Moeders druk op zoek naar de hipste verkleedkledij voor het carnavalsfeest op school. Aan de schoolpoort geven ze elkaar tips over waar ze wat kunnen vinden. De prijs doet er helemaal niet toe. Dat hun kleine schat er het volgende jaar zal uitgegroeid zijn, maakt hen helemaal niets uit. Kindlief verwacht toch ieder jaar op zijn wensen bediend te worden en zijn goesting te krijgen. Dat de afvalberg steeds groter word en dat al dat afval de gezonde toekomst van onze kinderen hypothekeert, lijkt hen allerminst te deren.
Maar wat is er mis met rommelen in de oude kledij van moeder of vader? Wat is er mis met duurzaam omspringen met onze materialen? Wat is er mis met de fantasie van de kinderen stimuleren?
Vroeger maakten we op school ieder jaar een nieuw masker, ieder jaar in een ander thema. Juffen probeerden steeds opnieuw origineel uit de hoek te komen en de afvalberg te verminderen door herbruikbare materialen te gebruiken om creatief aan de slag te gaan voor carnaval. Niet dat ik dat zelf zo leuk vond. Ik heb van nature een hekel aan uniformiteit. Ik ben ik en er is maar één ik. Maar in de kleuterklas heb ik daar weinig rond geprotesteerd. Iedereen volgde de juf en het was geen gewoonte om anders verkleed naar school te komen om carnaval te vieren.
In de lagere klassen kwam daar verandering in. Toen werd er in de knutselles ook nog aandacht besteed aan een zelfgemaakte carnavalsoutfit, voor het geval je als kind niets had om je te verkleden thuis. De juf raadde ons aan om even door de spullen van mama of papa, oma of opa te rommelen om onszelf een leuke outfit aan te meten. En iedereen slaagde er keer op keer in om origineel verkleed naar school te komen.
Ik herinner me carnaval in het tweede leerjaar bij juf Mia. Koppig als ik kon zijn had ik geen zin om erbij te lopen zoals ieder ander van de klas. Een masker maken naar haar voorbeeld, daar had ik geen zin in, bij deze sorry juf Mia. Ik had iets veel leuker in gedachten.
Voor het carnavalsfeest op school rommelde ik in moeders oude kleren en vond er een serieus oversized kleed, deed twee verschillende kniekousen aan en mijn bottines. Creatief als mijn moeder was, deed ze een koperdraad in mijn koperkleurige lokken die voor de gelegenheid werden samengehouden in twee vlechtjes. Met een beetje fantasie, en die had ik genoeg, voelde ik mij zo stoer en sterk als Pipi Langkous. Met mijn vlechtjes stijf horizontaal en mijn broers knuffelaap op mijn schouder trok ik lachend naar school. Klasgenootjes keken verwonderd naar mijn vlechtjes die zo keurig in de houding bleven. Tja, koperdraad in koperkleurige lokken valt niet op hé. Nog nooit was mij verkleden zo leuk geweest. Het is ook de enige verkleedpartij die mij is bijgebleven.
Waarom sporen juffen tegenwoordig de kinderen niet meer aan om in de oude spullen van opa of oma, mama of papa te rommelen? Waarom moeten kinderen allemaal Mega-mindy of Mega-toby zijn? Wat is er mis met de fantasierijke ideeën van de kinderen zelf?
De leukste herinneringen zijn diegene waarin we als kind onze fantasie ten volle mochten benutten. En die ervaring willen we onze kinderen toch niet ontnemen. Toch?
Die verdomde consumptiemaatschappij Moeders druk op zoek naar de hipste verkleedkledij voor het carnavalsfeest op school. Aan de schoolpoort geven ze elkaar tips over waar ze wat kunnen vinden.











