Dat ik geen doordeweekse levenswandel heb gekozen, mag geen geheim zijn. Eind vorig jaar besloot ik een halfjaar in Gent te gaan wonen, om me beter te kunnen focussen op mijn studies. Een kleine misrekening later zat ik jankend op mijn bed in het Noorden van Gent, ver verwijderd van mijn vertrouwde omgeving, familie en vrienden. Natuurlijk was het niet allemaal tranen en verdriet. Zoals Nietzsche besef ik dat het leven suckt, maar dat we dat gewoon moeten aanvaarden in al zijn voor- en nadelen. Ik weet nog altijd niet of het een goede keuze was een mini-Erasmus naar de Arteveldestad op te zetten voor mezelf, maar het heeft me in elk geval flink uit mijn comfort zone gesleurd.
Intussen zijn we de tweede examenperiode gepasseerd, en heb ik wederom serieus wat potten gebroken. De studiepunten slinken, ik ben angstiger dan ooit voor elk examen en ik surf iedere avond al trillend naar de VDAB om te gaan kijken welke jobs er voor mij in het verschiet liggen zonder universitair diploma. Het niet willen opgeven zit in mij gebrandmerkt: ik ben nu al zo lang aan het studeren dat er geen weg meer terug is. Mezelf uitschrijven is gewoon geen optie meer.
Toch begon ik afgelopen weken meer en meer na te denken over alternatieven. Mij is het intussen duidelijk dat ik niet geschapen ben voor het klassieke bachelorparcours: 60 studiepunten inzetten, ze dubbel terugwinnen en een nieuw jaar starten om na drie jaar met glans af te studeren. Ik wil het anders gaan proberen, een manier die voor mij het beste werkt, in plaats van mezelf krom te werken naar het systeem. En dat wil eigenlijk zeggen: eindelijk kunnen gaan werken.
Ik wil een jaar van bescheidenheid, een jaar van vrijheid. Gaan werken in een winkel die ik fijn vind, samen een thuis creëren met mijn lief, etentjes organiseren voor mijn vrienden, genieten van de druk die van mijn schouders valt eens ik thuis kom. Niet meer in die constante spanning leven die ik nu ervaar op school. Ik weet natuurlijk dat een leven vol stress niet realistisch is, en voor iemand als ik (altijd haar handen vol met duizend-en-één projecten) haast een luchtspiegeling. Maar ergens is dat een troost: of ik nu mijn diploma haal op mijn 25ste of mijn 30ste, ik zal altijd iemand zijn met veel interesses, persoonlijkheid en pit.
Na dat sabbatjaar (of tijdens, who knows) neem ik één of twee vakken op. Ik denk dat dat een verademing zal zijn. In plaats van acht vakken krampachtig in één semester te proppen, kan ik dan mijn aandacht verdelen tussen dingen die mijn hoofd rustig(er) maken, werken en een beperkte dosis stress. Alles op mijn tempo, of dat nu nog één, twee of drie jaar mag duren.
Er moet dringend een knop omgedraaid worden in mijn hoofd, de knop die ervoor zorgt dat ik angstig in het rond kijk met de gedachten: “heeft iedereen dat door, dat ik straks 25 ben en nog steeds aanmodder?” Ik moet me dringend gaan focussen op andere zaken, want zeven jaar mezelf verplichten te studeren heeft ervoor gezorgd dat ik andere uitdagingen niet kon aangaan. Ik wil leren autorijden, niet elke cent meer moeten omdraaien op restaurant (TAPAS BESTELLEN! IK WIL EENS ONBENULLIGE DURE DINGEN KUNNEN BESTELLEN ZOALS SCHELLEKES HESP OP EEN HOUTEN SNIJPLANKSKE) en niet meer aan de kassa in de Lidl staan om daar nog mijn KBC-app te openen om geld over te schrijven wegens acute armoede. Ik wil meer kunnen tekenen, meer kunnen lezen, mezelf kunnen opwerken in een bedrijf, meer met Photoshop of Illustrator leren werken en ik wil kunnen sparen om een grote reis te kunnen maken naar The States, Thailand of Australië, voor mijn “echte” volwassen leven aanbreekt.
Want eerlijk? Ik heb nog niet genoeg kunnen genieten van mijn twintigerjaren, en we zijn (paniek!) al in de helft.
(PS: ik ervaar in mijn omgeving dat ik eerder een uitzondering ben. Ofwel bewandelt men het parcours probleemloos, ofwel met horten en stoten (met een extra jaartje) ofwel wordt er gestopt. IS ANYONE OUT THERE THAT SHARES MY PROBLEM? Pls contact me, we should organise meetings and talkgroups)