Not today Justin

PR's Tumblrdome
I'd rather be in outer space 🛸

bliss lane
NASA
𓃗
Sade Olutola
Monterey Bay Aquarium
sheepfilms
macklin celebrini has autism
noise dept.
tumblr dot com

blake kathryn
will byers stan first human second

gracie abrams
Lint Roller? I Barely Know Her

roma★
🪼

JVL

ellievsbear

seen from Türkiye

seen from Netherlands
seen from United States

seen from United States
seen from Germany

seen from Italy
seen from United States

seen from Malaysia

seen from South Korea
seen from Malaysia

seen from Vietnam
seen from Malaysia

seen from India

seen from Switzerland

seen from United States

seen from Italy
seen from Mexico

seen from United States
seen from Germany
seen from United States
@vlaamsekraai
The Reinvention of Tom Waits (1983-...)
Red Bull makes you fly... straight to heaven. 6 deaths examined...
Met energiedrankjes Red Bull heeft een miljard dollar imperium. Een van de redenen voor het succes: een tot nu toe unieke marketing machine. Red Bull heeft de Formule 1 veranderd, sponsorde een sprong van de stratosfeer, gedreven extreme sporten tot het uiterste. Maar de PR-hype van Red Bull is controversieel.
In sommige event verloren stuntmensen het leven. Gaat Red Bull te ver?
Het verhaal onthult de achtergronden van een aantal sterfgevallen die worden geassocieerd met Red Bull reclame. Op deze manier sterft in 2009 een Zwitserse basejumper springen van een wolkenkrabber Zürich. Enkele weken eerder, een Amerikaanse stuntman springt met een wingsuit, een wingsuit, uit een helikopter en crasht tegen een rotswand. Deze sprong is zelfs een deel van een geplande speelfilm.
Ook voor een film, een Canadese extreme skiër springt van een klif 300 meter hoog in de Dolomieten. Hij wil pronken voor camera's een dubbele achterwaartse salto, daarna in vallen gooit zijn ski's, glijden in wingsuit beneden, trek zijn parachute. Zelfs met haar optreden blijkbaar doelgroep "geeft Red Bull vleugels" om de slogan denkt Maar de prestatie mislukt, de extreme sporter stelt voor de ogen van de bemanning op de grond, is de film over hem nog niet afgerond - ... The show must go op.
The Power Of Art - Picasso
Art documentaries will keep you sane.
'Het verraad door de generatie 68' Gerrit Komrij
Christopher Hitchens presents a very informative documentary on mother Theresa, a modern saint who was far from the love and light.
Ik ben in de eerste plaats mijn eigen irritante klootzakkerige zelf, nog voor ik 'Belgisch staatsburger' ben, want ook dat is maar relatief en kan misschien ooit ook nog eens veranderen. De theoretische kwesties beslechten, dat is een koud kunstje, maar dit debat aansnijden zonde ook maar illustratie te durven geven van je mening, praktisch toegepast op de maatschappelijk, concrete problemen (zoals in scholen) die zich echt wel stellen, getuigt ook niet echt van burgerbesef, volgens mij.
...de neutraliteit van de overheid is niet noodzakelijk een atheïstisch project. Wie dat denkt toont precies de onmogelijkheid om buiten de religie te treden: neutraliteit wordt dan niet-godsdienst, alsof neutraliteit meteen impliceert dat elke burger atheïst moet worden.
http://tinnekebeeckman.com/2013/05/29/neutraliteit-is-geen-atheistisch-project/
Wat Beeckman hier eigenlijk bedoelt is: het is niet omdat we neutraliteit van bestuur willen dat we tegen religie zijn. Of nog: we willen religieuze praktijken bannen uit openbare functies, maar niet uit de maatschappij.
Was dat eigenlijk ooit de vraag?
Het lijkt alsof deze doctor in de Moraalwetenschappen er niet in slaagt een onderscheid te maken tussen de publieke (seculiere vs godsdienststaat) en de private sfeer (theïsme/atheïsme)
"Dat is volgens mij niet de betekenis van een seculiere staat. Seculier wil zeggen dat je je als burger niet in eerste instantie vanuit een geloof bepaalt. Eerst ben je lid van een gemeenschap, dan pas gelovige, van welk (niet-)geloof ook."
