Catullus 51 (2)
zie hem daar bij jou wat een god, wat een geluk het moet zijn dag wel zijn en dus tijd voor wat gepluk
door jouw lach raak ik echter al mijn grond en verstand kwijt je zachte zicht zaait in mij een tegenstrijdigheid
elke cel in mij bevriest ik ontvlam in jouw macht liefde maakt naast blind ook doof ik ben de zon in de nacht
het is windstil en ik verga in brand door al de kou ik implodeer en explodeer want ik verga van jou











