Over feeën en muggen - Flarden #4
[...]
“Lang geleden, in de tijd der feeën, waren er grote openingen in de aarde. Magische tunnels die de feeën gebruikten om veilig naar andere oorden te reizen. Maar op een dag kwamen er reuzen uit die tunnels geklommen. Zij hadden hun verre reuzenwereld verlaten en gebruikten de tunnels om in Groten vernieling te komen zaaien. Het waren onsterfelijke monsters van ongelooflijke proporties. Wanneer ze zich voortbewogen beefde de grond. Wanneer ze spraken donderde het. Wanneer ze voor de zon voorbij bewogen verduisterde de lucht. Zij die kropen werden met zijn honderden tegelijk verpletterd onder hun poten. Zij die vlogen werden uit de lucht geslagen. Ze waren sterk genoeg om takken en stenen te verplaatsen. Sommigen konden zelfs bomen doen vallen. Heel Groten moest wijken voor de tirannie van de reuzen.”
“Enkel de feeën durfden het tegen de reuzen op te nemen. Aberon, de feeënkoning van het licht, ging spreken met Bolderik, de zwervende koning der reuzen die ook mee naar Groten was getrokken. Aberon vroeg Bolderik om tezamen met de andere reuzen Groten te verlaten. Maar Bolderik weigerde, en hij antwoordde met woede en geweld. Aberon en Bolderik vochten tezamen op de toppen van de Berg. Bolderik vocht als een woest monster en bleek een geduchte tegenstander te zijn voor Aberon. Maar Aberon was een krachtige, nobele en adellijke krijger en uiteindelijk kon hij de reus toch verslaan. Bolderik gaf zich over en Aberon spaarde hem op voorwaarde dat hij de reuzen zou bevelen om Groten te verlaten. Maar de listige Bolderik misbruikte Aberons genade en met behulp van zijn magische krachten toverde hij zichzelf plots weg. Bolderik vluchtte naar een wereld waar Aberon hem niet kon volgen, en de reuzen bleven in Groten. Voortaan zou de sluwe Bolderik altijd de feeën van het licht weten te ontwijken. Hij kwam regelmatig nog terug naar Groten maar telkens verdween hij weer waardoor Aberon hem nooit kon vinden. Als Bolderik dan toch gevonden werd door de feeën van het licht, had hij ook nog de kracht om zich van gedaante te wisselen zodat hij zich als elke andere reus kon voor doen.”
“De vreselijke reuzen bleven op Groten en er zat niets anders op dan strijd. Voor een lange tijd vochten de feeën van het licht verder tegen de reuzen, maar meer reuzen bleven Groten binnenglippen en het werd stillaan onmogelijk om ze nog te verjagen. Zeker ook omdat de reuzen regelmatig geholpen werden door de feeën van de nacht. Zo deelden de duistere feeën magische krachten uit aan de reuzen, in de hoop dat ze de feeën van het licht zouden verslaan. En telkens wanneer de licht feeën de tunnels probeerden te dichten, maakten de zwarte feeën ze weer open. Op een dag spande Bolderik zelfs samen met Marragan, de koningin van de feeën van de nacht. De reuzen en de duistere feeën vielen toen tezamen het magische paleis van Aberon aan. Maar de feeën van het licht sloegen er in om het paleis te verdedigen. Bolderik en Marragan vluchtten weer en ze bleven geen bondgenoten.”
“Omdat de feeën van het licht de reuzen niet zomaar konden verjagen, had Aberon de hulp van stervelingen nodig. Aberon had al opgemerkt dat niet alleen reuzen langs de tunnels Groten binnenkwamen. Zo waren er ook schimvlinders, mythische witte nachtvlinders die tussen verschillende werelden migreerden. Maar bovenal waren er de muggen, vreemde insecten die de reuzen naar hier gevolgd hadden. Zij dronken van het bloed van de reuzen om te overleven, maar de reuzen sloegen hen dood waardoor ze een zielig bestaan leidden. Op bevel van Aberon deelden de feeën van het licht hun magie met deze muggen, en de muggen werden sterker en dorstiger. Ze vormden grote zwermen die de reuzen omsingelden en hun aders helemaal droog dronken. Zo werden de reuzen uiteindelijk uit Groten verdreven.”
[...]
“Vandaag zijn de reuzen dus verdwenen. Maar volgens sommige legenden zijn er nog enkele magische reuzen overgebleven. Dit zijn speciale reuzen die pacten hadden met de feeën, of extra hardnekkige reuzen die zelfs de muggen niet konden verslaan. Deze reuzen noemt men de Verstekelingen. Het zijn gevaarlijke schepsels die op de verkeerde wereld dwalen. Zo is er Niss, De Schreeuw Des Doods die ’s nachts de lucht zou teisteren in het verre Koude Woud. Of Heidas, Het Monster Van Onderen die volgens legenden zonder aanleiding plots uit de aarde zou opduiken en alles op zijn pad zou verslinden.”
“Gezellige verhaaltjes.” Mompelde Peter.
[...]
“Na het verjagen van de reuzen bleven de muggen achter in Groten. Maar omdat er nu geen reuzen meer op Groten waren, konden zij ook niet meer blijven. Muggen hadden namelijk het reuzenbloed nodig, niet om zich te voeden, maar om te bestaan. Zonder het bloed konden zij geen nageslacht meer krijgen. Dus als dank voor hun hulp bij het bestrijden van de reuzen maakte Aberon de muggen onsterfelijk. Zo konden zij voor altijd blijven bestaan aan de hand van feeënmagie. Feeën werden magische wezens, met magische eigenschappen. Nog tot het einde van de feeën zouden de muggen de feeën van het licht dienen als wachters en bewakers in de feeëntempels. Men zegt dat muggen soms nog steeds opduiken in oude ruïnes. Op plaatsen waar de magische feeënkrachten zijn blijven hangen, daar kunnen zij blijven bestaan.”
[...]
Een nieuw hoofdstukje geschreven met flink veel expositie. Legendes over feeën, reuzen en muggen! Weeral 5100+ woorden. Dit schrijfproject is goed op gang aan het geraken. Het is niet meer lang voor ik bij het inciting incident ben. :)