Het begrip 'seculiere staat' wordt hier uitgelegd met "dat je je als burger niet op de eerste plaats vanuit geloof bepaalt." België is een seculiere staat, maar er zijn zeker burgers die de nationaliteit hebben en toch hun eigen identiteit vanuit het geloof bepalen.
"Aanvaarden alle inwoners van dit land de grondwet, of de democratisch gestemde wet, als grond van het recht, of willen ze in eerste instantie de woorden van een profeet als basis van de wet aanvaarden? Dat is de kernvraag van een seculiere staat."
Wat maakt het eigenlijk uit. Met een Belgisch paspoort zul je voor je misdaden tegen de wetten in België vervolgd worden. Of je ze nu 'aanvaardt' of niet.
De kernvraag die zij hier niet formuleert is: als we met een seculier, democratisch model beslissen om over te gaan op theocratisch model, is dat dan een geldige keuze. Het is vergelijkbaar met de vraag waar ik als jongeling mee vocht: als je op democratische wijze de democratie afschaft, geldt dat dan? Het antwoord is natuurlijk: als je zoveel democratische macht hebt dat je de democratie kunt afschaffen, waarom zou je dan nog meer macht willen?
"niet God, maar alleen de mens creëert de geldende wet in de samenleving. En in die samenleving, aldus Verlichtingsdenkers, ben je in eerste instantie – jawel – burger, niet atheïst, katholiek, moslim of boeddhist. Los van hoofddoeken aan loketten en aanverwante thema’s, is dit de fundamentele vraag."
Ik ben in de eerste plaats mijn eigen irritante klootzakkerige zelf, nog voor ik 'Belgisch staatsburger' ben, want ook dat is maar relatief en kan misschien ooit ook nog eens veranderen. De theoretische kwesties beslechten, dat is een koud kunstje, maar dit debat aansnijden zonde ook maar illustratie te durven geven van je mening, praktisch toegepast op de maatschappelijk, concrete problemen (zoals in scholen) die zich echt wel stellen, getuigt ook niet echt van burgerbesef, volgens mij.
http://en.wikipedia.org/wiki/The_Sorrow_and_the_Pity
Van Steiner tot Freinet: over de speerpuntrol van steineronderwijs voor het alternatieve veld
Er wordt de laatste jaren zoveel geschreven over de stijgende populariteit van het methode-onderwijs (steiner, freinet, montessori, jenaplan, daltonplan, leefscholen, ervaringsgerichte scholen), dat het blijkbaar not done is om de vraag te stellen hoe deze plotse populariteit te verklaren is. Waar komen ze vandaan? En hoe komt het dat het hele onderwijs nu ineens de neuzen in de methoderichting heeft?
Vooreerst wil ik stilstaan bij een bekend en wat clichématige opmerking die men veel hoort: “Steiner- en freinetscholen, het is allemaal een pot nat!” De goed geïnformeerde ouder zal dan uitleggen dat Freinet een Fransman was, zelfs een marxist was en Steiner een katholiek Oostenrijkse denker met speciale theorietjes over een heleboel onderwerpen. De twee kunnen politiek niet verder van elkaar staan, zou men denken – en men denkt correct. Ik wil mij in dit artikel op geen enkel moment bezighouden met wat Célestin Freinet (190-1965) of Rudolf Steiner wel of niet over onderwijs of andere onderwerpen te zeggen hadden. In de plaats daarvan kijken we hoe scholen die deze namen dragen, zich positioneren in het onderwijsveld en welke waarden ze voorstaan. We zullen op die manier nagaan of het op een hoopje gooien van alle methodeonderwijs, zoals dat in de volksmond wel eens gebeurt, gerechtvaardigd is.
1. POLITIEK
We leven in een representatieve democratie, wat zoveel wil zeggen als: we kiezen mensen die voor ons op de verschillende vlakken beslissingen nemen. Als er belangrijke beslissingen aankomen op het vlak van onderwijs, dan gebeurt die echt nooit zonder dat het 'veld' gehoord wordt. Dit veld zijn de verschillende onderwijskoepels en andere betrokken instanties: het vrij katholiek onderwijs zowel als het gemeenschapsonderwijs worden daar gehoord over hun standpunten. Naast die twee is er ook OKO, en zij verzamelen alle vrije scholen die niet bij het katholieke net horen: steiner-, freinet-, dalton- en leefscholen. Al deze scholen wordt politiek stem gegeven door één vertegenwoordiger in de Vlaamse onderwijsraad en dat is vrijwel altijd een vertegenwoordiger van de steinerbeweging. De methodescholen (freinet of andere) die onder het gemeenschapsonderwijs ressorteren hebben deze 'directe' politieke spreekbuis niet, maar vormen een stem samen met een overgrote meerderheid aan 'gewone' gemeenschapsscholen.
