unyoun - klad
Raw Russian
2021

seen from Sweden
seen from China

seen from Australia
seen from Russia
seen from Latvia
seen from Australia
seen from United States
seen from United States
seen from Philippines

seen from United States
seen from United States
seen from South Korea

seen from Malaysia
seen from Chile
seen from China
seen from Germany
seen from China

seen from Australia
seen from United States
seen from Türkiye
unyoun - klad
Raw Russian
2021
Can't wait for the moment Karl goes touch vlads hair and instead of jumping away he allows it to happen
1/08/’20 - iets grimdark
De ware geschiedenis van de mensheid is al lang verloren, maar echo’s van een ver verleden blijven ons nog bij. Ooit ontsprong de mensheid uit het niets, midden in een eindeloze kosmos vol sterren. Ze groeiden en leerden samenleven in vrede en harmonie. Niemand weet nog hoe het was. Hoe groot hun steden waren. Hoe ver hun rijken uitstrekten door verscheidene melkwegstelsels. Hoe groots hun nalatenschap had kunnen zijn.
Maar de mensheid was te zwak. Toen de kosmos begon te veranderen en het einde van het universum naderde, weigerde de mens zich te verzetten. Een verschrikkelijke vijand kwam ons heelal binnen en verwoeste alles, maar de mensen vochten niet terug. Zij bleven schuilen in hun kunst, hun poëzie en hun verhalen. Hun waanillusies, hun hedonisme en al hun andere zwaktes. Zij dachten dat hun mooie leugens ook de Vijand zouden tegenhouden. Zij waren bang van waarheden. Bang van strijd en bloed en dus ten dode opgeschreven.
Toen het mensenras bijna weggevaagd was, toen de laatsten van ons zich verscholen in de banen van enkele dovende sterren - zich nog steeds vast klemmende aan hun oude gebrekkige geloven – , toen kwamen wij in opstand. Wij deden wat nodig was. Wij namen onze wapens op. Wij vochten tegen de ziekten van de mens. Wij doodden onze broeders, zusters, ouders en kinderen. Wij bliezen de paleizen op, sloegen de parlementen plat en bouwden onze eigen troon. Wij brandden de bibliotheken af, bliezen de scholen op, demonteerden de telescopen. Het was een storm van vuur en bloed, maar uit de assen rees het machtigste rijk dat de mensheid ooit gekend had.
Onder de eeuwige wijsheid en ijzeren vuist van de Keizerin van het Laatste Rijk, marcheerden we in zwarte uniformen, bouwden we muren en oorlogstuigen, gingen we de strijd aan met de verschrikkingen. De Vijand leerde de monsterlijke kant van de mensheid kennen. De Vijand leerde dat ook wij nachtmerries konden zijn.
...
In de verre, verre toekomst is het universum niets meer dan een grote donkere put, gevuld met kleinere nog donkerdere putten. De verduisterde hemel is bezaaid met zwarte gaten. Er zijn geen sterren meer, geen warmte meer, geen licht. De ruimte is als een paradoxale nachtmerrie; zowel eindeloos als claustrofobisch. De ruimte is dan ook niet meer zo leeg. In het einde der tijden is de ruimte gevuld met monsters. Want de duisternis is waar de Vijand dwaalt en broedt. Geen mens kan de ruimte doorkruizen zonder verslonden te worden.
In heel de kosmos is er maar één plek waar de mens kan blijven voortbestaan. Een schemerend lichtpuntje midden in een eindeloze zee van duisternis: Despèra, een wereld van mist. Geen planeet of maan, maar een oud complex van nevelen en gewichtloze continenten. Astronomisch klein, maar in werkelijkheid groter dan de grootste planeten. Despèra is het laatste hoekje van het universum. De rand, de afgrond, waaraan de mensheid nog bengelt. Hier heerst het Laatste Rijk. Hier hoedt de Keizerin over het stervende mensenras en hier vechten haar troepen tegen de Vijand.
