Na jaren leven op het ritme van snelheid en prestatie, botste ik afgelopen maanden op mijn eigen grens. Dat was niet de eerste keer, maar deze keer was het anders. Gevaarlijk anders.
Misschien klinkt het als een klassiek verhaal, een burn-out in wording,maar wat eronder ligt voelt complexer, dieper, moeilijker te benoemen.
Ik heb alles wat op papier klopt.
Een mooie functie, verantwoordelijkheid, groeikansen. Ik draag bij aan iets groters, iets betekenisvol. Grote budgetten, wijdse projecten. Impact. En toch maakt het me niet gelukkig. Het geeft voldoening, ja. Maar het kost me meer dan het mij ooit zou kunnen teruggeven.
Ook op vlak van sport, waar mijn lichaam met vele blessures grenzen aftastte en verlegde, volgde ik hetzelfde patroon. Van sprint naar kwart, van kwart naar half. Van sporten voor het plezier tot sporten om mijn mentale gezondheid op peil te houden, tot sporten alsof ik ooit nog naar een WK zou gaan. Altijd verder. Altijd meer. Maar elke finishlijn vervaagt zodra ik ze bereik. Elke overwinning wordt meteen herleid tot “de norm”. De lat verschuift, onzichtbaar maar meedogenloos. Nooit hoog genoeg. Nooit stil genoeg om te voelen: dit is genoeg. Ik ben genoeg.
Ik functioneer. Ik presteer. Ik voldoe aan verwachtingen, van anderen, maar vooral van mezelf.
En toch blijft het stil vanbinnen.
Met bijna dertig in zicht, een lichaam dat schreeuwt dat het anders moet, en met de echo van gebeurtenissen die iets in mij hebben verschoven, weet ik: zo kan het niet verder. Als ik terugkijk op de afgelopen 10jaar, dan baart het me zorgen hoe hard en hoeveel ik gestruggled heb. De positieve noot hierbij is wel dat ik mezelf ondertussen wel zeer goed ken. Sterkten, zwakten, werkpunten. Mijn huisarts zei laatst dat ik heel veel zelfinzicht heb en intelligent ben. Dat ik heel goed weet wat ik wil en kan benoemen wat ik nodig heb. Ik wuifde het compliment maar vriendelijk weg, maar de peoplepleaser binnenin mij maakte een vreugdesprongetje. "IK ben een voorbeeldpatient, IK ben de ideale patient". Maar dat zijn misschien nog de moeilijkste..
Ik zoek mijn plaats. In de wereld. In de maatschappij. In mezelf.
Ik bots op onzekerheid, op angst,op een verlangen naar iets wat moeilijk te vatten is: liefde. Niet een beetje. Maar veel. Oneindig. Onvoorwaardelijk, ruw en puur. Liefde in al zijn vormen. Relationeel. Maar ook steun, en support op een dieper level. En ik vraag me af: hoe doen anderen dat?
Hoe slagen zij erin te leven zonder constant te moeten bewijzen?
Om gelukkig te zijn zonder grootse doelen, zonder uitputting?
Hoe vinden zij rust zonder zich verloren te voelen in stilte?
Hoe bouwen zij verbindingen die diep gaan, zonder zichzelf te verliezen?
Hoe weet je wat je voelt, als je gevoel geen woorden heeft?
Hoe hou je je hart open zonder dat anderen blijven nemen?
Waar ligt de grens tussen geven en verdwijnen, tussen liefde en verlies van jezelf?
Wat is gezond, en wanneer wordt iets stilaan giftig?
En hoe trek je ze zonder schuld, zonder angst voor dat lege gat binnenin?
Misschien is dat waar ik nu sta. Niet aan de start van een nieuwe race, maar aan de rand van een ander soort zoektocht. Eentje zonder tijdsregistratie. Zonder podium. Zonder applaus.
Maar hopelijk met de kans om eindelijk thuis te komen.