2. FINANCIEEL
Het grootste obstakel voor het oprichten van een onafhankelijke school is altijd de infrastructuur. Hoewel een startende school (indien conform de vereisten) gesubsidieerd zal worden volgens het aantal leerlingen, is dat niet het geval voor de gebouwen gedurende de eerste 3 jaar. Daarna kan subsidiëring voor infrastructuur. En alhoewel het gemeenschapsonderwijs elke initiatief tot het oprichten van een school meer dan ooit heeft aangemoedigd in de afgelopen jaren, zijn er nog steeds scholen die expliciet voor het autonome statuut kiezen. Dit heeft als voordeel dat de ouders als vereniging effectief het bestuur van de school uitmaken als inrichtende macht, maar het nadeel dat er serieuze fondsen moeten worden gevonden voor de infrastructuurkosten. Die worden dan gedragen door de inrichtende macht, de ouders als vereniging en dit wordt nog altijd gedaan via het 'vragen' van een vrijwillige ouderbijdrage aan de leden van de oudervereniging. Dat deze gewoonte blijkbaar gewoon wordt toegepast door scholen van het gemeenschapsonderwijs (door de inspectie nog in 2010 vastgesteld in de Appeltuin) die wel volledig gesubsidieerd worden op het vlak van infrastructuur is een eerste belangrijke vaststelling.
Dit heeft het belangrijke, concrete gevolg dat de inrichtende macht volledig vrij de locatie en het gebouw kan kiezen. Een initiatief vanuit het gemeenschaps- of stedelijke onderwijs, zal logischerwijs altijd proberen inspelen in op de vraag van de markt en een school willen inplanten daar waar er publiek voor is. De autonome freinetscholen daarentegen, lijken deze roep van de markt links te willen laten liggen en te opteren voor een niet-stedelijke, landelijke locatie in het groen. Deze wordt vaak verdedigd vanuit een 'groen' gedachtegoed dat lovenswaardig is, maar de gevolgen voor de toegankelijkheid van zulke scholen zijn concreet en overduidelijk. Weinig van de vrije freinetscholen lijken ertoe te komen om hun infrastructuur gesubsidieerd te krijgen en werken verder met de bijdragen van de ouders om de kosten van infrastructuur te dekken.
Daarnaast blijkt nu recent dat een aantal opstartende nieuwe freinetscholen een rentevrije lening afsloten met rentevrij.be, een website die zichzelf voorstelt als een adviesorgaan in 'ethisch bankieren,' maar bij nader zonder de minste scrupules de TRIODOS bank als beste partner op alle vlakken naar voren schuift. Deze bank maakt er zelf geen geheim van deel uit te maken van de antroposofische vereniging en in die zin werd ook door de vertegenwoordigers van de vereniging getuigd in de sektecommissie in 1997. De antroposofische vereniging bestaat uit vier pijlers: a) pedagogische: steinerscholen; b) financieel: TRIODOS bank; c) biodynamische landbouw en d) farmaceutisch productie: o.a. WELEDA. In de sektencommissie wordt dan terecht ook de vraag gesteld naar “vermenging van levensbeschouwelijke, pedagogische, medische en commerciële doelstellingen.”1 Op deze manier wordt de school een marktplaats en de leerlingen getraind tot 'segmentconsumenten'. Deze ontwikkeling, waarvan we natuurlijk niet weten hoe verspreid ze is, noopt zeker tot nadenken als we beseffen dat hier ook een ideologische component bijhoort en dat de rentevrije lening niet zo rentevrij is.
3. IDEOLOGISCH
