee perspectieven om naar het performerslichaam te kijken worden gewoonweg als voorstellingsconstructie gehanteerd: de danssolo (die we tot nu creëerden) gaat uiteindelijk in dialoog met een film (die momenteel in post-productie is). De intieme lichamelijkheid van de danser die sensorieel voelbaar is voor de toeschouwer, in relatie tot datzelfde lichaam dat gevangen zit in een beeldconstructie. Het performerslichaam aan de ene kant, het sociale lichaam ernaast geplaatst. Het lichaam versus het lichaamsbeeld.
Het is de ruimte ertussen (de dialoog met of het schuren ten opzichte van elkaar) dat me erg interesseert. Het mannelijk lichaam in de voorstelling dient zijn plek te zoeken en zich te verhouden tussen zijn spiegelbeeld en het beeld dat iemand anders van en over hem heeft. Welke verschillende soorten lichamen belichaamt hij? Welke lichamen dient hij vorm te geven? Wat is hij voor anderen? Wie is hij écht als hij alleen is? Wat is hij voor zichzelf? Wie vindt hij dat hij is?
Hoe de man omgaat met de ruimte tussen zijn spiegelbeeld en een denkbeeld van hem, wordt in mijn ogen de voorstelling. Helder en leesbaar maken hoe hij zoekt, transformeert of de grenzen ervan oprekt, is wat ons nog rest tot september.
Voor mezelf vind ik het erg belangrijk dat het het lichaam zélf is dat alles met elkaar verbindt in de uiteindelijke voorstelling. Het lichaam en zijn lichamelijkheid staat voor mij centraal.
Inzoomen op lichamelijkheid is voor mij stilstaan bij de fysicaliteit en articulaties die voorbij genderexpressies of sociale constructies gaan. Mijn sleutel daarvoor is het zintuig huid. Een zintuig dat in tijden van stortvloeden aan beelden en geluiden op de achtergrond is geraakt. Tussen de binnen en de buitenwereld zit letterlijk de huid. Een canvas dat eerstegraads doorgeeft en zichtbaar maakt wat er binnen in dat lichaam huist en zich afspeelt, maar evengoed de sporen draagt van de omgeving waar het lichaam zich in bevindt, of eerder mee in contact kwam. De huid vertelt als geen ander wat er werkelijk ís. De huid houdt geen rekening met verleden en toekomst. De huid reageert louter in het hier en nu. De huid is nu. De huid is het dichtste bij jezelf en het dichtste bij de ander.
Ik sluit graag af met het delen van drie bedenkingen van mezelf uit de afgelopen weken, als opzet om wat dieper op nieuwe bevindingen in te kunnen gaan in onze komende uitwisseling. Ik vind het zelf zo verrijkend om niet alleen het praktijkwerk in de studio te delen, maar ook via geschreven woorden nieuwe ingangen en interesses te laten bestaan en kernachtiger te maken. Erg belangrijk vind ik het dat mijn mentale ruimte - naast mijn creërende praktijk – mee evolueert zodat zich nieuwe, mogelijke krijtlijnen voor de toekomst destilleren.
EEN
Naast het intieme, natuurlijke lichaam van de performer en zijn sociale lichaam, introduceer ik nog een derde lichaam in STRANGER: het digitale lichaam.
Als één uit de laatste generatie geboren voor het internet, weet ik wat het is om zonder internet op te groeien. In die tijd kon ik mijn private intiem en openbaar sociaal lichaam leren kennen en uiten. Nu liggen we in de knoop door de komst van een derde lichaam, namelijk een lichaam op social media en in de virtuele (game) realiteiten (jawel, ze benoemen dat als een realiteit!). Een jonge generatie die in de knoop ligt met zijn eigen lichaam en beeld aangezien deze ook nog de tijd moeten vinden om een derde lichaam te construeren, te voeden en te onderhouden. Oudere generaties moeten herzien, herdefiniëren, hervormen.
De komst van technologie maakt veel mogelijk, maar binnen deze onderzoekcontext kan ik best stellen dat technologie een grote impact heeft op lichamelijkheid en de representatiemogelijkheden ervan. Het werkt de kwetsbaarheid van een lichaam erg in de hand.
TWEE
Volgens mij kan ik als maker het lichaam van een performer op drie verschillende manieren inzetten en leesbaar maken:
Allereerst als het ‘hij/zij/hen’, het lichaam als individu. Dat lichaam kan je als kijker interpreteren als de aanwezigheid van de performer die zichzelf verbeeldt.