Want de Vijand tracht immer om Despèra te vernietigen. Gelokt door het bloed en verse vlees van de laatste mensen, verlaten ze hun eindeloze duistere velden en sluipen ze de nevels binnen. Daar vormen ze dan grote zwermen. Stormen van monsters die zich op onschuldige volkeren storten, die prille nederzettingen ontwortelen of grootse steden vernietigen.
Maar vrees niet, mens, ziel van het Laatste Rijk; De Keizerin stuurt haar schepen naar de rand van de gekende wereld, waar zij tot ver in de duisternis zullen zeilen. En daar zal het bloed vloeien. Daar zal de Vijand het vuur van onze wapens voelen branden. Daar zal de Keizerin de Vijand terugbetalen in vernietiging en furie! Glorie aan het Laatste Rijk!
The world you live in. Credit: KLad
Torres Del Paine National Park [OC] [1080x1080] Check this blog!
Over alles dat mooi en lelijk is.
Ga naar een museum van moderne kunst. Kijk eens naar al de brol die daar wordt ten toon gesteld. Iemand vindt dat mooi.
Ga het straat op en kijk naar de besmeerde asfalt, de met kauwgom beplakte stenen, de stanken die in de wijken hangen, de nieuwe blokvormige betonnen appartementsgebouwen. Iemand vindt dat mooi.
Ga eens een kledingwinkel binnen. Een kledingwinkel waar alles te duur is, maar waarvan je zelf ook niets zou kopen als je het geld had. Kledingstijlen die je niet kunt begrijpen. Iemand koopt het echter, want iemand vindt het mooi.
Ga de boekenwinkel in. Kijk eens naar de meest literaire bestsellers. Koop er ééntje. Lees er ééntje. Vind je het mooi? Iemand vindt het zeker mooi.
Ga naar huis en zet de radio eens aan. Luister naar de muziek van vandaag. Betekenisloze teksten, marionet-artiesten en slechte deuntjes die zo lang herhaald worden tot ze vast zitten in je hoofd. Iemand vindt het mooi.
Ga surfen op het internet. Kijk naar het verontrustende aantal semi-erotische tekeningen van Sonic The Hedgehog. Iemand vindt dat mooi.
Ga eens kijken naar de sociale media. Let eens op wat die sociale mensen allemaal doen. Een kerel doet alsof hij verliefd is op een meisje, gebruikt haar en is er dan vandoor. Naar het volgende meisje, en er staat altijd een volgend meisje klaar voor hem want mensen vinden zelfs hem mooi.
Kijk naar de griezelige foto’s van je oude vriendin. Hoe ze vreselijk ziek is geworden. Hoe ze in al die tijd uit opzet vermagerd is, tot een skelet. Hoe ze zichzelf verminkt heeft in een poging om mooier te zijn. En je kan er van walgen, maar iemand vindt haar nu mooier. Al breekt het je hart, ergens wenst iemand dat alle meisjes er zo uitzagen als je zieke vriendin. En ergens kijkt er een onzeker meisje naar die foto’s, en begint ze te overwegen om die dag ook wat minder te eten.
O wat zit de wereld toch vol met lelijke dingen. Lelijke dingen die men onverklaarbaar mooi vindt.
Kijk nu eens in de spiegel. Je kan jezelf zo lelijk vinden als je maar wilt. Maar toch zal iemand je mooi vinden. Iemand zal je mooi vinden zoals je nu bent. Je hoeft er niet voor te veranderen, want mensen kunnen alles mooi vinden. Dat is gewoon hoe de wereld werkt. Je bent beeldschoon, al zie je het zelf niet of begrijp je niet waarom. Je moet gewoon even wachten tot je de juiste persoon ontmoet. Die ene rare persoon die, zonder dat iemand het begrijpt, hopeloos verliefd op je wordt.
Kijk toch eens om je heen. Je kan denken dat je niet mooi genoeg bent. Je kan denken dat je niet slim genoeg bent. Maar kijk om je heen en je zal merken dat het op deze wereld meer dan genoeg is om lelijk en dom te zijn. In deze wereld was jij al lang goed genoeg, dus met welke fantasie probeer je je nog te vergelijken? Wat heb jij nog nodig om van jezelf te houden?