In het rapport van de sektencommissie is de conclusie dat de antroposofische vereniging een sekte is duidelijk, enkel het “gevaar” kan niet worden aangetoond en lijkt het verder onder de mat te worden geschoven met het argument van politiek pluralisme.2 Pluralisme is niet toevallig ook het sleutelwoord in het nu op til staande hervormingenvoorstellen van het godsdienstonderwijs en zedenleer. De steinerscholen doen niet aan formeel godsdienstonderwijs, noch aan zedenleer en de vereniging heeft zich met alle wettelijke middelen verzet tegen een nieuwe opdeling van scholen ofwel als confessioneel of niet-confessioneel zag: ze willen expliciet pluralistisch zijn. Hoe is het mogelijk dat een school die beweert een bepaalde vaste 'methode' of pedagogie te hanteren, kan pleiten voor intern pluralisme? Verder onderzoek is hier nodig, zeker met betrekking tot het standpunt van de steinerbeweging en hun gebruik van de concepten 'vrijheid van onderwijs' en 'mensenrechten'. Eigenlijk is de confrontatie tussen de steinerscholen en het programma zedenleer nooit gebeurt en dat is normaal: ze behoren tot het vrij onderwijs. Inzoverre ze gesubsidieerd worden door de staat hebben ze voor hun praktijk wel verantwoording af te leggen. De discussie die gevoerd dient te worden is tussen de steinerscholen en het programma zedenleer. Indien ze niet-confessioneel zijn (erkende godsdienst) en niet de basiswaarden van het programma zedenleer onderschrijven, is het aan hen om hun waarden in kaart te brengen. Men zou kunnen uitgaan van het curriculum niet-confessionele zedenleer en met de steinervereniging de discussie aangaan met welke aspecten zij problemen hebben. Op basis van de leerplannen van de steinerscholen kan ook een vergelijking gemaakt worden door te kijken welke waarden uit zedenleer daarin terugkomen (maatschappijleer, seksuele opvoeding, mensenrechten, kinderrechten, verzorgingsstaat, ...). Sommige delen van het programma zedenleer is jongeren hun rechten leren kennen, iets wat op dezelfde schroomloze manier natuurlijk ook in de leerplannen van het katholiek onderwijs voorkomt. Het is dan ook opvallend dat ook vrije freinetscholen (onder FOPEM) hetzelfde argument hanteren om onder het mom van 'cultuurbeschouwing' of 'levensbeschouwing', wat uiteindelijk geen apart vak blijkt te zijn maar een geheel van waarden dat deel vormt van het pedagogisch, dit basisprogramma af te schaffen. Het eens te meer opvallend dat zelf freinetscholen van het gemeenschapsonderwijs, de ouders stimuleren om de vrijstelling op zedenleer aan te vragen, om zo tot een identieke situatie te komen als in vrije freinet- en steinerscholen: een zogenaamde 'waardenvrije' of 'pluralistische' school waardoor door de afwezigheid van van boven aangestuurde waarden, het veld openligt voor individuen met andere bedoelingen dan louter pedagogische. In wordt nog verder in de hand verwerkt door sociale structuur die, vreemd genoeg zowel in steiner- als freinetscholen de scheiding tussen school en thuis met een korreltje zout neemt.
4. SOCIAAL
Een bijzonder onderscheid tussen veel vormen van methode-onderwijs en wat doorgaans 'traditioneel' onderwijs wordt genoemd, is de rol van de ouders. Ouders, in deze scholen, spelen een actieve rol in het schoolleven en het draaiende houden van de praktische kant. Voor vrije scholen is dat enigszins begrijpelijk, omdat de ouders, als inrichtende macht reële bestuursmacht hebben en zo hun schoolcultuur dan ook zelf aansturen. Het is opvallend hoe zowel in steiner- als freinetscholen (vrij én GO!), de 'ouderparticipatie' een centrale rol speelt en de ouders in die zin ook ingelicht worden bij de inschrijving – er wordt ook iets van hen verwacht. In de documenten over ouderparticipatie in het gemeenschapsonderwijs valt het op dat ouderparticipatie gezien wordt als 'meewerken aan het beleid', niet als 'meewerken aan het draaiende houden van de school'. Meer zelfs, dit document probeert ouders te stimuleren om hun stem te laten horen en bij de school betrokken te zijn, maar nergens wordt gesproken over 'verplichte taken' voor ouders. Nochtans is het normaal binnen veel methodescholen. Er werd totnogtoe weinig gepubliceerd of zelfs maar nagedacht over dit probleem, terwijl de impact ervan op het pedagogisch project (wat dat dan ook is) alleen maar funest kan zijn.