Ten tweede kan je het lichaam ook lezen als ‘het’, het lichaam als object. Dan interpreteer je als kijker de performer als levende sculptuur.
En als derde manier kan je het lichaam ook nog lezen als ‘wij’, het lichaam als sociaal lichaam. Dan zet je als kijker de performer in een context van in relatie staan met anderen.
Naar gelang op welke manier je het lichaam leest, zal je het lichaam ook anders interpreteren, en zal je er andere zaken in zien of op projecteren. Als je kijkt met ‘andere’ ogen naar hetzelfde lichaam dat op exact dezelfde manier is in tijd en ruimte, leveren de drie bovenstaande oogpunten volgende leesmogelijkheden op: (1) hij is verdrietig, ik herken zijn verdriet, (2) ik zie tranen of (3) we leven in droevige tijden. Dat zorgt je je als kijker op een andere manier verbindt met de performer: (1) betrokken, (2) afstandelijk betrokken of (3) beschouwend.
Ik vind het interessant om als maker het bewustzijn te hebben over deze drie mogelijke aanwezigheden. Mijn spel met en het interpreteren van de kijker wordt bijzonder hard gestuurd door mijn gekozen opzet van kijken. Ik denk dan aan keuzes als het letterlijke kader inzake kijkperspectief en zaal, de vormgeving binnen dat kijkkader; maar ook zaken zoals juiste formuleringen van communicatie- en persteksten, inleidingen of nagesprekken, voorstellingsprogrammatie of curatie, enz.
DRIE
Een laatste gedachte ent verder op waarover we het al eens hadden in vorige brieven, namelijk intentie en beweegreden. Maar dan iets breder, over oorspronkelijkheid van het bewegingsmateriaal. Deze sluit ergens ook aan op je Plato-passage in je laatste brief.
Ik vraag me soms af in hoeverre dansmateriaal écht vertelt wat je als maker denkt dat het vertelt. (En is het niet hier dat de dramaturg zo van belang is en wordt voor een creatieproces?)
Als een danser materiaal genereert binnen het creatie- en denkkader van een maker, zijn allereerst de dansers’ keuzes, pauzeringen, intenties, kleuren zichtbaar. De danser zoekt en vertrekt vanuit zijn persoonlijke beweegreden, en doet op die manier een voorstel aan de maker. Er wordt op dat moment een verbinding gelegd tussen de wereld van de danser met de intentie van de maker.
De maker projecteert op dat materiaal zijn voorbereidend denkwerk en concept, namelijk de informatie die hij verzamelde over mogelijke inhouden bij wat hij wil gaan maken. Het is die informatie die hij al dan niet gespiegeld ziet in het materiaal van de danser, de maker zijn associaties bij het materiaal.
Bij wie ligt de intentie? Bij wie ligt de beweegreden? Waar ligt de oorspronkelijkheid van de belichaming?
Dat is het even voor nu. Het deed me deugd dit alles uit mijn hoofd te schrijven. Ik ga het bos in.
Alle goeds van Karel.
Karel Tuytschaever is performer, docent en bezielt daarnaast als maker het platform voor eigen werk BARRY.
Jesse Vanhoeck is dramaturg en artistiek assistent bij ICK.
Foto 1: Repetitiebeeld door Joery Erna
Foto 2: presentatie Work in progress door Alwin Poiana
Foto 3: Repetitiebeeld door Joery Erna
Hooggeëerde consultants van Bloom! Beste Eric Klaassen!
Gokkend op de mogelijkheid dat jullie behoren tot het soort adviesbureaus dat graag experimenteert en grenzen verlegt, zou ik jullie een voorstel willen doen:
Gemiste oproepen van een (on)bekende ... autisme en telefoneren
Gemiste oproepen van een (on)bekende … autisme en telefoneren
Zonet kreeg ik iets wat ik vreselijk vind. Een gemiste oproep. Dat zou niet zo erg zijn mocht de beller iets in mijn antwoordapparaat spreken. Of mocht h/zij, ingeval van antwoordapparaatfobie (met vermijdingsgedrag als gevolg), een sms’je gestuurd hebben met een verontschuldiging. In dat geval was het nummer onbekend, was er geen bericht ingesproken, geen sms noch mail.