Klad #2 - Tranen van liefde
Een schrijfsel in klad, over hoe liefde een jongen kan wegblazen en over een mogelijke eindbestemming van de Zielsvlucht.
Ze duwde me speels in het bed. Ik was bang, maar ik wist dat ze geen kwade bedoelingen had dus ik liet haar doen. Ze kroop naast me en lachte naar me met haar schitterende bruine ogen. Ik staarde terug en zo verloor ik mijn verstand. Overweldigd met ontzag liet ik haar me op de wang kussen. Ik keek even naar haar haren, hoe ze over haar schouder stroomden. Plots voelde het allemaal heel echt. Ik verloor mijn greep op mijn gevoelens. Al die tijd had ik mijn emoties vast gehouden in een bel, diep in mijn hart. Nu barstte die bel plots open. Ik werd zo ontzettend bang. Ze klemde zachtjes haar armen om me heen maar ik wou mezelf van haar bevrijden.
"Je bent zo mooi.” Stotterde ik vol angst.
Ze kermde blij als antwoord. Ze begon iets te in mijn oor te fluisteren maar dan merkte ze dat ik van haar aan het weg schuiven was. Ze liet me los en nam mijn schouders vast.
"Gaat het?" vroeg ze bezorgd.
"Je bent te ..." probeerde ik, maar ik kon mezelf niet tegenhouden en mijn woorden werden onderbroken door een plots gesnik en een traan die van mijn wang liep.
"Wat is er?" vroeg ze.
"Niets." zei ik zacht.
"O Zelf toch!" zei ze bezorgd, en ze maakte aanstalten om me weer te omhelzen.
Ik duwde haar armen weg.
"Nee!" stotterde ik.
"Zelf, wat is er?" vroeg ze nu heel bezorgd.
"Ik..." probeerde ik. Mijn gevoelens zogen mijn verstand weg.
"Ik kan dit niet." zei ik.
"Hoezo?" vroeg ze.
"Ik kan je dit niet aandoen." zei ik.
"Wat aandoen?" vroeg ze verward.
"Dit." zei ik. "Ik kan dit niet."
"Wat niet?" vroeg ze. "Kussen?"
Ik schudde mijn hoofd en probeerde tegen mijn bewolkte geest in mijn gevoelens te verwoorden.
“Ik kan je dit niet met mij laten doen.” Zei ik “Ik ben je niet waard. Ik verdien je niet.”
Ze keek me verbaasd aan.
“Jij verdient mij niet. Jij verdient beter.” huilde ik.
“Zelf.” Zei ze heel serieus. “Dat is niet waar. Je bent fantastisch.”
“Jij bent perfect,” snikte ik. “je verdient zo veel meer.”
“Zelf!” zei ze. “Ik hou van je!”
“Ik hou ook van jou.” Zei ik met enige moeite.
Ze glimlachte lief en bracht haar hand naar mijn hoofd. Mijn hoofd ontweek het. Ze begreep het niet.
“Sorry.” Zei ik angstig.
“Zelf, het is oké.” Zei ze.
Ik schudde mijn hoofd en strompelde het bed uit.
“Sorry.” Zei ik opnieuw. De tranen bleven lopen.
“Zelf?” vroeg ze vanop de bedrand. “Stop met sorry zeggen. Je had me beloofd geen sorry meer te zeggen.”
“Het spijt me!” zei ik terwijl ik begon te huilen als een kleuter.
“Zelf er is niets mis met je! We kunnen knuffelen. We kunnen kussen. We kunnen alles doen.” zei ze terwijl ze rechtstond en op me af stapte.
“We kunnen samen zijn!” zei ze.