Voor zover gelijkheid een ideaal en streefdoel is in het onderwijs (maar nooit een realiteit), zou een school zoveel mogelijk de sociale verschillen tussen de leerlingen moeten proberen uitschakelen. Die ongelijkheid zit natuurlijk verscholen in de sociale achtergrond als een rugzak die de leerlingen elke dag sowieso mee naar school nemen, dat is niet anders in gewone scholen. In steineronderwijs, zowel als in andere methodescholen, wordt nochtans deze ongelijkheid gestimuleerd door de tendens om ouders actief te betrekken in het dagelijks reilen en zeilen van de school.
-------------------------------------------------------------------------------------
1 Het gaat hier over het gegeven “dat de beweging over een volledig netwerk beschikt. Eerst is er een wijsgerige benadering van de psyche, dan de voorschrijver en ten slotte een onderneming die een produkt commercialiseert dat zowel psychische als fysieke moeilijkheden oplost. Het is een echt circuit. De heer Borghs geeft toe dat dit inderdaad als een totaalproces kan worden beschouwd.” (Sektenrapport, p.) Een ouder getuigt: “Als ouder van kinderen op de steinerschool herinner ik me vooral dat sprekers vanuit antroposofische bedrijven werden uitgenodigd om te komen spreken op de zogenaamde ‘ouderschool’. Een soort extra ouderavond waar dan bijvoorbeeld het belang van natuurlijke verzorging (verzorgingsproducten) werd benadrukt. Ach ja, in Leuven stond ook elke week een bio-boer, zoon van een steinerrschoolleerkracht, gewoon met zijn bestelwagen op het schoolterrein handel te drijven. En soms was er een bio-bakker ook.” (weblog.steinerscholen.com)
2 "Bepaalde leden zijn actief in de groene beweging, nog anderen zijn in de christen-democratische stroming terug te vinden. ” (Sektenrapport, p.257)
Steinerpedagogie in neoliberale context: onderzoeksvoorstel feb 2012
Indien kritisch-wetenschappelijke studies over de steinerpedagogie in Vlaanderen ontbreken1, is dit wellicht enkel de antroposofische beweging zelf te verwijten, die daarmee een kans mist om haar bezorgdheid om 'degelijk (antroposofisch) onderwijs' gestalte te geven. In scherp contrast met de 'traditionele' pedagogie, ontbreken duidelijk geformuleerde doelstellingen die kunnen worden getoetst aan leerresultaten, om zo het leerproces te evalueren, bij te sturen en te verbeteren.
Rudolf Steiner was geen onderwijzer of pedagoog, maar een helderziend leider van een mystiek-spirituele organisatie.2 In zoverre er van een pedagogisch project3 in zijn oeuvre sprake kan zijn, beslaat dit een heel beperkt deel van zijn zeer omvangrijke werk, dat bij uitstek esoterisch van aard is. Daarnaast verdient eindelijk de praktische 'steinerpedagogische' literatuur van4 onze aandacht. Deze heeft een veel directere invloed op de onderwijspraktijk en heeft zeker niet altijd het werk van Steiner als enige inspiratiebron.5
Los van alle vreemde ideeën in Steiners werk (temperamentenleer, racisme, reïncarnatie, helderziendheid, animisme, mysticisme...), die geen van allen uitzonderlijk zijn voor dat tijdskader, ligt de aansprakelijkheid bij de huidige pedagogische praktijk. Die heeft sinds de dood van Steiner in 1925 zijn eigen geschiedenis en onderzoek zal moeten uitwijzen hoe groot de vanuit het Goetheneum in Dornach aangestuurde pedagogische congruentie binnen de internationale antroposofische beweging is.
Met de Nederlandse situatie in gedachten, kunnen we ook voor Vlaanderen een aantal evidente invalshoeken voor onderzoek aangeven: genealogie van het antroposofisch onderwijs in Vlaanderen, discoursanalyse (publicaties, leerplannen, pedagogische bronnen, ...), mapping van de pedagogische praktijk (synchroon en diachroon, geografisch), niveautests bij leerlingen (lezen en rekenen), waardeonderzoek (bij alumni, ouders, leerkrachten, bestuursleden...), onderzoek naar beroepsoriënterings bij alumni, enzoverder.
