Catullus 51 (1)
Die man, hij kan de goden evenaren Of beter, hij zou ze nog overtreffen Hij zit bij jou en mijn dromen gaan varen
Hij hangt aan je lippen
Jouw gouden lach ontrukt mij aan mijn zinnen Ach arme ik, want als ik je heb gezien Dan weet ik niet meer waar ik moet beginnen
Plots voel ik me ziek
Mijn stem is weg, mijn tong is verlamd, wat nou? Een vlam, een vuur, een brand doorheen mijn lichaam Suizende oren, o hoe ik van je hou
Het licht valt uit
Vrede, dat is echt het lastigste voor mij Door vrede verlaten mijn voeten de grond Vrede vloog voor heersers altijd snel voorbij
Het zorgt voor vernietiging