Ik stond daar te beven terwijl ze weer dichter bij mij kwam en mijn handen vast pakte. Ze keek me aan maar ik probeerde van haar weg te kijken. Ze was te lief. Ze was te mooi. Ze was te veel. Ze overlaadde mijn zintuigen. Zachtjes zei ze mijn naam terwijl haar gezicht weer dichter bij dat van mij kwam. Ik voelde hoe haar lippen dichter bij de mijne kwamen. Ik panikeerde. Eerst stapte ik van haar weg, dan rende ik ervandoor. Ze bleef verward en bezorgd achter. Ik rende de kamer uit, en holde huilend van de trap. Op de derde laatste trede gleed ik uit en ik viel de grond op.
“Zelf!” klonk er nog vanuit de kamer.
Ik krabbelde weer overeind en liep verder. Ik gooide de achterdeur open en rende de koude nacht in. Het bos in waar de bomen me omsingelden. Ik dwaalde tussen de stammen door. Huilend. Hijgend. Schreeuwend. Ik haatte mezelf. Ik voelde me zo kapot. Zo defect. Compleet gestoord. In mijn hoofd zag ik beelden van andere vreemde planeten, hemelse engelen en helse duivels, kwade dansende machines, de veldslagen van insecten, ruimteschepen die opstegen, vlogen en landden, brekende splijtkoppen en brokken metaal die door mijn dromen vlogen. Ik zag mijn duizenden spiegelbeelden. Ik zag mezelf in vier delen. Ik zag mezelf alleen in mijn schedel zitten. Het was al dat ik kende. Het was al dat ik was. Mijn hele bestaan, kolkte aan hoge snelheid om me heen. Het danste om mijn ziel heen. Het was mooier dan ik ooit zou kunnen schrijven. Ik duizelde en liet me tegen een dikke boom vallen. Daar zat ik dan ineengedoken te huilen. Mijn handen klauwden aan mijn gezicht uit frustratie.
Toen mijn gehuil gesnik werd, hoorde ik twijgjes knakken in de buurt. Ze stapte zachtjes naar me toe. Ze legde een hand op mijn schouder en ging naast me zitten. Ik keek op. Ik was zo in de war.
“Je bent me achterna gerend?” vroeg ik door mijn tranen door.
“Natuurlijk.” Zei ze. “Jij idioot.”
Ze klonk niet kwaad. Ze streelde over mijn rug en liet me ontladen.
“Je houdt echt van me?” vroeg ik beduusd.
“Ja,” zei ze geduldig. “ik heb het alleen nog maar duizend keer gezegd.”
Ik begon weer harder te huilen. Ik voelde me zo zwak, te zwak om zo tegen de boomstam te blijven liggen. En dus liet ik me in haar armen vallen. Haar lichaam voelde warm en troostend aan. Ik was te ver weg om nog bang te zijn. Ze streelde me door mijn haar.
“Niemand zal toch ooit weten wat er zich allemaal afspeelt in dat mooie hoofd van jou.” Zei ze zachtjes.
“Sorry.” Zei ik.
“Stop daar mee.” Zei ze. “Ik hou van je.”
“Ik hou ook van jou.” Snikte ik terwijl ik mijn natte gezicht tegen haar aandrukte.
Het duurde even voor ik stopte met huilen maar uiteindelijk kwam mijn hoofd tot rust. We bleven daar liggen, liefdevol in elkaar verstrengeld. Ze fluisterde de liefste dingen in mijn oor. Ik fluisterde terug. Ik kuste haar zelfs. Af en toe lachten we. Pas toen het zonlicht weer door de takken boven ons scheen, stonden we op. Hand in hand liepen we terug naar het huis.
Op weg terug keek ik heel even weer om. Naar een mooi spinnenweb dat daar tussen de takken hing. Het was prachtig.
(klad) beating each other up
It's basically a pastime for them, from when they hated each other and even now that they're dating
When they hated each other; it was basically just *says something* *says something back* "I hate you!" "Fight me!" And then they'd fight
But now that they're dating; it's a stress reliever, mainly for Keen, and they both can take a hit or two. Sometimes they play-fight, and laugh the whole time while pretending to hate each other again