De veel geopperde kritiek als zou het traditionele onderwijs leerlingen reduceren human capital bestemd om de economische productiviteit te verhogen en dit afkopen met de belofte van eeuwige welvaart, was als analyse wellicht geldig voor de naoorlogse situatie, maar onze huidige, geglobaliseerde maatschappij waarin we het grootste deel van de industrie in andere continenten outsourcen, heeft wellicht nog complexere eisen. Toch is het vanuit deze anti-reductionistisch mensbeeld dat het steineronderwijs een alternatief aanbiedt van mythologie, handwerk, (natuur)spiritualiteit, kunst, neopaganisme, ecologie en filosofisch idealisme (m.b.t. mens, school, natuur, wereld). Het is van belang te onderzoeken hoe dit idealisme concreet vorm krijgt binnen de schoolse praktijk, zeker ook op sociologisch vlak.
Vanuit een breder perspectief is het opvallend, dat vrijwel alle moderne methodenscholen6 de school als een gemeenschap van gezinnen zien, waarbij ouders de school meefinancieren en besturen. Het is duidelijk dat in steinerscholen en andere methodescholen het intern pluralisme, dat nu als een ideaal voor het gehele onderwijs wordt voorgesteld, niet altijd gepaard gaat met democratisering van het schoolbeleid en evenmin de interactie tussen school en gemeenschap bevordert. Wanneer de rol van ouders in deze niet gekaderd wordt, dreigt de sociale ongelijkheid die in België meer dan andere Europese landen door het onderwijs bevestigd wordt7, nog meer versterkt te worden steiner- en methodescholen. Daarnaast maakt een school die een democratisch bestuur van ouders probeert te verwezenlijken, zich kwetsbaar voor alle neoliberale uitwassen van dit model. Het kunnen dus ook de ouders zijn, die de school intern tot een marktplaats maken. Dat de antroposofische vereniging zelf toegeeft naast haar pedagogische pijler een eigen farmaceutische industrie, zorgverleningstructuur en zelfs een bank te bezitten,8 leidde al in de sektecommissie tot vragen betreffende 'een therapeutische circuit'.
Ondanks het relatief geringe aantal steinerleerlingen in Vlaanderen, kan men niet blind zijn voor de politieke slagkracht van en riante media-aandacht voor deze onderwijsvorm, die daardoor nog steeds een belangrijke voorhoedfunctie vervult binnen het alternatieve pedagogische veld.
1Buiten Vlaanderen zijn er wel richtingaangevende studies: J.D. Imelman & P.B.H. Van Hoek, Hoe vrij is de vrije school? Een analyse van de antroposofische pedagogiek (1983); K. Prange, Erziehung zur Anthroposophie. Darstellung und Kritik der Waldorfpädagogik (1985); G.A. Bus & T.H. Kruizinga 'Leren lezen op een vrije school' (1986); Heiner Ullrich, "Erziehung als Kult: Anmerkungen über die postmoderne Wiederentdeckung des Mythos und über die Waldorfpädagogik als Neo-Mythologie"in: Vierteljahrsschrift für wissenschaftliche Pädagogik 65 (1989), 151-78.
2Helmut Zander, Anthroposophie in Deutschland, 2 Bde.: Theosophische Weltanschauung und gesellschaftliche Praxis 1884-1945 (2006).
3Belangrijke teksten in dit opzicht zijn Allgemeine Menschenkunde als Gründlage der Pädagogik (GA293), Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik (GA304). Verder zal moeten worden onderzocht hoe in de lerarenopleiding verplichte lectuur van esoterische teksten zoals Theosophie (GA9) en de Akasha kroniek (GA11) het huidige onderwijsproces concreet beïnvloeden.
4Bijvoorbeeld: Brien Masters (ed.) Waldorf Curriculum Series I: Science in Education, Lathorn Press 1992.
5“Tal van op zich juiste pedagogische inzichten en praktijken blijken niet typerend antroposofisch te zijn” Imelman en Van Hoek, ibid., p.122
6Zie in dit verband: Andrea Thienpont en Carl Medaer, Kabouter tussen Reuzen. De Buurt: leven en leren in een totaliteit van projecten en onderwijsopbouwwerk, EPO 1986, p.164-73.
7Nico Hirtt, Ides Nicaise & Dirk De Zutter, School van de Ongelijkheid, p.13-37, EPO 2007
8Zie: Sektenrapport, 1997; naar eigen zeggen beheert de antroposofische bank € 5,6 miljard (Triodos Jaarverslag 2010, p.3)
Alles is groen