Corresponderen, wie weet nog wat het is? Van mijn twaalf tot ongeveer negentien jaar had ik verschillende correspondentvrienden/vriendinnen. In het tijdschrift dat mijn moeder toen las waren advertenties om een correspondent te vinden. Brieven naar elkaar schrijven. Hier had ik verschillende correspondentievriend/in van mijn leeftijd uit. Daar zat niets verkeerd achter. Elke week schreven we…
Beste Ivar, Ik ben het niet met je eens. De campagne is er niet op gericht ouders bewust te maken van de gevolgen van cyberpesten. Onze bedoeling is mensen te laten zien hoe Freek zijn online identiteit is kwijtgeraakt en ze daar net zo boos over te laten zijn als wij zijn. We willen een complex probleem, identiteithacking, verbeelden en daarmee de druk op Facebook en Twitter opvoeren om ouders en kinderen beter te helpen als ze problemen hebben. En dat gaat lukken. Het kabinet kondigt actie aan
Ik heb de doelstelling aangepast in het bericht. Echter blijf ik van mening dat zolang het doel van de campagne niet is om cyberpesten/identiteitsdiefstal te voorkomen door slim gebruik te maken van internet, de campagne de plank misslaat. Het feit dat mensen (net zo) boos (als jullie zijn) maken een doel is en daarvoor een kind wordt gebruikt, maakt me ironisch genoeg best boos, ja. Mensen boos maken is spelen met vuur, en boos zijn rondom kinderen wanneer het niet hun schuld is, beschadigt de ziel. Door boos te zijn zorg je ervoor dat je kind zich hopeloos gaat voelen, wiens schuld en wat het probleem ook is. Het leven en de kinderen appreciëren voor wat lukt en samen leren van slechte ervaringen is pedagogisch veel verantwoordelijker. Het zal de generatiekloof zijn, maar ik heb niet de indruk dat identiteitsdiefstal op het internet een complex probleem is. Wat je op het internet plaatst, kan en zal tegen je gebruikt worden. Dit kunnen o.a. foto’s zijn, teksten, creatieve uitingen en persoonlijke informatie. Identiteitsdiefstal is een praktische vorm van deze misbruik. Plaats niets op het internet waar je later spijt van kan krijgen, en ga niet met mensen om die je grenzen niet tolereren. Bijvoorbeeld door zonder jouw toestemming, foto’s die zij van jou hebben gemaakt, te publiceren op social media. Moet je bang zijn voor het internet als kind of ouder? Absoluut niet. Het is minder eng dan door een donkere steeg lopen. Tijdens het lopen door een donkere steeg kan je zomaar gegrepen worden, maar je bent altijd in fysieke veiligheid achter een computerscherm. Wat betreft het verbeelden, ik moet zeggen, het is creatiever gedaan dan door bijvoorbeeld alleen maar screenshots aan de regering aan te bieden, chapeau. Ik zie wel vaker soortgelijke taferelen ontstaan op het internet, zelfs tussen mensen van mijn leeftijd. Echter zal je met geluk enkel indirect druk zetten op Facebook en Google. Het is niet dat je hun ogen opent met het verbeelden van de zieke praktijken die zich afspelen op hun producten. Daar weten ze al jaren vanaf. Je krijgt vanuit hun op zijn meest een persmomentje met excuses en te horen dat ze op lange termijn er alles er aan doen om cyberpesten en identiteitsdiefstal tegen te gaan.Dus dan maar via de Nederlandse politiek. De Nederlandse politiek kan namelijk heel veel maken tegen Amerikaanse bedrijven. Een wet zal tot censuur leiden, en het internet zal daartegen rellen. Ik vermoed zonder resultaat want de politiek is out of touch met reality. De wet zal doorgevoerd worden en Google en Facebook veranderen als het gevolg daarvan hun beleid in Nederland. Werkt de verandering in het beleid, dan neemt het pesten weer een andere vorm aan of gaat het door op een andere plek, terwijl iedereen schijnheilig kan doen dat hij gedaan heeft wat hij kon om het te bestrijden. Bureaucratie is niet de oplossing. Je kinderen juist opvoeden maakt als idee praktisch gezien al veel meer kans.
Zelfs sokken opruimen is wiskunde. Classificeren, seriëren, vergelijken (meten), een-op-een relaties leggen, de tafel van twee, alles is aanwezig. Wat ben ik blij dat het vakantie is, de eerste berg is al bedwongen!