Ze zegt dat het haar niet kan schelen of je me gelooft of niet, het is toch de waarheid, geloof maar zelf wat je wilt. Het is dus zeker dat ze liegt. Als het de waarheid is, dan gaat ze uit d'r bol om ervoor te zorgen dat je haar gelooft. Ik ben dus wel zeker.
Ze steekt op en kijkt van me weg, met haar opgestoken sigaret, door een nat raam en ik voel niet aan wat ik zeggen moet.
Ik zeg Mayfly ik kan niet voelen wat te zeggen of te doen of je nog te geloven. Maar er is iets wat ik weet. Ik weet dat ik ouder ben en jij niet. En ik geef je alles wat ik te geven heb, met mijn handen en mijn hart, allebei. Alles dat ik in me heb, heb ik aan jou gegeeft. Ik heb alles onder controle en werk braaf elke dag. Jij bent voor mij de reden dat ik doe wat ik doe. Ik heb geprobeerd om je een thuis te geven, waar je in wonen kunt, en om er iets moois van te maken.
Ik steek zelf op en gooi de lucifer in de gootsteen bij andere lucifers en borden en een sponsje en meer van dat soort dingen.
Ik zeg Mayfly, mijn hart is voor jou al de halve wereld afgereisd, maar ik ben achtenveertig jaar oud. Het is tijd geworden dat ik me niet meer laat voortdrijven. Ik moet de tijd die mij nog rest gebruiken om alles in orde te brengen. Ik moet proberen te voelen hoezeer ik dat nodig heb. Ik heb noden die zelf jij niet meer kunt zien, omdat zoveel van je eigen noden in de weg zitten.
Ze zegt niets en ik kijk naar haar raam en ik kan voelen dat ze weet dat ik ervan weet, en ze gaat anders zitten op de ligbank. Ze trekt haar benen onder zich op, in een shortje.
Ik zeg het maakt echt niet uit wat ik gezien heb of denk dat ik gezien heb. Daar gaat het niet meer over. Ik weet dat ik ouder ben, en jij niet. Maar nu heb ik het gevoel dat alles van mij in jou gaat en er niets van jou terugkomt.
D'r haar staat omhoog met een baret en pins en haar kin ligt in haar hand, het is vroeg, zij ziet eruit alsof ze wegdroomt bij het zuivere licht door het natte raam boven mijn ligbank.
Alles is groen, zegt ze. Kijk, hoe groen het allemaal is, Mitch. Hoe kun je zeggen wat je zegt dat je voelt als alles buiten zo groen is als het is.
De raam boven de gootsteen van mijn kitchenette is schoongewassen van de zware regen gisterenavond en het is een ochtend met een zon, het is nog vroeg en buiten is het één groene rommelhoop. De bomen zijn groen en wat gras voorbij de verkeersdrempel is groen en afgeknipt. Maar alles is niet groen. De andere woonwagens zijn niet groen en mijn kaarttafel met putjes in lijnen en blikjes en peuken zwemmend in de asbak is niet groen, of mijn truck, of de gravel op de oprijlaan, of het grote speelgoedstuur dat op zijn kant ligt onder de wasdraad zonder was aan, naast de volgende wagen, bij die gast met die kinderen.
Alles is groen, dat zegt ze. Ze fluistert het en het gefluister is niet meer voor mij bedoeld en ik weet het.
Ik trek aan mijn sigaret en laat de ochtend achter mij met is waarlijks is mijn mond. Ik keer mij naar haar toe, daar in het licht, op mijn ligbank.
Ze kijkt naar buiten, van waar ze zit, en ik kijk haar aan, en er is iets in mij dat niet dichterbij kan komen, door dat kijken. Mayfly heeft een lichaam. En zij is mijn ochtend. Zeg haar naam.
Paul McKay, 'a man in the process of becoming'
This is a short note about contemporary journalism and anthroposophy.
Yesterday, Dutch television aired a program in the series Hokjesman about anthroposophy in the Netherlands created by VPRO.
In this documentary, the Director of the Goetheanum, the head of the Anthroposophical society, Paul MacKay is allowed to dodge the very simple question: "Who is Paul MacKay?"
His answer: "I am a man in the process of becoming" [Ik ben een mens in wording].
The journalist, doesn't confront him with the evasiveness of his question, worse: he doesn't do any research to provide the viewer with some real information that is just for grabs out there on wikipedia (of all places).
Paul MacKay descends from the Scottish MacKay Clan, which has members in both the British and the Dutch nobility. Aeneas MacKay (1666-1697) married the Dutch Margaretha Pulcher (1671-1761) and his decendant Aeneas MacKay (1806-1876) was raised to the title of Baron in 1812-13. As the head of the Scottish branch died in 1875, succession came to the Dutch branch of the family in the persona of Donald James MacKay (1839-1921). Donald MacKay however, moved to England, became a British citizen an ended up with a colonial carreer and a comfy seat in the House of Lords.
Paul's father can only be Theodore Philip MacKay (1911-2001), who married Zsófia Friderika Emme Ráthonyi Reusz (1910-1999), originally from Budapest, in the Dutch mekka of anthroposophy, Zeist. The Dutch wikipedia also mentions this marriage was blessed with one son and three daughters. Constantijn Willem Ferdinand MacKay (1870-1955), Pauls grandfather(?), and Theodoor Philip MacKay (1840-1922), his great-grandfather, were both politicians for the ARP (Anti-Revolutionary Party) , a conservative, reformist party that merged in the the current Dutch christian-democratic CDA in 1980.
According to his own CV, he started co-founded the anthroposophical bank Triodos in 1977 and left in 1997 when the bank had €350 million in the till. - that was 16 years ago. In 2011, Triodos reported €6.8 billion in their annual report (p.11). Little is known about the direct relationship between the bank van the anthroposophical movement, but it is clear that the bank help to fund the movement ever-expensive ecological building extravaganza.
Around 2000, he moved on to the board of directors at the Goetheanum in Dornach and has been, for some time now, head of the of board of the directors of Weleda AG. Weleda, founded by Rudolf Steiner and the Dutch Ita Wegman, in 1920 as Futurum AG, is a pharmaceutical company which after Steiner's death in 1925 went through a series of mergers in order to take on the name Weleda in 1928. As recent as March 2012, Paul MacKay was (re-?)elected as head of the board of directors.
Even after leaving TRIODOS, he still frequently lectured on financial issues, as was the case in 2006, when he presented a lecture on 'Money and Human Values' [Geld und Menschenwürde]. The abstract reads:
Contemporary life is much influenced by the power of money: he who has money, has the final say. However, money created by man and we are free to assign it a ruling or a serving role in our society. What form should finance take so that it can be based on human values? This matter will be pursued in the current lecture.
Please remember that this is coming from a guy who is disgustingly rich by birth and who's telling us that money isn't important and that you decide for yourself what role money will play.
Sounds almost like Jesus..
And if you think it doesn't, you should consult the actual text of the lecture, which opens as follows:
I would like to start out with a few words from the gospel according to John. Christ says: "You will recognize the truth and the truth shall set you free" (John 8). In other words: the truth will set you free.
I thought we were going to talk economics... A page later I read:
Human values cannot exist without a profound, Christian freedom that lies at thee basis of this.
That is the point at which, again, I stop reading. Do I judge too fast? Shouldn't I give him a fair chance? I feel already cheated by this liar writing up an abstract which doesn't mention religion and then give me nothing but that on the first two pages.
This is how a sect disguised as a bank could work, using a technique common to sects. But the idea is very counter-intuitive: disguising a sect (a movement intent on taking your money)?
You get some interested people together promising them a new way of banking, beneficial to everyone involved. When you explain the system, you tell the people only bullshit, e.g. that you've found a secret economic system in apocryphal scriptures. People who keep on believing no matter how much nonsense you tell them, they are the most devoted customers ever. Customers with a cause!